”Dus ging Anil in zijn eentje de barricaden op”

Na een druk en gepassioneerd leven als veelbesproken televisiemaker en auteur, koos Anil Ramdas 16 februari 2012 voor de dood. Eutopia vroeg vier collega-denkers naar de betekenis die zijn werk voor hen gehad heeft.

Mirjam Shatanawi, Conservator Midden-Oosten en Noord-Afrika bij het Tropenmuseum in Amsterdam.

“Ramdas slaagde erin om de gevestigde stellingen over migranten uit de weg te gaan en mensen op een hele onverwachte manier te laten kijken naar onderwerpen rondom de multiculturele samenleving. Dat bewonder ik erg. Ineens ging het dan over voetbal of Bollywood. Hij wist de geijkte discussies uit de weg te gaan en nieuwe invalshoeken te vinden. Dat is volgens mij de enige manier om al die stellingen uit de weg te ruimen.
Hij was in staat nieuwe verbanden tussen zaken te leggen, waardoor de analyse op een hoger niveau belandde, en lichtte er op een bijna poëtische manier details uit die zijn meta-analyse illustreerden.

Het blijft voor immigranten heel lastig om openlijk te reflecteren op zichzelf en de
samenlevingen waarin ze zich begeven. Je wilt je eigen cultuur niet afvallen en de negatieve
beeldvorming in Nederland niet verder voeden, maar je hebt ook wat te zeggen. Iemand als Hirsi Ali sneed zich gewoon helemaal af van haar herkomstland, maar Ramdas zocht een elegantere, loyale manier – en dan stel je altijd iemand teleur. Nederlanders zeggen dat je te weinig kritiek hebt, terwijl de Surinamers je een nestbevuiler vinden. Het blijft balanceren, het blijft lastig.

Binnen de traditionele media in Nederland is eigenlijk geen plaats meer voor intellectuelen
als Ramdas. Ik weet ook niet of die nog wel willen verschijnen in programma’s als Pauw &
Witteman; het debat wordt daar op zo’n manier gevoerd dat je alleen maar de clichés kunt
bevestigen.

Niemand om mij heen leest nog Nederlandse kranten, daar staat toch niets in wat je wilt lezen. Daarvoor gaan we naar Facebook, waar internationaal georiënteerde mensen zitten die je kunnen wijzen op dingen die veel meer de moeite waard zijn – ongeacht de plaats
waar ze geschreven zijn. Anil Ramdas was van een generatie die waarschijnlijk nog gelooft in de krant en de TV als plek voor intellectueel debat, maar hij zou wellicht gelukkiger geweest zijn in een digitale wereld. ”

Mohammed Benzakour, publicist

“Toen ik de journalistiek binnen kwam, was Ramdas al gearriveerd. Hij was voor mij een soort held, een uniek voorbeeld van een andere manier van kijken: fris, scherp en kleurrijk. Zijn werk stond garant voor goede opinievorming.

Niemand kon problemen rond zaken als Suriname, de ex-koloniën of stadscreolen zo duidelijk uitleggen aan de Nederlanders – en tegelijkertijd Nederland zo scherp uitleggen aan de Surinamers. Hoewel hij zelf geen Marokkaan of moslim was, heeft hij ook in het islamdebat een belangrijke bijdrage geleverd: hij schreef een essay over radicalisering van een jongen uit Kashmir bij de Taliban. Hij beschreef zijn levensloop op zo’n manier dat iedereen begrijpt dat zo’n jongen zich opblaast.

Toen ik hem in persoon leerde kennen, ontdekte ik dat hij altijd in het middelpunt van de belangstelling wilde staan en altijd gelijk wilde hebben. Dat heeft iets moralistisch en betuttelends, maar als vorm van engagement vindt ik het ook mooi. Je kan niet geëngageerd zijn zonder idealistische of moralistische overtuiging: juist omdat je vindt dat het zo is, ga je ander de les lezen. Anderen hebben vaak een mening voor de bühne, maar Ramdas trok dat tot in het persoonlijke door. Dan heb je ballen.”

Jude Kehla, raadslid Stadsdeel Amsterdam Zuid-Oost

“Eén van de eerste dingen die ik me van Anil herinner, is een lezing waarin hij zei nooit meer te willen praten over de multiculturele samenleving. Dat gegeven was voor hem zo vanzelfsprekend, dat hij het bijna gènant vond dat hij steeds weer gevraagd werd daarover te spreken. Hij was die fase allang gepasseerd. Dat was voor mij Anil ten voeten uit. Zijn woorden konden soms beschamend zijn voor zijn toehoorders en voor degenen die hem uitnodigden, maar je wist wel waar zijn hart lag.

