Nederlanderschap van vreemde smetten vrij!. door: Lammert de Jong & Pooyan Tamimi Arab

De regering Rutte (minister Donner) heeft een wetsvoorstel aanhangig gemaakt met betrekking tot de dubbele nationaliteit. Dit wetsontwerp heeft o.a. ten doel om de dubbele nationaliteit zoveel mogelijk te beperken, zowel voor (oud-) Nederlanders en hun kinderen alsook voor immigranten. De wetswijziging heeft gevolgen voor Nederlanders (personen met de Nederlandse nationaliteit), en voor personen die het Nederlandse burgerschap ambiëren, veelal immigranten die Nederlander willen worden.

Voor Nederlanders betekent de wetswijziging dat een Nederlander de Nederlandse nationaliteit automatisch verliest bij vrijwillige verkrijging van een andere nationaliteit, ongeacht wat de nationaliteitswetgeving van dat andere land bepaalt (art. 15 RWN). De Amerikaanse nationaliteitswetgeving kan bijvoorbeeld wel toestaan dat een Nederlander zijn Nederlandse nationaliteit behoudt wanneer hij Amerikaan wordt, de Nederlandse wetgeving zegt dan toch in principe: automatisch verlies van het Nederlanderschap.1)

De regeling van verlies van Nederlanderschap (de verliesgronden) kende tot dusver een reeks uitzonderingen. De veruit belangrijkste voorgestelde wetswijziging voor expats in het buitenland is dat deze uitzonderingen op de verliesgronden van het Nederlanderschap komen te vervallen. Vrijwillige verkrijging van een andere nationaliteit levert dus altijd automatisch verlies van het Nederlanderschap op. Nederland zwemt daarmee tegen de stroom in. Het verkrijgen van een vreemde nationaliteit als verliesgrond is recentelijk juist afgeschaft in Noorwegen, Luxemburg, België, Finland, IJsland, en Zweden. En buiten Europa, in Cuba, de Filippijnen, Australië en Venezuela.2)

Met betrekking tot immigranten die Nederlander willen worden betekent de wetswijziging dat in vrijwel alle gevallen afstand gedaan moet worden van de nationaliteit van het land van herkomst, en eventuele andere nationaliteiten. Dit is niet het geval wanneer afstand van een andere nationaliteit redelijkerwijs niet verlangd kan worden, bijvoorbeeld wanneer de nationaliteitswetgeving van het land van die andere nationaliteit geen mogelijkheid tot afstand doen kent (in casu Marokko en Argentinië).

De wetswijziging beoogt een dubbele nationaliteit te voorkomen. De ruim 1 miljoen Nederlanders die een al dubbele nationaliteit hebben, mogen die houden maar lopen volgens de strekking van deze wetswijziging eigenlijk uit de Nederlandse pas. De nu bestaande uitzonderingen op de afstandsverplichting komen te vervallen. Ook de echtgeno(o)t(e) van een Nederlander die Nederlander wil worden moet afstand doen van zijn (haar) oorspronkelijke nationaliteit. In geval van echtscheiding, geen uitzonderlijk fenomeen, heeft betrokkene dus geen andere dan de Nederlandse nationaliteit. Susanne Mooij, advocaat Immigratie- en Nationaliteitsrecht, noemt het wetsvoorstel ‘[…] een uitholling van de Rijkswet op het Nederlanderschap 2003.3) Daarentegen is ruim 60 procent van de Nederlanders van 18 jaar en ouder tegen een dubbele nationaliteit. Vooral lager opgeleiden en 45-plussers zijn hiervan geen voorstander (CBS, 2011). Over de stelling ‘Ministers mogen geen dubbele nationaliteit hebben’ zijn de opvattingen nog meer uitgesproken: 70 procent vindt dat dit niet mag worden toegestaan, tegenover 18 procent van wie het wel mag. Nederland telde in 2010 ruim 1,1 miljoen inwoners die naast de Nederlandse nationaliteit ten minste 1 niet-Nederlandse nationaliteit bezaten.4)

