Burgernet: Zonder Aanziens des Persoons?

Burgernet is een recente actie van de overheid om met behulp van burgers boeven te vangen. Daartoe registreren burgers zich bij de politie met hun postadres, smart-Phone-telefoon, en emailadres. Zowel politie als burger informeren elkaar wanneer zij in de buurt een boef zien.

In geval van nood kan de politie een boodschap sturen naar Burgernet-abonnees in de buurt van het onheil door middel van sms of ingesproken mededeling. Het Burgernet is heel voordelig, het kost de burger niks, het is gratis: “Ziet U de gezochte persoon, dan kunt u ons gratis terugbellen. Zo helpt u ons de zaak oplossen. Wij doen de rest.”

´’t Lijkt op de mededeling in de subway van New York: If You See Something, Say Something! Maar dit is Nederland waar een Allochstan aan de Noordzee is gecreëerd voor mensen met een ander uiterlijk (donkere mensen) of met een ander geloof (Moslims)´

Zo op het eerste gezicht, niks aan de hand. ’t Lijkt op de mededeling in de subway van New York: If You See Something, Say Something! Maar dit is Nederland waar een Allochstan aan de Noordzee is gecreëerd voor mensen met een ander uiterlijk (donkere mensen) of met een ander geloof (Moslims). Deze mensen moeten worden “geïntegreerd’, als het ware van hun achterlijkheid worden ontdaan. Burgernet zal de bestaande verdeeldheid tussen Nederlanders en nieuwkomers aanwakkeren. Denken we echt dat zonder aanziens des persoons “in geval van nood” en “gezochte verdachten” aan de bel wordt getrokken? Zal het oog niet eerst op vreemdelingen vallen? Wordt hiermee de discriminatie van niet-westerse allochtonen door hogerhand bevorderd?

Menigeen zal dit onzin vinden, zo zijn de vrijgevochten, verlichte en moderne Nederlanders toch niet? Ik heb daarover mijn twijfel. Oskar Verkaaik verwijst naar het begrip abjection wat hij vertaald als verachterlijking: “[…] het gegeven dat een gevoel van politieke gemeenschappelijkheid alleen kan bestaan bij de gratie van een anti-groep: het ‘ons’ veronderstelt een ‘niet-ons’ (Verkaaik, 2009, 155).

Het moderne en seculiere zelfbeeld van de Nederlander schreeuwt als het ware om de “ander”, het “vreemde”, de “Moslim”, de “allochtoon” en de “zwarte school.” Waarom? Allereerst om zich daar tegen af te zetten, om zich te kunnen afficheren als vrij, individueel, modern en seculier. Hoezo? Twijfelt hij dan aan zijn vrijheid, zeggenschap en moderniteit? Jazeker, deze twijfel is geen waan van de dag maar wordt gevoed door signalen die onmiskenbaar niet kloppen met het seculiere vrijheidsbeeld van de moderne Nederlander, waaronder de glorificatie van de verleden tijd, de vergulding van tradities, de hang naar restauratie en onveranderlijkheid. Ook het perverse vereiste dat de immigrant een Nederlandse transplantatie door moet maken alvorens het Nederlandse burgerschap te mogen dragen staat daarmee op gespannen voet. De immigrant moet een naturalisatie ceremonie ondergaan die een boodschap van conformisme en sociale conventie uitdraagt terwijl de Nederlander zegt te staan voor vrijheid, authenticiteit en individualisme (Verkaik, 2009, 160). Dat klopt niet met elkaar. Om zijn twijfel over de geloofwaardigheid van het courante moderne zelfbeeld te onderdrukken, parasiteert de Nederlander op de allochtoon. Hoe (ver-) achterlijker de allochtoon, des te moderner de Nederlander zichzelf kan hoogachten.

Wat ook niet klopt met de glorificatie van het Nederlanderschap is de afnemende betekenis van de Nederlandse natiestaat. Niet valt te ontkennen dat het vrijheidsbeeld van de Nederlander wordt aangetast door globalisering van kennis en machtsverhoudingen. Aan de ene kant wordt hij elke dag geconfronteerd met de gevolgen van zijn parasitaire levensstijl voor “elders”, “anderen” en “volgende generaties”; met andere woorden, voor “de rest.” Hij weet – of wil het niet weten –  dat Nederland op de negende plaats staat van landen die de aarde het meest uitwonen; zijn egotistische levensstijl legt een zwaar  beslag op de planeet aarde; zijn ecologische voetafdruk is onevenredig groot(1).  Tegelijkertijd wordt het de Nederlander pijnlijk duidelijk dat globalisering de vanzelfsprekendheid van zijn geprivilegieerde positie heeft aangetast. Economische en financiële markten luisteren niet naar hem, en transnationaal bestuur verordonneert de Nederlandse staat in toenemende mate. Het Nederlandse burgerschap krimpt; de Nederlander was al een kleine reus, maar nu één op lemen voeten. Kortom, er zijn nogal wat uiteenlopende redenen voor de toenemende onzekerheid in de Nederlanden.

