tussen hollandse hoogmoed en andersoortige angsten:

Hoe gaat het met het debat in Nederland? Door Klaartje Jaspers

Op 16 februari 2012, op zijn 54ste verjaardag, koos schrijver en denker Anil Ramdas ervoor een eind aan zijn leven te maken. Kort voor zijn dood uitte hij herhaaldelijk zijn teleurstelling over het falen van het Nederlandse debat en de bijdrage die links-progressieve denkers als hijzelf daaraan hadden geleverd. In Ramdas’ ogen lieten ze zich de Dutch Tolerance ontnemen, verkwanselden ze hun beschavingsidealen en stonden ze toe dat de “white trash” Nederland overnam. Hoe gaat het met het Nederlands debat, en welke bijdrage kunnen migranten daaraan nog leveren?

“Ramdas’ dood staat niet helemaal los van de deplorabele staat waarin Nederland nu verkeert”, denkt columnist Mohammed Benzakour, “Anil ging naar India als correspondent, en kwam terug in een Nederland waar inmiddels Pim Fortuyn was vermoord en het populisme in een stroomversnelling was geraakt.

”Juist in een tijdperk van dom populisme, PowNews, GeenStijl en de PVV is een intelligente tegenstem als die van Anil van vitaal belang.”

Nederland was in heel korte tijd veranderd: terwijl hij bleef geloven in de multiculti samenleving, werd dat hier nu een vies woord gevonden. Ik neem het de NRC kwalijk dat ze hem juist toen zijn column hebben afgenomen en zo zijn stem hebben geamputeerd”, zegt de columnist, “Juist in een tijdperk van dom populisme, PowNews, GeenStijl en de PVV is een intelligente tegenstem als die van Anil van vitaal belang.”

ANGST
Mensen zijn bang geworden, merkt Benzakour. “Ze durven niet echt te zeggen wat ze willen, uit angst de boot te missen en ‘soft’ gevonden te worden. Maar een radicaal tegengeluid geven is niet ‘soft’. We leven in rare tijd.
Kijk naar het PVV-meldpunt voor Polen: De Volkskrant heeft daarvoor een advertentie laten plaatsen, terwijl het vroeger advertenties van de Centrum Democraten weigerde. Waarom nemen media geen stelling?”

Integendeel. “De media hebben een kwalijke rol gespeeld door de verwaarloosde problemen rond immigranten verder uit te vergroten”, vindt Ruben Gowricharn, hoogleraar Sociale Cohesie en Transnationale Vraagstukken aan de Universiteit van Tilburg, “Als voetbalvandalen slaags raken, wordt het gerapporteerd en dan is het klaar. Maar als Marokkaanse jongeren in Gouda zoiets doen, duurt het weken voordat het stil is. De manier waarop verslag gedaan wordt toont een groot verschil in proportie, en een grote ongelijkheid in benadering. Gelukkig was het geen imam die zich vergreep aan een kind, dan was de wereld te klein geweest.” Hele populatiegroepen aan de kant schuiven… het lijkt niet echt goed voor een open debat.

DIVERSITEIT
Om een debat te kunnen voeren heb je diversiteit nodig, benadrukt Gowricharn, maar in Nederland heeft men sinds de economische crisis in de jaren ’80 juist een actief beleid heeft gevoerd om alle huishoudens te homogeniseren. “Het inkomensmodel, het aantal kinderen, de taakverdeling… iedereen moet ongeveer dezelfde levenswijze ontwikkelen. De komende 20 jaar verwacht ik dan ook geen verbetering van het intellectueel klimaat. De positie van allochtonen zal misschien beter zijn, maar zij zijn dan zo witgewassen en gefragmenteerd dat ze nauwelijks meer culturele diversiteit vertegenwoordigen.”

Ook het huidige onderwijs draagt niet bij aan de verbetering van het debat in Nederland, meent Gowricharn. “Op de universiteiten leiden wij geen intellectuelen op, maar deskundigen. We hameren op allerlei technische feiten en wetenswaardigheden. Nederlanders beweren dat ze heel koppig zijn, maar ze zijn in feite heel braaf.
Kijk naar Frankrijk: daar bemoeien dichters en architecten zich met politiek, maar hier beperkt iedereen zich tot zijn specialisme. Dat is gevaarlijk: onderwerpen als de economie of de politiek zijn te belangrijk om alleen aan economen of politici over te laten. Willen we echt een debat voeren, dan moeten we niet accepteren dat alleen onze specialisaties ons domein zijn en dat we daarbuiten niets mogen zeggen: we moeten buiten die hokjes gaan denken.”