Expats mogen niet vreemd gaan!
Tijdens een bijeenkomst Dubbele Nationaliteit in The Netherlands Club of New York, een Nederlandse expat-club voor allerlei aangelegenheden (o.a. Nederlandse politiek, boekpresentaties, culturele manifestaties) was de aandacht in eerste instantie gericht op de verliesgronden van het Nederlanderschap. Dat spreekt voor zich, het merendeel van de aanwezigen heeft een Nederlandse nationaliteit en maakte zich zorgen over het verlies van het Nederlanderschap, door huwelijk, of verkrijging van de Amerikaanse nationaliteit, meerjarig verblijf in het buitenland, en wat dies meer zij. De bezwaren varieerden van een devaluatie van het Nederlanderschap in het buitenland; een fors estate tax verlies; onderwaardering van de ambassadeursfunctie die expats hebben voor het Nederlandse belang in het buitenland (Vriesekoop, 2011, 35) 5); afbraak van een eigentijdse manifestatie van een Nederlandse VOC mentaliteit. De onhandige verwijzing naar de VOC maakt duidelijk dat minister-president Balkenende in 2006 niet voor dove expat oren had gesproken (Jong, 2010, 23-24). Na afloop van de bijeenkomst werd een petitie rondgezonden, geadresseerd aan de Tweede Kamer:

Wij
Nederlanders die in het buitenland wonen of werken
constateren
dat Minister Donner een wetsvoorstel heeft ingediend tegen dubbele nationaliteit; dat dit voorstel tot gevolg zal hebben dat Nederlanders in het buitenland hun Nederlandse staatsburgerschap kwijtraken als zij een paspoort krijgen van het land waar zij wonen of werken; 
en zijn van mening 
dat het wetsvoorstel geen fatsoenlijk beleidsdoel dient en onterecht uitgaat van de idee dat nationaliteit en loyaliteit aan Nederland zomaar verdwijnen met het aannemen van een andere nationaliteit en
en verzoeken
de Leden van de Tweede Kamer het wetsvoorstel af te wijzen.

Immigranten worden ontsmet!
De vraag “waarom moet dit?” kwam pregnant aan de orde toen de bijeenkomst halverwege werd opgeluisterd door drie Nederlandse Tweede Kamerleden, Tofik Dibi (Groen Links), Khadya Arib (PvdA) en Fatima Koser Katya (D66), allen nieuwe Nederlanders. Het zou voornamelijk gaan om de loyaliteit van nieuwe Nederlanders, immigranten die Nederlander willen worden: allochtonen. Zij zouden moeten kiezen voor een exclusieve Nederlandse identiteit door bij verkrijging van het Nederlanderschap afstand te moeten doen van de nationaliteit van het land van herkomst. De expats in the Netherlands Club of New York zouden collateral damage zijn; de wetswijziging beoogt immigranten in Nederland van vreemde smetten vrij te wassen.

Voor personen die Nederlander willen worden schrijft de voorgestelde wetswijziging dat de oorspronkelijke nationaliteit vervalt bij verkrijging van de Nederlandse. Met andere woorden, de wetswijziging beoogt een zuivering van het Nederlanderschap. Iemands keuze voor het Nederlanderschap heeft tot gevolg dat afstand wordt gedaan van de aan het land van herkomst verbonden nationaliteit; de formele band met het land van herkomst wordt verbroken. Impliciet wordt verondersteld dat de daar geleerde taal en verworven cultuur moet worden vergeten. Men moet kiezen voor een exclusieve Nederlandse nationaliteit, bewaakt door Nederlandse dijkgraven. Zo niet, dan is er sprake van een loyaliteitsprobleem, althans zo werd het in de Tweede Kamer gesteld tijdens het debat over de dubbele nationaliteit van aantredende bewindslieden. Datgene wat niet-Nederlands is wordt als vreemd gezien, raar, unheimlich en bedreigend.6) Zo vergaat het de Moslima die in Nederland haar hoofddoek wil (blijven) dragen. Een kopvoddenbelasting zou dat strafbaar moeten maken, en haar daarmee dwingen deze rarigheid af te leggen. Het is toen niet zover gekomen. In de aanpassing van de Nederlandse nationaliteitswetgeving vindt de idee van de kopvoddenbelasting zijn uitdrukking in de eigen-aardigheid van iemands verleden; daarvan moet afstand worden gedaan. Immigranten die het Nederlanderschap willen verkrijgen, moeten zich op deze manier van vreemde smetten vrij verklaren!

Europees Burgerschap
In Europees verband gedraagt Nederland zich incongruent door haar (nieuwe) burgers vast te spijkeren op een exclusieve Nederlandse nationaliteit. Een Europese burgerschap werd in 1983 in het verdrag van Maastricht opgenomen. Nederlanders hebben behalve de Nederlandse nationaliteit inmiddels het “burgerschap van de Unie.” Dit Europese burgerschap komt niet in de plaats van het Nederlanderschap, maar er naast. Deze voorziening van een Europees burgerschap is een uitbreiding van het nationale burgerschapsformaat, en daarmee een aanpassing aan de toenemende transnationale vervlechting van overheidsbestuur, economische markten en internationaal financieel verkeer, alsook van het verkeer van personen tussen de landen van de Europese Unie en daarbuiten. De dubbele nationaliteit van ruim 1 miljoen Nederlanders is een reflectie van het toegenomen personenverkeer.

