Welke relatie is er tussen Pakistan en de Taliban?

Zes vragen aan Ahmed Rashid, auteur van Descent into Chaos

Recensent: Scot Orton

Zes vragen aan Ahmed Rashid, auteur van Descent into Chaos. deze maand konden we in een rapport lezen dat de CIA belastend bewijsmateriaal heeft over de banden van het Pakistaanse leger met de Taliban. Maar dit is niet echt nieuws.

Er is één deskundige die herhaaldelijk heeft gewaarschuwd dat de Pakistaanse dictator Pervez Musharraf en zijn inlichtingendienst Amerika hebben bedrogen, waarbij men deed of de Verenigde Staten werden gesteund met contraterroristische operaties, terwijl er juist hulp (zoals onderdak) werd geboden aan de Taliban en vele andere extremistische organisaties. Die deskundige is Ahmed Rashid, en hij is meest welbespraakte waarnemer in de regio tussen de Oxus en de kust van Karachi. Rashid woont in Lahore en zijn hoogwaardige wetenschappelijke werk wordt door een breed publiek gewaardeerd. Zo is zijn boek over de Taliban de grootste bestseller aller tijden van de Yale University Press. Zijn laatste boek, Descent into Chaos, bevat onthullingen over Amerikaanse operaties in Afghanistan, die vanaf het begin hadden te lijden onder het chronisch slechte beoordelingsvermogen van Donald Rumsfeld en Dick Cheney.

1) U beschouwt de Amerikanen als hopeloos naïef in hun omgang met Pakistan. De Amerikanen hadden zich onvoldoende gerealiseerd dat de Pakistaanse inlichtingendienst (“Inter-Service Intelligence Directorate” – ISI) de Taliban bescherming bood. Amerika leek de vele geruststellingen van de Pakistaanse president Pervez Musharraf zonder meer te accepteren. U hebt opgemerkt dat de regering Bush geen oog had voor de belangrijke rol van democratische politieke krachten als de Pakistan People’s Party (PPP), die aan de macht kwam na een golf van woede die werd veroorzaakt door de schimmige deals van het leger met de Taliban en andere terroristische groeperingen. Later was het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken onder Condoleezza Rice voorstander van een strategische verschuiving. Rice wilde eerlijke verkiezingen – waarbij ze een voorkeur voor de PPP leek te hebben – maar kennelijk werd er niet altijd naar haar geluisterd. Waarom was de regering Bush zo blind voor deze problemen?

Het probleem was dat de Amerikanen zich na het einde van de oorlog in 2001 uitsluitend op Al Qaida concentreerden. Amerika stond tamelijk onverschillig tegenover de Taliban, waarvan de leden en het kader in grote getale naar Pakistan trokken. Amerikaanse diplomaten hebben me keer op keer verteld dat ze tot 2006 niet geïnteresseerd waren in de Taliban, en toen was de opstand allang aan de gang. De Pakistaanse militairen waren verbijsterd door de halfslachtige houding van de Amerikanen met betrekking tot het opruimen van Al Qaida.

Omdat de Verenigde Staten geen grondtroepen wilde inzetten in het zuiden, en later in Tora Bora, raakte het Pakistaanse leger ervan overtuigd dat de Amerikanen niet serieus waren en dat ze het vechten wilden overlaten aan de milities van de Noordelijke Alliantie.

Pakistaanse officieren hebben me verteld dat ze hoogst verbaasd waren dat Rumsfeld nog geen 1000 Amerikaanse soldaten de strijd instuurde. Het ISI stuurde memo’s naar Musharraf met de boodschap dat de Amerikanen niet lang in Afghanistan zouden blijven en dat de Taliban overeind gehouden moest worden.
Het gebrek aan Amerikaanse interesse viel samen met de belangen van het Pakistaanse leger, dat weliswaar op Al Qaida wilde jagen, maar daarnaast toestond dat de Taliban zich in Pakistan vestigde.
Al vrij snel daarna werd de Taliban weer beschermd door de ISI. De reden daarvan was dat het Pakistaanse leger zwaar beledigd was door het Akkoord van Bonn. Hierbij werd in feite alle macht aan de Noordelijke Alliantie gegeven – die werd beschouwd als de vijand van zowel de Taliban als Pakistan.

