American Dream, Global Nightmare

Door: Liesbeth van de Grift

Wat zoekt Amerika in het Midden-Oosten, wat is de positie van de Islam en wat is de invloed van de Islam in Europa? Eutopia kondigde deze vragen aan als kern van een debat tussen Midden-Oostendeskundige Fred Halliday en Frits Bolkestein. Op de avond zelf kwamen zij zijdelings aan bod, maar de hamvraag bleek: welke oorzaken liggen er ten grondslag aan het islamitische terrorisme? Hierover verschilden de sprekers radicaal van mening. De een greep hiervoor eeuwen, de ander slechts enige decennia terug in de geschiedenis.

Eén ding wil Bolkestein voorafgaand aan de discussie heel duidelijk gesteld hebben: de oorlog in Irak was een slecht idee, waartegen hij zich altijd verzet heeft.

Het gevaar dat van Irak uitging, was niet groot genoeg om een preventieve oorlog te rechtvaardigen. De huidige situatie is een ‘blamage’ en Bolkestein betreurt de steun die de Nederlandse regering aan deze oorlog heeft verleend.

Het is duidelijk dat Bolkestein de valkuilen van het integratiedebat kent, want ook een tweede gevoelig punt dient uit de weg te worden geruimd: het is onzinnig om over dé islam te praten. Binnen de islam bestaat een grote verscheidenheid aan opvattingen en gewoontes.
Deze gewoonten zijn acceptabel zolang zij niet botsen met westerse waarden. ‘Nare gewoonten’ als gedwongen huwelijk, eerwraak en gewelddadig optreden tegen afvalligen, zoals in het geval van Ehsan Jami, zijn niet welkom. Bolkestein bepleit dat er met essentiële westerse waarden, zoals de vrijheid van meningsuiting en het recht op afvalligheid, niet gemarchandeerd wordt.

Een kleine groep moslims heeft het slecht voor met de democratische rechtsstaat en wil met gewelddadige middelen een moslimstaat oprichten. Volgens Bolkestein liggen de diepe historische wortels van de islam hieraan ten grondslag. De woede van radicale moslims komt voort uit rancune. Het christendom is van oorsprong een geloof van proletariërs, dat pas later een machtige positie verwierf.
De islam daarentegen is een religie van overwinnaars. Moslimlanden waren eens machtig, maar raakten in verval. Islamisten leggen de schuld hiervoor bij islamitische heersers die onvoldoende gelovig zouden zijn en bij het Westen dat de opkomst van de islam tegenhoudt.
Zowel tegen deze heersers als tegen het Westen wordt geweld ingezet. De oorzaak van deze woede, verwacht Bolkestein, zal niet snel verdwijnen.

Bescheidenheid is het woord dat de bijdrage van Halliday kenmerkt. Hij waarschuwt dat hij niet op alle vragen een antwoord heeft en plaatst zich hiermee op retorische wijze tegenover politici die wel alles zeker weten. Met zijn lezing roept hij ook anderen op tot bescheidenheid. Europeanen moeten niet te snel oordelen over moslims.
Zij dienen zich te realiseren dat er meer moslims door westerlingen zijn vermoord dan andersom en dat ook de westerse landen tijd nodig hebben gehad om aan het idee van democratie te wennen. Heeft het niet driehonderd jaar geduurd voordat het algemeen stemrecht in West-Europa geaccepteerd was? De Europese Unie roept Halliday op om ‘engaged but modest’ te zijn. Zij moet haar inspanningen richten op de landen waar zij daadwerkelijk van belang kan zijn: Turkije, Darfur en Afghanistan. Ook in de Palestijnse kwestie kan zij invloed uitoefenen.

Al deze bescheidenheid laat niet onverlet dat Halliday over de oorzaken van het terrorisme duidelijke denkbeelden heeft, die sterk afwijken van die van zijn gesprekspartner. Niet in de eeuwenlange geschiedenis van de islam, maar in de Koude Oorlog vind je de oorsprong van het islamitische terrorisme, aldus Halliday.

In deze periode hebben de Verenigde Staten terroristen bewapend om de Sovjet-Unie te bestrijden. Amerika en zijn bondgenoten ‘put the terrorists in place’, zoals in Afghanistan. De rol die de Afghanistanoorlog heeft gespeeld in de opkomst van het moslimterrorisme wordt dan ook zwaar onderschat.

Bolkestein vindt de verklaring van Halliday weinig overtuigend. Want: als Afghanistan zo’n belangrijke rol speelt, waarom zijn er onder de terroristen dan Saudi’s en Egyptenaren? Ook over het doel van de moslimterroristen worden ze het niet eens.

Halliday bestrijdt het idee dat moslimterroristen van plan zijn om het Westen te veroveren. Daar gaat het ze niet om. Zij willen de macht overnemen in moslimlanden en gebruiken de aanslagen als ‘acts of propaganda’, bedoeld om moslims voor hun zaak te mobiliseren. Op het verwijt van Bolkestein dat hij de rol van het Westen uitvlakt door zich alleen op de relatie tussen terroristen en het Midden-Oosten te richten, antwoordt Halliday dat het Westen wel degelijk een rol speelt.

Moslimterroristen redeneren dat het corrupte regimes in het Midden-Oosten in stand houdt en ongevraagd hun territorium binnenvalt. Dit geeft ze in hun optiek het recht het Westen tegen te houden.

Terug naar de zevende eeuw of naar de jaren tachtig van de vorige eeuw – de sprekers komen er niet uit. Over de toekomst zijn zij eensgezinder: democratie is mogelijk in het Midden-Oosten. Bolkestein verwijst naar een rapport van de Verenigde Naties waarin de grootste problemen in de regio duidelijk benoemd worden: lack of freedom, lack of knowledge, lack of woman power. Allen problemen die het gewenste proces van modernisering in de weg staan, maar overkomelijk zijn.

De modernisering van de regio zou de rancune die volgens Bolkestein aan de basis ligt van het moslimterrorisme weg kunnen nemen. Halliday wijst erop dat er al lange tijd democratische ontwikkelingen gaande zijn in het Midden-Oosten. Het is nu zaak ervoor te zorgen dat deze samenlevingen niet volledig in de ban van terroristisch geweld raken.

Ervaringen in Noord-Ierland en Baskenland leren dat het dan heel lang kan duren voor een samenleving weer normaal functioneert. Maar ook zonder dit rampscenario heeft democratie tijd nodig, veel tijd.

This entry was posted in Verslagen. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>