Zijn helden waren mensen die verschillende werelden in zich weten te verenigen; zo probeerde hij zelf ook te leven. In zekere zin is zijn dood misschien ook uiting van zijn onvermogen dat te doen: hij wilde een modelburger zijn, en kritiek leveren is misschien wel de hoogste eer. Het is een vorm van liefde aan je geadopteerde land. Hij wilde de Nederlandse samenleving verbeteren en hij heeft dat met al zijn talenten geprobeerd te doen. Tegelijkertijd kan ik niet anders dan constateren dan dat hij het gelukkigst was in India, waar hij kon kijken met de bril van een Nederlander, terwijl hij bij terugkomst weer allochtoon was.

Hij vocht constant tegen die poging tot labeling, die poging hem in de hoek te zetten. Het moet verwarrend geweest zijn, want hij had ook succes: hij was directeur van De Balie, zat in allerlei besturen, was deel van establishment en toch buitenstaander. De intelligentsia waar hij zo graag bij hoorde begon heel anders te denken, te praten, te roepen – en niemand zei er iets van. Dus ging Anil in zijn eentje de barricaden op.

Stel je voor hoe het voelt voor iemand als Anil, iemand die telkens het debat opzoekt, als je alleen maar moet reageren op de toon van het debat nu. Denk aan het conflict dat hij had met Joost Zwagerman over Anils gebruik van de term ‘white trash’. Wat was daar zo erg aan? Nederlanders gebruiken het begrip ‘negers’ non-stop. Het is de manier waarop het Nederlandse debat tegenwoordig gevoerd wordt – je kunt het niet eerst over ‘kut-Marrokkanen’ hebben en je dan vervolgens druk maken over ‘white trash’.

Volgens mij was dat voor Anil frustrerend: hij gebruikte een labeling die sociologisch en literair iets betekent, en werd daarop aangevallen alsof hij niet van Nederland hield. Het gebruik van die term was niet à la Anil – die was elegant – maar je kan niet hoogwaardig zitten doen terwijl iedereen uit het riool dingen naar je hoofd slingert. Zijn situatie vormde een variant op James Baldwin’s constatering dat de witte man in de goot moet blijven staan om de zwarten eronder te houden, maar niemand op die manier vooruit komt.”

Ruben Gowricharn, hoogleraar Sociale cohesie en transnationale vraagstukken, Universiteit Tilburg

“Ik kende Anil nog uit mijn studententijd. Ik was wat gevorderder en kende vooral zijn broer. Samen zaten we in Den Haag in een actiegroep met Surinaamse nationalisten. Terwijl Anil verdween in het Amsterdamse circuit, ontwikkelde ik mij verder in Rotterdam. In die periode promoveerde ik. Als een van de weinige allochtonen van Hindoestaanse afkomst kreeg ik daarmee toch een zekere status. Ik was een eenling en schreef voor verschillende vakbladen en een klein geïnterreseerd publiek, toen Anil opeens als een komeet de mediawereld in schoot. Zijn stukken verschenen in De Groene Amsterdammer, de NRC, de Volkskrant – hij kwam op tv en werd echt een mediaman die allerlei vraagstukken aan de orde stelde. Hij bracht het migrantenperspectief in de discussie: tot die tijd waren we alleen onderwerp, maar nu kwam hun eigen gevoel en geschiedenis aan de orde.

De manier waarop we schreven was iets anders: mijn stukken waren iets beschouwender. Hoewel ik daarin ook zaken als emoties, identiteit, geschiedenis en kolonialisme kwijt kon, kon ik als academicus bijvoorbeeld geen anekdote vertellen. Juist daarin lag Anils kracht: hij had een breder podium en de manier waarop hij het vertelde was die van een romanschrijver. Op die manier wist hij problemen echt tot leven te brengen.

Hoewel we verschillende dingen gemeen hadden, denk ik dat we in een belangrijk opzicht verschilden: ik heb veel meer oog en aandacht voor gevoel, terwijl Anil meer een rationalist was. Emotie maakten geen deel uit van zijn argumentatie. Schuldgevoel deed hem niets, en als hij iets ‘iets moreels’ noemde, was dat een diskwalificatie voor hem. Ik denk dat thema’s als de opkomst van Pim Fortuyn zonder dat soort argumenten onmogelijk te begrijpen zijn.

Anil had de verwachting dat hij een bijdrage kon leveren, maar zag zijn invloed afnemen naarmate de samenleving meer kantelde. Hij was daarin niet de enige, maar het moet hem zwaar gevallen zijn.”

Meer over Anil Ramdas en de verandering van het intellectuele debat in Nederland, leest u in….HOE GAAT HET MET HET DEBAT IN NEDERLAND?

Klaartje Jaspers is journalist

This entry was posted in Diversity, Politics. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>