De eerste vrouwenbeweging in de Arabische wereld

Als eerste instituut in de Arabische wereld dat vrouwenbelangen behartigde, heeft de Jordanian Women’s Union (JWU) een turbulent verleden. Al in 1947 richtte een aantal vooruitstrevende vrouwen het JWU op met als doel discriminatie en achterstelling van vrouwen in Jordanië te bestrijden. De overheid was geenszins blij met deze progressieve dames die in de ogen van de regering veel te veel noten op hun zang hadden. De JWU werd als subversieve groepering gezien en daarom in 1957 gedwongen haar deuren te sluiten om pas in 1974 te kunnen heropenen. De instelling wist zich toen internationaal gesteund door de Verenigde Naties, die vanaf die tijd wereldwijd ruggensteun geeft aan organisaties die opkomen voor mensenrechten en de rechten van vrouwen.

Ondergronds
Tussen 1981 en 1989 werd de JWU in het kader van de zogeheten martial law ofwel de staat van beleg die in Jordanië van kracht was, opnieuw verboden. Volgens de regering was deze vrouwenorganisatie een gevaarlijke oppositiebeweging die de kop in gedrukt moest worden. Het hoge gerechtshof bleek daar anders over te denken. Toen de JWU het verbod op haar bestaan aanvocht, stelde de rechter dat deze organisatie op geen enkel front in strijd was met de wet. Er waren geen  juridische gronden om de JWU haar bestaansrecht te ontzeggen.

Intussen was de organisatie bijna ter ziele en had het wegens geldgebrek geen eigen locatie meer. Bovendien voelden veel vrouwen zich geïntimideerd en durfden ze hun betrokkenheid bij de JWU niet meer openlijk te tonen. Vanuit achterkamertjes bij enkele vrouwen thuis zetten de belangbehartigers hun activiteiten op een laag pitje voort. Om in 1989, het jaar waarin de staat van beleg werd opgeheven, haar formele doorstart te maken.

Als tegenhanger van de JWU had de overheid begin jaren tachtig een federatie voor vrouwenzaken opgericht. ‘De leiding over deze federatie werd gegeven aan de vrouw van een van de toenmalige ministers’, vertelt Nadia Shamroukh, sinds 1990 lid en afgelopen tien jaar directeur van de JWU. ‘De federatie hangt aan elkaar van vriendjespolitiek. Medewerkers worden niet om hun expertise en competentie aangesteld, maar omdat ze familie of vrienden van elkaar zijn. De federatie komt niet echt op voor de belangen van vrouwen en biedt concreet op geen enkel punt hulp. Hun functie is vooral representatie naar de buitenwereld. Verder is deze federatie eigenlijk vooral bezig zichzelf als organisatie in stand te houden. Voor inhoudelijke steun en praktische hulp moet je bij de Unie zijn’.  Inmiddels wordt de JWU net als de federatie erkend door de overheid. Beide instellingen zijn officieel geregistreerd bij het ministerie van Sociale Zaken. Ironisch genoeg is prinses Basma sinds 1995 beschermvrouwe van beide instellingen, zoals zij dat ook is voor het Forum voor zakenvrouwen en vrouwelijke professionals.

Mensenrechten als paraplu
De missie van de JWU is het bestrijden van discriminatie van vrouwen. Daaraan ligt een bredere visie op de gehele samenleving ten grondslag, vertelt Nadia. ‘Wij maken ons hard voor het naleven van de mensenrechten zoals gedefinieerd voor de United Nations for Human Rights. Vrouwenrechten zijn daar een onderdeel van. Ons streven is bovenal de weg vrij te maken voor het ontwikkelen van een burgersamenleving. Daarvan zijn we in Jordanië nog ver verwijderd, al lopen we voor op de meeste andere Arabische landen.’ Om de krachten te bundelen, werkt de JWU met veel partijen samen, zowel nationaal, regionaal als internationaal. Zo werd bijvoorbeeld in 1997 een Arabisch vrouwennetwerk gestart onder de naam ‘roe’ wat visies betekent. Negen landen nemen deel in dit netwerk. Gezamenlijk proberen zij een civiele wet voor familierechten van de grond te krijgen.