Deze onzekerheid is van allerlei origine, maar wordt in simplistische taal verpakt om een  instant uitzicht te bieden op restauratieve heling van het kwaad. Welnu, dat is bij uitstek de allochtoon en/of de Moslim die per definitie niet in Nederland past. De allochtoon is jarenlang zwaar gepolitiseerd; zijn “integratie” werd gezien als een panacee voor allerlei kwalen waaraan Nederland lijdt (Jong, 2011, 113). In die zin is de allochtoon buitengewoon goed “ingeburgerd.” De allochtoon heeft gediend als doekje voor het bloeden van het Nederlandse burgerschap, en maskeerde het gebrek aan politieke lef de crisis van dit burgerschap te agenderen.

Een utopisch optimisme is vereist de immense veranderingen in binnen en buitenland, waaronder de voortgaande integratie van de Europese Unie en het Europese burgerschap, krachtig te politiseren. Alleen een verenigd Europe kan overleven te midden van wereldwijde politieke en economische competitie. De afzonderlijke natie-staat is daartoe eenvoudigweg te zwak (Schroeder, 2012(2)) .  Dat geldt ook voor het management van het gebruik (incl. afvalstoffen) en de verdeling van de grondstoffen van planeet aarde. Dit zijn politieke vraagstukken van hoge urgentie, niet alleen als zodanig, maar óók vanwege het democratisch tekort dat zich hier voordoet. Om op deze zaken grip te krijgen zou als urgente politieke noodzaak de revitalisering van het Nederlandse burgerschap onder de ogen van het Nederlandse publiek moeten worden gebracht. Dat vereist een reveille van de Nederlandse democratie.

´In Amsterdam voelt een aanzienlijk deel van de niet westerse allochtonen zich gediscrimineerd: Surinamers (28% ), Turken (32%), Marokkanen (38%), en overig niet-westers (42%). De meest voorkomende redenen voor discriminatie zijn afkomst of nationaliteit, en godsdienst of levensovertuiging´

Willem Schinkel geeft daartoe een aanzet: De nieuwe democratie. Naar andere vormen van politiek(3).  Wacht politiek Nederland weer op “Wilders”, nu als agent van het anti-Europa sentiment, om hierop mompelend en halfhartig te re-ageren: Europa is okay. Inmiddels is de allochtoon als politieke issue grotendeels uitgemolken, maar daarentegen nog wel een sterk “ingeburgerde” Nederlandse verbeelding.

In een populaire Nederlandse tv quiz Get the picture werd een ander woord gevraagd voor “niet aangepast aan het leven in de maatschappij”, en spontaan beantwoord met: “een allochtoon?” Inderdaad, get the picture! Het goede antwoord was natuurlijk: asociaal. In Amsterdam voelt een aanzienlijk deel van de niet westerse allochtonen zich gediscrimineerd: Surinamers (28% ), Turken (32%), Marokkanen (38%), en overig niet-westers (42%). De meest voorkomende redenen voor discriminatie zijn afkomst of nationaliteit, en godsdienst of levensovertuiging. In Amsterdam wordt het meest gediscrimineerd door middel van beledigingen (Burgermonitor Amsterdam, 2010(4)).

Discriminatie op de arbeidsmarkt varieert: “Is het ernstig, of valt het wel mee?” Op deze vraag antwoorden onderzoekers van het Sociaal en Cultureel Planbureau dat tot op zekere hoogte beide uitspraken verdedigbaar zijn (Andriessen e.a., 2010, 18).” De Europese Commissie tegen Racisme en Intolerantie heeft in 2008 geconstateerd dat heel de gevestigde politiek in Nederland is opgeschoven in xenofobe richting (Schinkel, 2012, 223). Hoe deze constateringen zich op straat vertalen wanneer opsporing wordt verzocht van “verdachten” of in geval van “nood” laat zich raden. Het gaat dan om “Thinking Fast”(5) , een eerste reactie zonder reflectie, afgaande op ingeburgerde beelden, met andere woorden een statistische discriminatie.