Tijdens de burgeroorlog in de jaren ’90 in Afghanistan werd de Alliantie gesteund door India, Rusland en Iran, de vijanden van de Taliban en Pakistan. Later wilde India invloed krijgen in Afghanistan door het openen van een ambassade en vier consulaten, en de aankondiging van een groot wederopbouwprogramma.
Het Pakistaanse leger liet het Westen weten dat de invloed van India de Pakistaanse belangen in Afghanistan ondermijnde. Ook zou India een ontwrichtende werking binnen Pakistan zelf hebben gehad, omdat er geld werd gegeven aan opstandelingen in de provincie Baluchistan. Op dit moment is die vermeende Indiase invloed in Afghanistan de voornaamste klacht van het leger. Ik denk dat de Amerikanen al vrij vroeg in de gaten hadden wat er gaande was tussen het leger en de Taliban, maar dat ze bereid waren dit door de vingers te zien zolang Musharraf hielp in de strijd tegen Al Qaida en zolang de impasse in Irak voortduurde.

Dat was de belangrijkste blinde vlek van de regering Bush. In mijn boek beschrijf ik de tweeledige aanpak van de ISI. Terwijl een deel van de ISI de Amerikaanse regering hielp en – weliswaar selectief – vaak nuttige informatie doorgaf, werd er tevens een geheime afdeling opgezet om de Taliban te ondersteunen.
Zoals ik in mijn boek schrijf, kent iedereen die de situatie zorgvuldig heeft bestudeerd de feiten, maar de Amerikaanse inlichtingendiensten hebben nu pas een onderzoek voltooid waarin ze deze voor de hand liggende conclusies hebben getrokken – een gevaarlijk laat stadium.

In 2006-2007 begon Amerika te beseffen dat het regime Musharraf zich op lange termijn niet zou kunnen handhaven, en ging men ernaar streven om de macht bij hem en het Pakistaanse leger weg te halen.
De Verenigde Staten waren voorstander van een gedeeltelijke burgerregering, zolang Musharraf maar aanbleef om het leger te leiden en de jacht op Al Qaida voort te zetten. In dit stadium begon het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken een dialoog met Benazir Bhutto en de PPP, die voorheen opzettelijk waren gemeden.

Tot dan toe waren de belangrijkste beslissingen van de regering Bush vanuit het kantoor van vice-president Dick Cheney genomen, met hulp van Donald Rumsfeld. Cheney had een warme persoonlijke band met Musharraf en wilde het Amerikaanse leger niet tegen het Pakistaanse inzetten in een tijd dat de Amerikanen hun handen vol hadden in Irak. In 2001 vond een belangrijk incident plaats, waar ik ook over heb geschreven. Cheney gaf toestemming voor een geheime luchtbrug voor ISI-medewerkers in Kunduz, die de Taliban hadden geholpen en nu niet meer weg konden komen uit het noorden van Afghanistan. Hiermee maakte Musharraf goede sier bij het leger: hij kon de Amerikanen er kennelijk toe brengen om de levens van ISI-mensen te redden terwijl de Amerikaanse aanval op Afghanistan toch in volle gang was. En toen Musharraf in 2002 een frauduleus referendum organiseerde om president te worden, gevolgd door al even frauduleuze verkiezingen, zeiden de Amerikanen niets.

In 2005-2006 begon de NAVO troepen in te zetten in Afghanistan. De Amerikanen werd gevraagd om te zorgen dat de Pakistaanse steun aan de Taliban werd ingeperkt en Amerika beloofde dat het druk zou uitoefenen op Pakistan. Maar daar kwam niets van terecht. Een grote verandering was dat het Amerikaanse leger op een gegeven moment veel uitgesprokener werd in zijn kritiek op de relatie tussen de Taliban en de ISI, maar toen was Rumsfeld al vervangen door Robert Gates, die de generaals meer inspraak gaf.