Waren de jongeren die Gowricharn als student eind jaren ’70 in Leiden tegenkwam nog opgegroeid met de zuilencultuur en de tegenstellingen tussen de protestante Hollanders en de katholieke zuiderlingen, vertelt de hoogleraar, de generaties na de ontzuiling hadden geen enkele ervaring met diversiteit.
“In de jaren ’80 werd de WAO bewust zeer ruimharig ingezet zodat bedrijven veel laaggeschoolde, veelal buitenlandse, werknemers konden laten afvloeien worden zonder dat dat hen veel kostte, maar de regelgeving voorzag onvoldoende in maatregelen om afgestoten allochtonen later weer aan het werk te krijgen. Het was ook lastig; de groei van banen was lange tijd te verwaarlozen, buitenlandse werknemers waren laaggeschoold, ze hadden een hoge leeftijd en een slechte gezondheid, en hun werkervaring was snel verouderd. Daardoor stroomden deze mensen nauwelijks uit de regelingen en ontstond het beeld van de luie buitenlander in zijn hangmat. Een hele generatie autochtone kinderen werd grootgebracht met het idee dat alle immigranten in feite wandelende problemen waren. Als dat gebeurd wordt antipathie tegen vreemdelingen een automatisme.”

“Het succes van het huidige populisme is het bewijs van het falen van links, dat is verlamd door twijfel”

“Dat zie je ook in de politiek terug: toen de commissie Blok in 2004 een onderzoek presenteerde waaruit bleek dat het eigenlijk best goed ging met de migranten in ons midden, verwierp de Tweede Kamer het rapport meteen: een onderzoek met een dergelijke conclusie was voor hen niet geloofwaardig. Ze reageren uit reflex, in plaats van op gegronde waarnemingen.”

“Het succes van het huidige populisme is het bewijs van het falen van links, dat is verlamd door twijfel”, denkt Jude Kehla, nummer 2 op de lijst van de PvdA in Amsterdam Zuidoost bij de laatste verkiezingen. Kehla, tot voor kort wethouder, zette zijn politieke carrière op het spel door het bestaande subsidiebeleid  ter discussie te stellen.
“Het kan niet zo zijn dat je naar een loket loopt en zegt ‘ik ben Nigeriaan, geef me subsidie’. Ik wil het geld op een andere manier besteden, Surinamer of Nigeriaan zijn geeft geen recht op subsidie. Stop die middelen liever in de verbetering van het onderwijs, zodat hun kinderen straks mee kunnen doen met het leger hoogopgeleidden dat nu uit landen als India komt. Dat standpunt heeft me mijn positie gekost, ik ondervond veel weerstand van andere migranten binnen mijn eigen partij. Nu ik weg ben, is iedereen het met me eens, maar toen ik het aan de orde stelde, zei niemand wat. In de politiek zitten veel bange mensen. Zelfs wanneer ze weten wat ze moeten doen, laten ze het na om persoonlijke redenen: angst hun baan te verliezen, aanzien etc. Dat verfoei ik.”

“Eigenlijk moeten we het niet meer hebben over links en rechts, maar over weldenkende mensen versus niet-weldenkende mensen”, denkt Kehla. “Zijn er nog plekken voor debat onder weldenkenden? Nee, ik zie ze niet echt, de tijd voor debatcentra als De Balie is voorbij. Het internet verstevigt het populisme, omdat mensen zich daar prima schuil kunnen houden.

Ik denk dat we ons ook zorgen moeten maken over de manier waarop het debat in het parlement wordt gevoerd. Keer op keer hebben we geprobeerd voorwaarden voor een beleefd debat te scheppen, maar ze werden allemaal afgeketst. Wilders, GeenStijl en al die anderen – ze komen er mee weg. Als je hen tegenwoord wilt bieden, heb je een straatvechter nodig.”

Het gebrek aan debat in de Nederlandse samenleving is echter dieper geworteld dan in het recente populisme van leiders als Fortuijn en Wilders, meent Gowricharn. “Debat is pas mogelijk bij enige twijfel aan je eigen standpunt: openingen voor ander. Maar Nederland is arrogant en staat altijd klaar met het wijsvingertje om anderen terecht te wijzen. Hoewel Nederlanders het graag hebben over de ‘gulden middenpositie’, is Nederland altijd extreem geweest. Denk bijvoorbeeld aan de euthanasievraagstukken. Het wil koploper zijn op allerlei gebieden. Binnen de Europese Unie heeft het er moeite mee zich te realiseren dat het tot de kleine landen behoort: het wil de mighty mouse in Europa zijn.

