Kut-Hollander in Marokko

Door: Jos Lammers

Het duurt maar tien dagen, mijn vakantietocht langs de vier Marokkaanse ‘koningssteden’ Rabat, Meknes, Fes en Marrakech. Maar het is evengoed een leerzame rolwisseling met onze eigen kut-Marokkaantjes om als rechtgeaarde Hollander in het islamitische Marokko rond te lopen. Conclusies trekken op basis van zo’n korte ontmoeting is gevaarlijk. Maar ik doe het toch. Eén: de Verdonken en Wildersen onder ons willen eigenlijk een Marokkaanse samenleving. Twee, ook vanwege één: het valt niet mee, leven in of liever tussen twee cultuurwerelden.

Ik ben er van overtuigd dat alle bevolkingsgroepen dezelfde waarden delen: plezierig leven, dak boven je hoofd, goed voor je kinderen zorgen, respect. Hoe we dat uiten, kan verschillen. Maar hoe ingrijpend kan dat wezen? Het eerste antwoord op die vraag, is het verhaal van de chauffeur die ons van het vliegveld van Casablanca naar ons hotel in Rabat brengt. We zijn, onbewust – Hollandse cultuurbarbaren die we zijn -, in Marokko gearriveerd op de eerste dag van de ramadan. Voor moslims de maand van vasten, bezinning en dichter bij god komen. Prima, ik had vroeger ook mijn vastentrommeltje dat pas op paaszaterdag open mocht, dus wat kan me gebeuren? Dit – het grote verschil tussen Nederland en Marokko: het publieke gedrag is er dwingend voorgeschreven en kent weinig vrijheidsgraden. Ramadan betekent dat overdag niemand, behalve de vrijgestelde toeristen, op straat eet of drinkt. Niemand. Wie het toch doet, toont ‘geen respect’ en wordt daar desnoods door de politie op gewezen. Je mag er allerlei andere opvattingen op na houden, laten de Marokkanen die ik ernaar vraag niet na uit te leggen, maar die zijn voor binnenshuis. Buiten volgt iedereen dezelfde regels.

Daar valt ook moeilijk aan te ontsnappen. Elke ochtend om kwart voor vier, klinkt door de geluidsinstallatie van iedere moskee de gezongen oproep tot bidden en het nuttigen van de voorlopig laatste maaltijd. Voor de gedachtebepaling: een stad als Meknes, formaat Utrecht zeg maar, heeft meer dan honderdtwintig moskeeën. Allemaal met geluidsinstallatie. Negeren is niet aan de orde. Een uur later gaan in heel Marokko sirenes en kanonschoten. Vanaf dat moment tot zonsondergang geen eten, drinken, roken of seks. Veel cafés en restaurants zijn dan ook dicht, of bedienen alleen toeristen. Pas na zonsondergang schuiven de Marokkanen aan voor de traditionele ramadan-maaltijd: een kommetje groentesoep, een schaaltje met vijgen en dadels, twee gekookte eieren, crêpes en thee. Een toonbeeld van soberheid, dat iedereen in Marokko na zonsondergang eet. Iedereen! Pas later op de avond volgt een uitgebreidere maaltijd.

Wij zijn als toeristen van dit alles vrijgesteld. Wij hebben een andere cultuur, krijgen we telkens met veel begrip te horen. En die wordt gerespecteerd. Maar goed. Na urenlang verdwalen in smalle, drukke en hete winkelstraatjes zoek je niet zozeer respect als wel een biertje of een glas koele, witte wijn. Dat zal niet lukken. Marokko produceert uitstekende wijnen, maar op de terrasjes zul je die in elk geval tijdens de ramadan niet aantreffen en slechts een enkel restaurant heeft toestemming om alcoholische dranken te serveren. En zelfs dan alleen binnen en pas ná het beëindigen van de ramadan-maaltijd. Respect, is de verklaring.

Ik heb mezelf nooit gezien als iemand die geen respect voor anderen heeft, maar hier ben ik dat dus wel. Getolereerd, maar het vreet toch aan je. Tijdens de bijna acht uur durende treinreis van Fes naar Marrakech, knabbel ik dan ook enigszins betrapt op een mariakoekje en neem ik schichtig af en toe een slokje water. Ondertussen kijk ik naar de harige benen onder mijn korte broek. Niemand in Marokko loopt er zo bij. Ik vroeg er naar bij de gids die ons rondleidde in Volubilis, een Romeinse nederzetting in het binnenland van Marokko. Elke tien passen sloeg hij zorgvuldig het grijze stof van zijn donkerblauwe en erg warm ogende lange broek. Dat ik daar in een korte broek rondliep, was mij vergeven. Vanwege mijn andere cultuur, legde hij uit. Maar Marokkaanse mannen ‘always show a minimum of respect’. Ik niet, blijkbaar.

Niemand zegt het dus, integendeel, maar het valt niet mee je te onttrekken aan het gevoel als een lompe kut-Hollander (‘do you have food?’ ‘do you serve wine?’) door de islamitische porseleinkast te struinen. Het snijdt bovendien vrij diep. Wij vinden het respect om afwijkende ideeën juist publieke ruimte te bieden. Wil je met een gepiercte navel over straat? Of in een roze string dansen in de gay parade? Zolang je maar niet verlangt dat iedereen het doet en je laat de ander met rust, kan het. Dat is nou respect, zeggen we dan. In Marokko is het precies andersom: respect is in het publiek allemaal dezelfde regels volgen. Wie dat niet doet, heeft geen respect en wordt daar, behalve als je toerist bent, hard op afgerekend. In de korte tijd dat ik daar rondliep heb ik diverse keren oudere mannen pubers verrot zien schelden omdat ze blijkbaar van een of andere norm afweken. Op de markt van Meknes zagen we zelfs vier motoragenten een jochie van een jaar of twaalf klemrijden, slaan en schoppen. Hij zal iets verkeerds gedaan hebben. Zero tolerance heet dat bij ons en er zijn er zat die zo’n éénvormig en hard gehandhaafd publiek gedrag hartstochtelijk propageren. Aanpassen aan de dominante cultuur, toch? In Marokko weten ze er alles van. Als jij of je ouders daar zijn grootgebracht, lijkt het mij niet eenvoudig om in Nederland respect te ervaren. Alle lof voor wie daar toch in slaagt. Voor mij kwam met de retourvlucht ook een zucht van verlichting, ondanks mijn inburgeringscursus met het vastentrommeltje.

Jos Lammers is freelance tekstschrijver en publiceerde onder meer kinderboeken en reisverhalen.

This entry was posted in Diversity, Migration. Bookmark the permalink.

Comments are closed.