De allochtoon spreekt nog steeds sterk tot de verbeelding. De oorsprong van goedbedoelde allochtoon registratie is uitentreuren gedocumenteerd (Geschiere (2009); Jong (2011(6)).  Inmiddels staat buiten kijf dat “de allochtoon” uitdrukking is geworden voor alles wat vreemd en bedreigend is, voor wat de niet-etnische (sic) Nederlander niet aanstaat, en voor alles wat aan de bestendigheid van het Nederlandse keurmerk afbreuk doet. Niet alleen de PVV stemmer, maar een veel grotere schare vrij- en weldenkende Nederlanders zegt zich in Nederland niet meer thuis te voelen, dat Nederland hen is ontfutseld door de Europese Unie, en daarom dus ook vindt dat een hoofddoek niet past in het Nederlandse straatbeeld. In overheidsdocumenten, ministeriele uitspraken en sociologisch onderzoek wordt dit sentiment (her-) bevestigd, als het ware voortdurend opgeboerd zonder zich rekenschap van te geven van veranderingen die niets van doen hebben met immigratie, Moslims en allochtonen. De gedoog constructie van de voormalige regering Rutte was een simplistische en gekunstelde knieval voor het Nederland dat van vreemde smetten vrij wil zijn, met als project een teruggave van “ons” Nederland zoals “wij ons dat” verbeelden.

Al met al is de allochtoon een verzamelbegrip geworden voor Nederlands onbehagen, twijfel aan het eigen vrijheidsbeeld en de erosie van het Nederlandse burgerschap. Uitbanning van het allochtoon begrip is een goede zaak; daarmee wordt een signaal afgegeven dat het niet aangaat medeburgers op uiterlijk, afkomst en geloof te categoriseren. Inmiddels liggen wel allerlei sentimenten van vreemdelingenhaat, achterdocht, weerzin, afstand houden, en (ver-) achterlijkheid in dit begrip opgeborgen. Censurering van het gebruik van het begrip zal deze sentimenten niet zo maar witwassen; met een gummetje zal de allochtoon niet uit de Nederlandse werkelijkheid van “ons kent ons” verdwijnen.  Toch is zo’n signaal op zichzelf een goede zaak, beter dan ziende blind en horende doof te blijven voor deze wantoestand(7).

Onwillekeurig gaat de niet-etnische (sic) Nederlandse oogopslag in “geval van nood” en “verdachte personen” in de richting van mensen die als allochtoon worden opgemerkt en zijn geregistreerd. Dat heet discriminatie. Mensen die er anders uitzien worden gememoreerd als representanten van een groep, met andere woorden, zij worden  gestereotypeerd, terecht of ten terechte, zo werkt onze waarneming. Stereotypen zijn beweringen over een “groep” die als feitelijk gegeven worden geaccepteerd voor ieder “lid” van die “groep,” niettegenstaande dat in wet en maatschappij de norm wordt voorgehouden dat we geen, mogelijk onjuiste, conclusies over individuele gevallen mogen trekken op basis van groepsstatistieken.

Deze normering is van grote betekenis voor een meer beschaafde en gelijke maatschappij (Kahneman (2011, 169). Dat sluit overigens niet uit dat aan zo’n beschavingsoffensief een maatschappelijk prijskaartje hangt. De statistische informatie waar stereotypen deels hun bestaan aan ontlenen moet óók over het hoofd worden gezien. Ontkenning van het feit dat deze kosten worden gemaakt (hoewel bevredigend voor ziel en politiek correcte zaligheid) is niet houdbaar. Statistieken wijzen bijvoorbeeld op een hogere – of lagere – dan gemiddelde categorale (dat heet al snel: groeps-) criminaliteit. Ieder weldenkend mens beseft dat het geen pas geeft individuen vast te spijkeren op basis van statistieken. Hoewel bekend, sluiten we dus welbewust de ogen voor categorale statistische uitschieters.

Bijvoorbeeld, statistische informatie over criminaliteit naar leeftijd of oorsprong die als het ware een “kern van waarheid” zou bevatten, moet in de beoordeling van individuele gevallen buiten beschouwing blijven. Ogenschijnlijk relevante statische informatie moet zodoende worden onderdrukt. Dat lijkt naïef, wellicht zelfs wereldvreemd, maar is uit hoofde van het er mee gediende grote maatschappelijk belang van non-discriminatie juist een terechte zaak. In de rechtszaal, dan wel tijdens een personeelsinterview, of op het politiebureau is de norm “zonder aanziens des persoons” min of meer geformaliseerd en zal een redelijk houvast bieden, maar niet altijd, en zeker niet in de Tweede Kamer, de media, de kroeg en “op straat.”