Toen ontstond er een situatie waarin de standpunten van de Amerikaanse ministeries van Defensie en Buitenlandse zaken samenvielen: er moest een politieke overgangsperiode in Pakistan komen waarbij de militairen macht zouden inleveren. Maar misschien was het toen al te laat, omdat de Taliban zich erg goed in Afghanistan en Pakistan had verstopt. Bovendien waren de Pashtun-stammen aan de Pakistaanse kant van de grens mede door toedoen van de Afghaanse Taliban en Al Qaida geradicaliseerd. Hierdoor werd de Pakistaanse Taliban gecreëerd, waardoor het beeld nog gecompliceerder werd.

2) Musharraf mag dan geen krachtdadige leider van Pakistan geweest zijn, maar de manier waarop hij de betrekkingen met de Verenigde Staten onderhield was buitengewoon effectief. Hij wist de Amerikanen ervan te overtuigen dat alleen hij de eenheid van Pakistan kon waarborgen en de radicalen buiten de deur kon houden. Tegelijk maakte de ISI de weg vrij voor de terugkeer van de Taliban naar Afghanistan. U schrijft dat tussen 2002 en 2006 Pakistan 10 miljard dollar aan Amerikaanse hulp ontving, waarvan 5,5 miljard naar het leger ging. De regering Bush is nu in zijn laatste dagen en men is druk bezig met het vrijmaken van geld dat bedoeld is voor terrorismebestrijding om upgrades van de Pakistaanse F-16’s te financieren. U schrijft: “Gedurende vijf decennia heeft het Pakistaanse leger de dreiging uit India als voornaamste argument gebruikt om een ‘national security state’ op te bouwen… en als de rechtvaardiging voor lange perioden van militaire heerschappij en grote uitgaven van het leger.”
Denkt u dat financiële hulp aan Pakistan die vooral bij het leger terechtkomt de democratische ontwikkelingen in Pakistan ondermijnt?

De Amerikaanse hulp aan Pakistan sinds 2001 bedraagt nu ongeveer 11,8 miljard dollar, waarvan waarschijnlijk 80 procent rechtstreeks naar het leger is gegaan. Ook ging een groot bedrag naar de ISI, en werd er geld uitgetrokken voor beloningen voor de aanhouding van Al Qaida-elementen, maar dat bedrag blijft geheim.
Het Amerikaanse Congress is op dit moment erg ongelukkig met deze situatie, en men overweegt om grote bedragen vrij te maken voor de onlangs gekozen burgerregering. De Democraten hebben een voorstel ingediend om in de komende vijf jaar 15 miljard te geven aan de burgerregering, op twee voorwaarden: Pakistan moet de terroristen blijven achtervolgen en de democratie moet intact blijven. Bovendien geloven de Democraten nu ook wat veel Pakistanen al jaren zeggen: dat de Amerikaanse hulp aan het leger niet is gebruikt voor training of bewapening van troepen die vechten tegen de opstandelingen bij de westelijke grens, maar om de wapenwedloop met India te blijven voortzetten.

Het is buitengewoon raadselachtig waarom Amerika nu bijvoorbeeld bereid is om 300 miljoen dollar te geven aan het paramilitaire Frontier Corps, voor extra training en bewapening van de 100.000 man die de grens met Afghanistan bewaken. Maar Pakistan had voor dit doel al veel eerder financiële hulp ontvangen, die het had gebruikt om de reguliere troepen aan de grens met India te bevoorraden. Het meer recente aanbod van de regering Bush om de upgrades van de F-16 straaljagers te betalen komt voort uit de wens om het oude beleid voort te zetten, maar het is ook een zoethoudertje om de militairen te stimuleren achter de extremisten aan te gaan, wat het leger in het verleden weigerde. Ook is het onderdeel van een gecompliceerde deal om te zorgen dat Pakistan de recente nucleaire overeenkomst tussen Amerika en India niet verstoort.

De Verenigde Staten hebben nooit een balans kunnen vinden tussen de relatie met de Pakistaanse burgermaatschappij en die met het leger, en daarom is dit nieuwe voorstel van het Congress zo belangrijk. Als het nu wordt aangenomen, voor de Amerikaanse verkiezingen, dan moet de volgende regering zorgen voor hulp aan de Pakistaanse burgers. Dit zal tevens bijdragen aan de overbrugging van de enorme vertrouwenskloof tussen het Pakistaanse volk en de Verenigde Staten, en een gunstige invloed hebben op de gespannen relatie tussen de burgerregering en het leger. Als een burgerregering het leger kan overtuigen dat zij de steun heeft van de Verenigde Staten en het Westen, zal dat een positieve uitwerking hebben op het leger en misschien toekomstige militaire staatsgrepen helpen voorkomen.