Met zo’n houding moet je uitkijken: als je de balans verliest, richt je veel schade aan. Kijk naar het Ministerie van Buitenlandse Zaken – wat Jan Pronk vroeger deed, doet Wilders nu: de wereld van alles voorschrijven. Europa is zijn goede manieren kwijtgeraakt, Nederland voorop. Hoe arroganter we zijn, hoe minder behoefte aan debat. ”

“Toen Bolkestein multiculturalisme op de kaart zette als probleem en de Europese superioriteit benadrukte, slikte Nederland het als zoete koek. Het Westen, zo beweerde hij, zou superieur zijn vanwege de Verlichting, de democratie, de homo rechten, etcetera. Dat we al die dingen historisch gezien pas net hadden, drong niet tot de mensen door.

De definiering van ‘multicultureel’ was dramatisch, het ging alleen maar over tekorten en problemen: verkeerde termen om zulke belangrijke onderwerpen mee te bespreken. Men rekent uit wat iemand kost of oplevert, maar je zet je moeder toch ook niet bij het grof vuil als ze geen rendement meer oplevert?”

“De scherpste commentaren komen juist vaak van mensen uit andere landen”, brengt Kehla in herinnering, we hebben ze bitter nodig bij het reflecteren op onze eigen samenleving. “Denk aan Alexis de Tocqueville 200 jaar geleden, denk aan Salman Rushdie en aan VS Naipaul – die door Ramdas zo bewonderd werd. Migranten kunnen een enorme bijdrage leveren aan je eigen visie op je samenleving. Ze zijn in staat met andere ogen te kijken: ze leren je naar jezelf te kijken op de manier waarop anderen dan dat doen.”

Langzamerhand gebeurt dat ook weer, denkt politicoloog Dr. Mariwan Kanie. “In de tijd dat Paul Scheffer met zijn artikel “Het Multicultuele Drama” om een reactie op allerlei onopgeloste kwesties rondom migratie riep, mengde ik me nog wel eens in de discussie”, zegt hij, “maar in de jaren daarna ben ik het steeds minder gaan bijhouden.. het waren steeds dezelfde vragen en stereotypen die herhaald werden.

De laatste jaren lijkt het er echter op dat er langzaam wat gezonde antwoorden op vraagstukken geformuleerd worden, antwoorden die gebaseerd zijn op de realiteit in plaats van op vastgeroeste denkbeelden. Als je bijvoorbeeld kijkt naar de recente voorstellen van de SP, zie je dat men met besef van de huidige politiek-economische crisis op zoek is naar constructieve oplossingen. Ook binnen andere partijen zie je beweging – kijk naar het CDA, dat intern verdeeld is geraakt over dit soort vraagstukken. Langzamerhand komt er een reactie… meer tegenspraak. ”

“We moeten niet vergeten dat maar 20% van de bevolking stemt op het gedachtengoed van Wilders, en migranten het hier in vergelijking nog altijd een stuk beter hebben dan in landen als Libanon, waar tien Palestijnen samen een kamer moeten delen. Hun situatie daar is echt heel erg, ik ben altijd blij dat ik vanuit Irak hierheen ben gevlucht. De argumenten die je in het Midden Oosten hoort, zijn precies dezelfde argumenten als die Wilders hier gebruikt: “Pakistanen zijn lui”, “ze pikken onze banen in”, etcetera. ”

“Tegelijkertijd vind ik de toestand in Nederland zeer zorgelijk. Ik denk dat Wilders een deel van de Nederlandse samenleving erg onbeschoft, respectloos, islam- en xenofoob heeft gemaakt. De politiek en de samenleving zijn erg verrechtst in de afgelopen jaren. Het gedachtengoed van Wilders is overgenomen door veel politieke partijen en ook door de samenleving. Wilders en zijn populisme vind ik heel gevaarlijk, hij dreigt de fundamenten van onze rechtstaat aan te tasten.” Juist in zo’n tijd, lijken scherpe waarnemers nodig.

Terug naar ”Dus ging anil in zijn eentje de barricaden op”

Klaartje Jaspers is journalist

This entry was posted in Diversity, Politics. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>