In 2011 werden twee donkere Nederlanders door de politie opgepakt die – gedekt door de vrijheid van meningsuiting – in het publiek te kennen gaven “Zwarte Piet is Racisme.” Ongewis blijft of demonstrerende niet-etnische (sic) Nederlanders óók aangehouden zouden zijn. Het openbaar ministerie oordeelde dat de aanhouding onrechtmatig was(8).

Burgernet veronderstelt dat in geval van “opsporing verzocht” de burger weerstand kan bieden aan de overweldigende druk van het negatieve groepsstereotype dat aan de  allochtoon kleeft. Ten onrechte! “Op straat” zal het stereotype beeld het winnen van de norm dat zonder aanziens des persoons moet worden gehandeld. In 2010 heeft ruim 15% van de kiezers so wie so op de PVV gestemd die op hoge toon tegen niet-westerse allochtonen en moslims agiteert. Iedereen is het er over eens dat deze stemmen moeten worden gehoord. Ministers en wetenschappers bevestigen regelmatig het vreemdelingen onbehagen dat door Nederland waart, wat weer wordt versterkt door Medialand. De doorsnee burger zal zich ongetwijfeld niet kunnen onttrekken aan de almacht van een stereotype dat in politiek en media dagelijks breed wordt uitgemeten.

Het zo modern ogende Burgernet, appellerend aan robuust burgerschap en voorzien van sms en smart-Phone, zal in zijn uitwerking onderscheid maken tussen Nederlanders Van Duytschen Bloet en de Nederlanders van Allochstan aan de Noordzee. Zij zullen vaak ten onrechte als “verdachte” worden gezien door Nederlanders die zijn uitgenodigd om als wakkere burgers een politioneel burgerschap op te poetsen. Niet doen, dat Burgernet!
Lammert de Jong

Brooklyn, 4 juni 2012.

Noten:

1-  Wereld Natuur Fonds (WHF) (Mei 2012)  Living Planet Report. Biodiversity, biocapacity and better choices. Zie ook: Leefstijl Nederlander legt weer groter beslag op aarde. Trouw,15 mei 2012.

2-  Gerard Schroeder (2012) Agenda 2010 – TheKey to Germany’s Economic Success. In Social Europe Journal, SEJ.

3-  Schinkel, Willem (2012) De Nieuwe Democratie. Naar andere vormen van politiek. Amsterdam: De Bezige Bij.

4-  Discriminatie in Amsterdam en de regio, 18 november 2010. Bureau Onderzoek en Statistiek. Gemeente Amsterdam.
5-  Kahneman, Daniel (2011) Thinking Fast and Slow. New York: Farrar, Straus and Giroux.
6-   Zie ook: Ewoud Sanders, Weerstand tegen ‘allochtoon’. In: NRC Handelsblad, 14 mei 2012.
7-   Interview met Ernst Hirsch Ballin, december 2011.
8-  Algemeen Dagbad, Sinterklaas-demonstranten gaan vrijuit. 18 april 2012.

 

Literatuur

Andriessen, Iris & Nievers, Eline & Faulk, Laila & Dagevos, Jaco (2010) Liever Mark dan Mohammed? Onderzoek naar arbeidsmarktdiscriminatie van niet- westerse migranten via praktijktests. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Geschiere, Peter (2009) The Perils of Belonging. Autochthony, Citizenship, and Exclusion in Africa and Europe. Chicago and London: The University of Chicago Press.

Jong, Lammert (2011) Being Dutch, more or less. In a Comparative Perspective of USA and Caribbean Practices. Amsterdam: Rozenberg Publishers.

Kahneman, Daniel (2011) Thinking Fast and Slow. New York: Farrar, Straus and Giroux.

Verkaaik, Oskar (2009) Ritueel Burgerschap. Een essay over nationalisme en secularisme in Nederland. Amsterdam: Aksant.

Schinkel, Willem (2012) De Nieuwe Democratie. Naar andere vormen van politiek. Amsterdam: De Bezige Bij.

This entry was posted in Migration, Politics. Bookmark the permalink.

Comments are closed.