3) Het is duidelijk dat u de huidige problemen in Afghanistan ziet als een gevolg van een reeks kortzichtige beslissingen van Donald Rumsfeld gedurende de invasie en vroege bezetting van Afghanistan. U verwijt Rumsfeld dat hij geen grondtroepen heeft ingezet, geen hoge figuren van Al Qaida en de Taliban heeft opgepakt en veel te royaal hulp heeft gegeven aan de krijgsheren, waardoor de autoriteit van de regering in Kabul werd ondermijnd. Ik zou nu even nader willen ingaan op één onderdeel van het beleid van Donald Rumsfeld. In het begin van het conflict veranderde Rumsfeld de regels omtrent de beoordeling van “collateral damage”. Onder die nieuwe regels was het bij een bombardementsmissie waarbij naar schatting 30 burgers of minder zouden omkomen, niet meer nodig om toestemming op het hoogste niveau te vragen. Bevelhebbers ter plekke kregen de bevoegdheid om dergelijke aantallen burgerdoden te accepteren. U hebt geschreven over de duizenden doden die in verband worden gebracht met deze verandering van de regels.
Heeft de maatregel van Rumsfeld invloed gehad op de bestrijding van de opstand in Afghanistan?

Die beslissing heeft zeker invloed gehad. Door de grote aantallen burgerslachtoffers werd de Afghaanse regering impopulair, kreeg de Taliban kant-en-klaar propagandamateriaal in handen en verloren de westerse machten de steun van het Afghaanse volk. Het ging lijnrecht in tegen alle regels over de bestrijding van opstanden, waaronder het recentelijk door generaal Petraeus gereviseerde Amerikaanse handboek Counterinsurgency Manual, waarin veel nadruk wordt gelegd op een minimaal gebruik van geweld en het winnen van de hearts and minds van de bevolking.

Het is belangrijk om te begrijpen waarom deze regels werden veranderd. De Verenigde Staten vonden het aanvankelijk niet nodig om genoeg grondtroepen in te zetten. Daardoor moesten ze een buitensporige gevechtskracht in de lucht gaan gebruiken zodat er geen Amerikaanse slachtoffers zouden vallen. De troepenmacht die Rumsfeld had ingezet was veel te klein om Afghanistan na 2001 in de hand te houden, laat staan om na 2003 het hoofd te bieden aan de opstand van de Taliban.
Rumsfeld weigerde om meer troepen in te zetten omdat er zo veel soldaten in Irak nodig waren. En toen de NAVO erbij kwam, werd de inzet van de luchtmacht nog excessiever omdat veel NAVO-landen allerlei voorwaarden gingen stellen waardoor hun eigen troepen niet hoefden te vechten, of voor elke patrouille Amerikaanse luchtsteun kregen.

Ik vind het ongelofelijk dat de Afghanen, met hun enorme vermogen om lijden en dood te verwerken, na 30 jaar van bijna voortdurende oorlogen niet veel eerder in opstand kwamen tegen hun eigen regering en de Amerikanen. Zelfs in de jaren na 2001, toen er nauwelijks sprake was van een opstand, vielen er al veel burgerdoden. In de afgelopen paar maanden zijn de Amerikaanse en NAVO-troepen veel voorzichtiger geworden met betrekking tot burgerslachtoffers en ik geloof niet dat de maatregel van Rumsfeld nog steeds van kracht is. De andere bepalende factor is dat sinds het begin van de opstand de Taliban erg bedreven is geraakt in het uitbuiten en overdrijven van de aantallen burgerslachtoffers, die ze vaak zelf veroorzaken door burgers als schild te gebruiken, met name als ze weten dat er een bombardement gaat plaatsvinden. Bovendien is de propaganda-machine van de Taliban erg snel en effectief geworden, en daardoor hebben de westerse machten hun beleid moeten veranderen.