Het Europese burgerschap is nog van beperkte reikwijdte: “het omvat onder meer het recht zich vrij op het grondgebied van de lidstaten te verplaatsen en er vrij te verblijven en het actief en passief kiesrecht bij de gemeenteraadsverkiezingen – ongeacht nationaliteit van de betreffende staat – en voor het Europese Parlement (Hirsch Ballin, 2011, 22).” De uitoefening van het Europese burgerschap staat nog in de kinderschoenen. Wat betreft de betrokkenheid van de burger bij de Europese Unie valt er nog veel in te halen. Voor veel Nederlandse burgers houdt het burgerschap bij de landsgrenzen op. De verkiezingen voor het Europees Parlement in 2009 vertoonden een magere Nederlandse opkomst van 37%, tegenover een EU-totaal van 43%, de laagste opkomst in de verkiezingsgeschiedenis van de Europese Unie. Terwijl de soevereiniteit van de Nederlandse natiestaat in toenemende mate in tandem met “Brussel” wordt uitgeoefend, blijft de collectieve voorstelling van landsgrenzen in sterke mate de betekenis van het burgerschap van Nederlanders bepalen.
Maar toch, in het Verdrag van Maastricht is overeengekomen dat de burgers van de Europese Unie niet alleen burger zijn van het eigen land maar ook van de Europese Unie.

Hier is dus sprake van een formele verbinding van de Nederlandse burger met de jurisdictie van de Europese Unie. De landen van de Europese Unie zijn als Europese verdragspartners een meervoudig transnationaal burgerschap overeen gekomen. Dat is veelbetekenend, óók wanneer het Europese burgerschap vooralsnog constitutioneel en in de praktijk nog niet veel voorstelt. Het is het begin van een ontwikkeling de reikwijdte van het burgerschap over de nationale grenzen heen – in Europees verband – daadwerkelijk uit te bouwen, dat wil zeggen een uitbreiding van de nationale burgherscope in transnationaal staatsverband. Zodoende wordt het burgerschap afgestemd op de gewijzigde statelijke jurisdicties in Europa zoals die de sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw geleidelijk tot stand zijn gekomen. Op hun beurt zijn deze veranderingen geworteld in een 30 jarige Europese oorlogsgeschiedenis (1915-1945) die uiteindelijk de beweging van een voortschrijdende Europese eenwording heeft gedesigneerd. Deze Gründung van de Europese Unie lijkt uit de collectieve herinnering te verdwijnen; zij zou op zijn minst evenveel aandacht moeten krijgen als de recente lotgevallen van de Euro: “Remember!” 7)

Flexibiliteit
Het is niet langer vanzelfsprekend dat mensen voor goed naar elders migreren, zoals de ca. 400.000 Nederlanders die in de periode 1950-1964 naar de Verenigde Staten, Canada, Australië en Nieuw Zeeland vertrokken. Toch keerde ongeveer een derde hiervan na kortere of langere tijd naar Nederland terug (Lucassen & Lucassen, 2011, 110). Tegenwoordig wisselt men van woonplaats en land al naar gelang de mogelijkheden van (voortgezette) opleiding en carrière, werkgelegenheid, partnerschap en pensionnering. Een vaste woonplaats en een vaste baan voor het leven is voor menigeen inmiddels een anachronisme. Deze flexibiliteit brengt met zich mee dat al naar gelang de (tijdelijke) plaats van vestiging opeenvolgende verbanden met verschillende gemeenschappen, naties en staten kunnen ontstaan, elk met een eigen persoonlijke betekenis. Dit valt in de regel niet te plannen; studie in het buitenland kan worden vervolgd met een baan in dat land en/of huwelijk/partnerschap met een buitenlander, ofwel met een retour Nederland, afhankelijk van de wensen, opties, kansen, of ambities “to make it here.” Zo kan een langdurig verblijf in het buitenland bijvoorbeeld worden afgesloten met de wens zich weer in het “bekende” land van herkomst te willen vestigen. Dit geldt zowel voor Nederlanders in het buitenland als voor Nederlanders in Nederland met een ander land van herkomst.

