It’s capitalism, stupid!

De diepere oorzaak van de huidige crisis ligt bij de stagnerende winstgevendheid van het kapitalisme in de jaren zeventig

In de afgelopen weken sloeg de chaos weer toe op de beurzen toen voor het eerst sinds 2008 de koersen kelderden met vier procent of meer. Aanleiding is de schuldencrisis in de VS en Europa, en een daling van economische groei die de angst voor een ‘dubbele dip’ verder aanwakkert. Economen en politici die het einde van de crisis hadden voorspeld, vragen zich af wat er aan de hand is.

Het antwoord: it’s capitalism, stupid!

Hoe zat het ook alweer? De eerste fase van de crisis begon in 2007 met het uiteenbarsten van de financiële luchtbel die gebaseerd was op riskante leningen en daarop gebaseerde speculaties, waardoor burgers en banken enorme schulden hadden opgebouwd. Die luchtbel had veel te maken met de hebzucht van bankiers en speculanten, maar de interessante vraag is waar het geld van de financiële instellingen vandaan kwam en waarom het aan leningen besteed werd in plaats van productieve investeringen.

De diepere oorzaak van de huidige crisis ligt bij de stagnerende winstgevendheid van het kapitalisme in de jaren zeventig. Deze grafiek laat bijvoorbeeld zien hoe vanaf 1968 tot begin jaren tachtig de winsten in de VS als percentage van het Bruto Nationaal Product daalden. Om deze trend tegen te gaan en de winsten omhoog te krikken hebben vanaf de jaren tachtig regeringen niet alleen geprivatiseerd zodat nieuwe winstbronnen aangeboord werden (denk aan het openbaar vervoer en de zorg), maar ook de verzorgingsstaat uitgekleed. Zo kon de belasting op winsten omlaag terwijl de lonen flink achterbleven bij de productiviteitsstijging. Ook hebben ze de financiële markten drastisch gedereguleerd. Dit is het neoliberale project in het kort: de herverdeling van rijkdom, van arbeid naar kapitaal.

Het resultaat was dat werkgevers weer winst maakten, maar ze waren minder geneigd om hun nieuwe rijkdom in de productieve sector te investeren wegens de genoemde stagnatie van winstgevendheid. Het geld vloeide naar de financiële markten waar op korte termijn grote winsten vielen te behalen. Zo begon de financiële economie sterk uit de pas te lopen met de industrie en de dienstensector. Aan de kant van de werknemers was het probleem dat zij minder geld hadden voor consumptie, vooral in de VS waar het reële loon in de afgelopen drie decennia daalde (zie deze grafieken).

Deze onevenwichtigheid werd opgelost door het verlagen van de rente en het versoepelen van de regels voor leningen en hypotheken, zodat werknemers via steeds grotere schulden hun koopkracht op peil konden houden (Nederland heeft inmiddels de grootste hypotheekschuld van de wereld). De economische groei tussen 2002 en 2007 die op dit mechanisme rustte kwam tot een abrupt einde toen veel leningen niet terugbetaald konden worden en de financiële luchtbel uiteen spatte.

Het omvallen van banken zoals Lehman Brothers in 2008 luidde de tweede fase van de crisis in en leidde door de globalisering van het kapitalisme al snel tot een wereldwijde recessie in 2009. Nederland werd getroffen door de faillissementen van Icesave en DSB en de miljarden die de staat in onder andere Fortis, ING, Aegon en SNS Reaal moest pompen om ze overeind te houden.

Daarmee ging de crisis haar derde fase in: het omzetten van de private schulden van banken in staatsschulden, met het doel om de rekening van de crisis naar werknemers, werklozen en studenten door te schuiven. Sinds begin 2010 zijn door de bezuinigingen en het verlagen van lonen en uitkeringen de winsten van bedrijven enigszins hersteld, maar deze stijging zal slechts van korte duur zijn omdat door diezelfde maatregelen de koopkracht van consumenten gedaald is. Banken vertrouwen elkaar en de staten met hoge schulden niet meer waardoor de geldstroom stagneert. De kans op een tweede recessie is daarom extreem groot. En dit keer hebben de centrale banken en overheden niet meer dezelfde trucs in handen om de groei te stimuleren. De rente is al extreem laag en honderden miljarden zijn al uitgegeven aan het redden van de banken bij de recessie van 2009.

Deze derde fase van de crisis leidt tot een verscherping van de klassenstrijd – wie van eufemismen houdt mag het sociale onrust noemen. In het Midden-Oosten heeft dat zich al geuit in opstanden en revoluties. In landen zoals Egypte, Tunesië, Syrië, Jemen en Libië heeft niet alleen de dictatuur maar ook het neoliberalisme van de laatste twee decennia de voedingsbodem gecreëerd door de stijging van de voedselprijzen.

In Europa zelf ontwikkelt de klassenstrijd zich net zo ongelijkmatig als het verloop van de economische crisis zelf. In landen waar de crisis het hardst is aangekomen, zoals in Griekenland, Spanje, Portugal, Ierland en Italië, zien we naast massale demonstraties, ook bezettingen van pleinen en algemene stakingen. In Groot-Brittannië waren de groeiende sociale ongelijkheid en jeugdwerkloosheid een belangrijke reden achter de straatrellen van begin augustus.

In Nederland zijn tussen 2008 en 2010 de eerste gevolgen van de crisis opgevangen door het laten stijgen van de staatsschuld. VVD, CDA en PVV wachtten vervolgens tactisch tot de Provinciale Statenverkiezingen van begin dit jaar, voordat ze hun bezuinigingsmaatregelen begonnen door te voeren. Sindsdien zijn ook de beginnetjes van de strijd in Nederland steeds zichtbaarder aan het worden, met acties door onder andere studenten, kunstenaars, gehandicapten en personeel in het openbaar vervoer. Maar net als zijn Europese collega’s is Ruttes kabinet vastberaden om op Prinsjesdag de rekening te presenteren aan werknemers, gepensioneerden, gehandicapten en studenten.

Het is erg makkelijk om cynisch te reageren op dit verhaal met de uitroep dat er geen alternatief is voor de bezuinigingen. Maar denk aan de volgende maatregelen. Multinationals betalen in Nederland nauwelijks belasting, waardoor de overheid per jaar 16 miljard misloopt. Als de regering nou eens het geld gaat halen waar het zit, dan zou het grootste deel van de 18 miljard bezuinigingen geschrapt kunnen worden. Het verhogen van de winstbelasting dat in de afgelopen dertig jaar terug is gebracht tot 25,5 procent levert miljarden euro’s op die geïnvesteerd kunnen worden in het onderwijs en de zorg. Met het schrappen van de hypotheekrenteaftrek voor huizen boven 500.000 euro kan een fonds opgezet worden om tienduizenden groene banen te creëren, door bijvoorbeeld huizen te isoleren en windmolenparken te bouwen.

Deze alternatieven zouden gerealiseerd kunnen worden als de politieke prioriteiten drastisch worden omgegooid zodat niet meer het winstbejag van de elite die de banken, financiële instellingen, multinationals en grote ondernemingen in handen heeft centraal staat maar de belangen van mens en milieu. Kortom: mensen boven winst!

joop.nl

This entry was posted in Politics, World. Bookmark the permalink.

Comments are closed.