4) U hebt erop gewezen dat er zeer veel deskundigheid is ingezet voor de wederopbouw van Afghanistan na de invasie, maar u bent tevens uiterst kritisch over de Amerikaanse bijdrage, die volgens u wordt gekenmerkt door incompetentie en wellicht ook corruptie. U contrasteert de vroegere USAID, die u zich herinnert uit uw kindertijd, met de huidige, die voornamelijk tot doel lijkt te hebben om contracten uit te delen aan bevriende bedrijven. Er worden bijvoorbeeld miljoenen dollars in handen gegeven van een groep uit Californië die in Afghanistan schoolgebouwen naar Californisch voorbeeld wil bouwen, terwijl deze zouden bezwijken onder het gewicht van de Afghaanse sneeuw. De regering Bush stelt dat particuliere bedrijven efficiënter en betrouwbaarder zijn dan overheden. Hoe beoordeelt u de prestaties van USAID in Afghanistan?

USAID is één van de grootste teleurstellingen geweest in de strijd tegen het extremisme en heeft bijgedragen aan de manier waarop veel mensen in de islamitische wereld tegenwoordig naar Amerika kijken. Het is triest om dit te moeten zeggen over een organisatie die wordt veronderstelt over de hele wereld goed werk te verrichten. In Afghanistan heeft USAID weinig vrienden gemaakt onder de voornaamste betrokken partijen: de Afghaanse regering, de VN, andere internationale donor- en hulporganisaties, de NGO’s, en in het algemeen bijna iedereen. De regering Bush heeft USAID volledig de vernieling in geholpen, hoewel het verval al veel eerder begon. Onder de regering Clinton werd de organisatie opgenomen in het Ministerie van Buitenlandse Zaken, werd er sterk gekort op het budget en het personeelsbestand en verdwenen alle professionals op het gebied van ontwikkelingssamenwerking.

Tegenwoordig is het een bureaucratische organisatie die cheques ondertekent, meestal ten gunste van “beltway bandits” – particuliere bedrijven die door de overheid worden ingehuurd. Deze bedrijven weten te weinig over landen als Afghanistan en Pakistan en huren andere bedrijven in om het eigenlijke werk te doen.
In het verleden werkten er bij USAID zeer veel gemotiveerde technici, waterbouwkundig ingenieurs en landbouwdeskundigen die projecten ontwierpen, deze projecten uitvoerden en later toezicht hielden op de voortgang ervan. Die medewerkers zijn weg. Ik wil geen kritiek leveren op de goede mensen die er nog steeds werken, maar de rol van de organisatie is onder deze regering in feite uitgespeeld. Het kan zijn dat de situatie straks weer verbetert want Amerikaanse denktanks, het Congress en vooraanstaande democraten leveren ernstige kritiek op USAID en eisen veranderingen. Ik hoop dat de volgende regering deze kritiek serieus neemt. Donororganisaties hebben sowieso acute problemen in Afghanistan. De coördinatie tussen de verschillende partijen is gebrekkig, soms worden projecten tegelijkertijd door meerdere organisaties uitgevoerd, er wordt te veel geld uitgegeven aan bepaalde projecten en er zijn te veel westerse consultants die een groot percentage van de budgetten opslokken. En dit zijn nog maar een paar van de problemen.

Een andere kwestie is: hoe kan een hulporganisatie überhaupt de ontwikkeling bevorderen terwijl er een opstand aan de gang is? Hier hebben Britse en Canadese hulporganisaties mee te maken in het zuiden van Afghanistan, waar de gevechten het hevigst zijn. De Verenigde Staten laten hun soldaten tegenwoordig kleine wederopbouwprojecten uitvoeren. Amerikaanse officieren kunnen nu geld uitgeven om de hearts and minds van de bevolking te winnen door waterputten te boren, scholen te bouwen of wegen te verharden. Maar dit zijn in wezen slechts korte termijnoplossingen. Het Amerikaanse leger is niet opgezet als ontwikkelingsorganisatie.