Uiteraard zijn lang niet alle Nederlanders chronische landverhuizers, maar wel een toenemend aantal. Lang niet iedereen is in beweging of kosmopoliet, en hoeft dat ook niet te zijn, maar voor hen die wel deel zijn van het tijdperk van de cocktail (Tamimi Arab, 2011) mag de enkelvoudige nationaliteit – letterlijk – geen sta in weg zijn: “Meervoudige nationaliteit is de juridische weerspiegeling van de maatschappelijke realiteit dat mensen in meervoud bij een samenleving en haar rechtsorde betrokken kunnen zijn. In de 21ste eeuw zal dit in toenemende mate van invloed zijn op staatsburgerschap en de uitoefening van burgerrechten (Hirsch Ballin, 2011, 21).” Het Nederlanderschap is geen poldercertificaat dat wordt ontsiert door een dubbele nationaliteit, integendeel, een dubbele nationaliteit doet recht aan een toekomstgericht en open-minded Nederlanderschap. Zowel Nederlandse expats als Nederlanders van andere herkomst worden door deze wetswijziging in hun Nederlanderschap getroffen. Zij moeten zich gezamenlijk verweren: Nederlanders, aller landen, verenigt U!

Sint Eustatius – Delft, 6 november 2011

Dr. Lammert de Jong was o.a. vertegenwoordiger van de Nederlandse regering in de Nederlandse Antillen en directeur van de ontwikkelingsorganisatie Stichting Nederlandse Vrijwilligers in Benin. 
Hij sloot zijn ambtelijke loopbaan af als adviseur koninkrijksrelaties. Sindsdien heeft hij als freelance wetenschapper gepubliceerd over postkoloniale natievorming in het Caribische gebied. Zijn meest recente boek, Being Dutch, More or Less, gaat over de belevenissen van de Nederlandse identiteit en werd uitgegeven door Rozenberg Publishers.
Pooyan Tamimi Arab heeft kunstgeschiedenis en filosofie gestudeerd in Amsterdam en New York. Op dit moment is hij promovendus Culturele Antropologie in Utrecht.

Noten

1-  Summary van Susanne Mooij De belangrijkste wijzigingen voor (oud-) Nederlanders en hun zin in het buitenland. Ter gelegenheid van: Politiek Debat over Dubbele Nationaliteit. The Netherlands Club of New York, 18 october 2011.
2- Verslag Politiek Debat over Dubbele Nationaliteit in The Netherlands Club of New York. http://www.netherlandclub.com/pages/gallery/
3- http://www.rnw.nl/nederlands/article/strengere-nationaliteitswet-donner-doet-wat-leers-niet-kan
4- http://www.cbs.nl/nl-NL/menu/themas/overheid-politiek/publicaties/artikelen/archief/2011/2011-3373-wm.htm
5- Bijvoorbeeld Marieke Reichwein, Nederlandse, in Peking: “Met veel plezier herinnerde Marieke mij eraan dat ik bij haar een cursus Chinees had gevolgd in Amsterdam voordat ik in Leiden ging studeren. Zij woonde inmiddels al jaren in Peking en gaf leiding aan een goedlopend consuancybureau voor Nederlandse bedrijven die zich in China willen vestigen.”
6- Fatwa van de Dag: “Verhagen: Angst voor buitenlanders, begrijpelijk en terecht.” Website Republiek Allochtonie, 29 juni 2011. En: ‘Verhagen zegt dat de vrees van Nederlanders voor buitenlandse invloeden “begrijpelijk” en “terecht” is.’ In: Toespraak Maxime Verhagen over Populisme, NRC.nl, 28 juni 2011.
7- Roger Cohen : ‘ […]I love the bland Brussels institutions that gave my generation a peace denied its forbears — all those young men engraved in stone and granite on melancholy town squares across Europe. It’s a measure of the success of the European Union that peace is now taken for granted by its half billion inhabitants. Nobody pauses at the memorials. These days I find myself wanting to shout: “Remember!” In: The Beauty of Institutions, The New York Times, 24th October 2011.

Literatuur

Hirsch Ballin, E.M.H (2011) Burgerrechten. Rede uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar in de rechten van de mens aan de Universiteit van Amsterdam.
9 September 2011.

Jong, Lammert de (2010) Being Dutch, more or less. In a Comparative Perspective of USA and Caribbean Practices. Amsterdam: Rozenberg Publishers.

Lucassen, Leo & Jan Lucassen (2011) Winnaars en Verliezers. Een nuchtere balans van vijfhonderd jaar immigratie. Amsterdam: Uitgeverij Bert Bakker.

Tamimi Arab, Pooyan (2011) “Als je Nederlands en Iraans bent. Het tijdperk van de cocktail.” Eutopia Institute: http://www.eutopiainstitute.org/2011/02/als-je-nederlands-en-iraans-bent/

Vriesekoop, Betinne (2011) Duizend Dagen in China. Amsterdam: Neigh & Van Ditmar.

This entry was posted in Diversity, Politics. Bookmark the permalink.

Comments are closed.