5) Barack Obama en zijn adviseurs hebben de stellige overtuiging dat de contraterroristische activiteiten van Amerika zich voornamelijk op Afghanistan en Pakistan moeten concentreren. Dit lijkt in overeenstemming met uw analyse te zijn. Maar de Democraten pleiten ook voor een assertievere houding van Amerika in de Federally Administered Tribal Areas (FATA) die, zoals u heeft opgemerkt, een veilige haven bieden aan de Taliban en Al Qaida. Amerika heeft in dit gebied al verschillende luchtaanvallen met onbemande vliegtuigen uitgevoerd.
Wat zal volgens u het effect van een sterkere Amerikaanse inmenging zijn op de relatie tussen de Verenigde Staten en Pakistan?

Op dit moment worden de FATA-gebieden bijna volledig beheerst door Taliban-milities uit Pakistan, die bescherming en onderdak bieden aan de Afghaanse Taliban en Al Qaida. De FATA bestaan uit zeven tribale gebieden, die samen ongeveer even groot zijn als België, met een bevolking van ca. 3,5 miljoen mensen, hoofdzakelijk Pashtun. In de afgelopen paar jaar is het leger er niet in geslaagd om bescherming te bieden aan tribale leiders, aan beroepsgroepen als leraren en artsen en ook aan plaatselijke tegenstanders van de Taliban. Veel van deze mensen zijn vermoord, vele anderen zijn gevlucht. Op dit moment zijn er ongeveer 400.000 vluchtelingen uit de FATA-gebieden. Ze zitten verspreid over andere delen van Pakistan en zelfs Afghanistan, dat ironisch genoeg als veiliger wordt beschouwd dan de FATA. Hierdoor heeft de Pakistaanse Taliban de macht in handen en is het op dit moment onmogelijk om enige vorm van ontwikkelingswerk te doen.

De Pakistaanse Taliban is nu bezig om zijn grondgebied uit te breiden naar de bewoonde delen van de noordwestelijke grensprovincie. De Taliban is aangekomen in Attock bij de rivier de Indus, die in wezen de culturele en sociale scheidslijn vormt tussen aan de ene kant Afghanistan, Centraal-Azië en Punjab, en aan de andere kant het Indiase subcontinent. Dat is een zeer gevaarlijke ontwikkeling voor Pakistan, en ook voor de rest van de wereld.

Wat de FATA allereerst nodig hebben, is een veel omvattend plan om de tribale organisaties in te bedden in het reguliere Pakistaanse politieke en juridische systeem. De Taliban heeft een duidelijke visie op de toekomst van de FATA en wil een staat die onderworpen is aan de sharia. De nieuwe Pakistaanse regering stelt hier niets tegenover, hoewel Benazir Bhutto vlak voordat ze werd vermoord beloofd had een nieuwe visie te formuleren. De wetshandhaving in de FATA en de status van het gebied moeten worden genormaliseerd en er moet een uitgebreid pakket van hulp voor de lange termijn komen, waarin wordt voorzien in ontwikkeling, banen etc. Maar dit is allemaal niet mogelijk als het Pakistaanse leger de FATA-bevolking niet beschermt, wat tot nu toe het geval is. Deze ontwikkelingen kunnen niet van de ene op de andere dag met wetten worden afgedwongen. Er zijn ingrijpende economische, sociale en militaire maatregelen nodig in de regio, en ook geld, om veranderingen te bewerkstelligen. Maar eerst moet er bij de regering sprake zijn van een visie en van politieke wil.

In de Verenigde Staten steunen de beide grote politieke partijen een dergelijk plan, en Amerika heeft al aangegeven geld beschikbaar te willen stellen. Ook de Europese Unie en de Wereldbank trekken geld uit. Maar dit moet niet worden uitgegeven voordat Pakistan radicale politieke stappen neemt met betrekking tot de FATA. Op dit moment zou het geld voor hulp in de zakken van het leger of de Taliban verdwijnen. Tegelijkertijd zou het rampzalig zijn als Amerikaanse troepen de Durand-lijn overschreden en aanvallen in de FATA-gebieden gingen uitvoeren. Er zou dan een storm van protest opsteken in de hele Pashtun-regio, wat kan leiden tot een ernstige destabilisatie van de regering, bijvoorbeeld door middel van zelfmoordaanslagen. In plaats daarvan zouden de Verenigde Staten gebruik moeten maken van onbemande vliegtuigen en aanvallen op lange afstand uitvoeren als ze informatie hebben over specifieke doelen. Verder is het zo dat Amerikaanse troepen nog geen Talibanleiders hebben aangevallen die in Pakistan wonen. Dit zou een volgende stap kunnen zijn, want tot nu toe hebben de Amerikanen met opzet alleen Al Qaida-leden als doelwit gehad.

6) In uw werk bekijkt u de crisis in Afghanistan en de grensregio met Pakistan consequent in de bredere context van de onzekere politieke situatie in de Centraal-Aziatische landen, die veelal post-Sovjetstaten zijn. U wijst met name Oezbekistan aan als een land dat volgens u kwetsbaar is voor radicale organisaties, zoals de aan Al Qaida gelieerde Islamitische Beweging van Oezbekistan. Waarom is Oezbekistan zo’n populair doelwit voor terroristische organisaties en hoe denkt u dat de situatie zich zal ontwikkelen?

Oezbekistan is het scharnierpunt van Centraal-Azië, de sleutel tot stabiliteit in de hele regio. Het land beschikt weliswaar niet over enorme olie- en gasvoorraden, zoals Turkmenistan of Kazachstan, maar de helft van de 50 miljoen inwoners van Centraal-Azië leven er, en vormen samen een gemengde bevolking waarin de vele etnische groepen uit de regio zijn vertegenwoordigd. Geografisch gezien leidt alles door Oezbekistan: wegen, pijpleidingen en water. Ook heeft Oezbekistan grote, goed georganiseerde en diep gewortelde islamitische bewegingen die teruggaan tot de tijd van de tsaren en het Sovjet-tijdperk.

President Islam Karimov staat aan het hoofd van een zeer onderdrukkend, corrupt en totalitair regime en heeft in tegenstelling tot de andere post-Sovjetstaten altijd geweigerd om zelfs maar de meest elementaire economische en politieke hervormingen door te voeren. Er is geen democratie en geen officiële oppositie, en als gevolg daarvan is de feitelijke oppositie ondergronds gegaan waarbij men in hoog tempo radicaliseert. Veel jonge mensen voelen zich aangetrokken tot de militante islam, wat er tegenwoordig op neerkomt dat je naar de FATA en Afghanistan gaat voor een opleiding van de Islamitische Beweging van Oezbekistan en andere radicale groepen die gelieerd zijn aan Al Qaida en de Taliban. Dergelijke groepen zijn tegenwoordig ‘pan-Centraal-Aziatisch’ van aard, omdat ze bijvoorbeeld rekruten uit het Chinese Xyinjiang aannemen, of Tsjetsjenen uit de Kaukasus. De Amerikaanse relatie met Oezbekistan is altijd gecompliceerd geweest, maar onder Bush is de nadruk volledig komen te liggen op het gebruik van Oezbekistan als basis om militaire operaties te ondersteunen.

De opvolging van de oude en zieke Karimov zal waarschijnlijk een ernstige crisis tot gevolg hebben. Binnen zijn regime is een machtsstrijd aan de gang over die opvolging, terwijl hijzelf de rijkdommen van zijn familie probeert veilig te stellen en erop staat dat zijn dochter Gulnara hem opvolgt. Elke crisis rond zijn opvolging die het regime verdeelt, zal ogenblikkelijk worden uitgebuit door de Islamitische Beweging van Oezbekistan en andere groepen, omdat er geen democratisch oppositie in het land is. Deze militante groepen zijn nu bezig om een ondergrondse islamistische beweging op te zetten in Centraal-Azië, die ook wel wordt aangeduid als de “Centraal-Aziatische Taliban”. De schokgolven van een gedestabiliseerd Oezbekistan zullen in de hele regio worden gevoeld.

Ahmed Rashid is een Pakistaanse journalist die woont in Lahore. Hij schrijft voor The Washington Post, The New York Review of Books, The Daily Telegraph, The International Herald Tribune, BBC Online, en The Nation. Hij schreef eerder de boeken Jihad, Taliban en The Resurgence of Central Asia.

Descent Into Chaos: The United States and the Failure of Nation Building in Pakistan, Afghanistan, and Central Asia
Ahmed Rashid, juni 2008

This entry was posted in Books. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>