Twee speerpunten waar het Arabisch vrouwennetwerk momenteel aan werkt, zijn het bestrijden van vrouwenhandel en het verkrijgen van rechten voor thuiswerkers, beide in samenwerking met de United Nations for Human Rights. Op deze fronten zijn nauwe banden met zusterorganisaties in Marokko en Egypte. Nadia vertelt dat onlangs een groep Libische vrouwen een week bij hen doorbracht. In deze periode gebeurt daar nu heel veel en wordt op allerlei terreinen gewerkt aan het opnieuw vormgeven van de samenleving. Het Libische team bestaat uit een schrijfster, een juriste, een hoofd van een school en een universiteit, een maatschappelijk werkster en een studente. Zij wilden advies van over hoe een  soortgelijke instelling als de JWU op te zetten. ‘Ik heb benadrukt dat democratie en feminisme allereerst goed gefundeerd moeten worden. Tezamen hebben we hun strategie en ondernemingsplan in elkaar gezet. Het is belangrijk dat vrouwen in Libië juist in deze periode voor hun rechten opkomen. Maar al te vaak hebben we gezien dat vrouwen tijdens revoluties volop meestrijden, ook tijdens de intifada stonden vrouwen op de barricaden, om daarna, als de rust is weergekeerd, zich weer in hun huizen te laten opsluiten.’

Hotline, hulp en opvang
In 1993 werd jarenlange strijd, lobby en campagne voeren beloond; vrouwenrechten werden voor het eerst in de wet opgenomen. Dat was de basis waarop de JWU een hotline voor vrouwen startte. Vrouwen uit het hele land kunnen 24 uur per dag, zeven dagen per week bellen met vragen over wetten en regelingen, allerlei soorten hulpvragen en meer persoonlijke vragen. Voor wie dat wil, kan dit anoniem. De hotline wordt bemenst door maatschappelijk werkers die kunnen doorverwijzen naar juristen, psychologen en overige disciplines binnen de JWU. Vanaf het begin zijn er voortdurend campagnes gevoerd, zoals ‘Don’t let the silence win’ wat de bekendheid van de hotline enorm heeft vergroot. Het aantal telefoontjes schommelt tussen de dertig en vijftig per dag. Een groot deel betreft meldingen van mishandeling. Vanaf eind jaren negentig is het aantal meldingen gestegen van zo’n driehonderd naar ruim duizend per jaar. ‘Niet omdat het aantal geweldsituaties is toegenomen’, zegt Mukkaram die de leiding over de hotline heeft, ‘maar vanwege de bekendheid ermee en de laagdrempeligheid ervan’.

Inmiddels zijn er elf hotlines verspreid door heel Jordanië. De centrale coördinatie ligt in Amman. Daar zijn regelmatig bijeenkomsten met alle teams om onderling met elkaar af te stemmen. In een eerste telefonisch contact is het kweken van vertrouwen de belangrijkste taak. Voor de meeste bellers geldt dat zij slechte ervaringen hebben wat hun vertrouwen heeft beschadigd. De insteek is daarom dat de hulpvrager centraal staat en altijd zelf kiest wat zij wil. Als zij open staat voor hulp en begeleiding vanuit de JWU wordt zij uitgenodigd voor een gesprek. Wie om een of andere reden niet in staat is zelf te komen, kan thuis of in haar eigen omgeving worden bezocht. Samen met de maatschappelijk werker wordt de situatie in dat eerste gesprek in kaart gebracht op basis waarvan een plan van aanpak wordt gemaakt. Afhankelijk van de wensen kan dat juridische en psychische hulp bij een scheiding zijn, maar ook training van vaardigheden om zelfstandig te leren leven en werk te vinden of cursussen die op empowerment zijn gericht.

Deelname aan groepsbijeenkomsten behoort tot de mogelijkheden. ‘Veel vrouwen die mishandeld zijn, hebben minderwaardigheidsgevoelens en denken dat het hun eigen schuld is’, vertelt Mukkaram. ‘Het kan dan helpen om in contact te komen met vrouwen die hetzelfde hebben meegemaakt. Ervaren dat jij niet de enige bent die in zo’n situatie is beland, kan een stuk isolement doorbreken. De methode die we hiervoor gebruiken, lijkt veel op die van de AA, de anonieme alcoholisten’. Voor vrouwen die mishandeld worden of anderszins gevaar lopen in hun thuissituatie is er opvangmogelijkheid. De JWU heeft sinds 1999 vijfentwintig appartementen op een geheime locatie waar vrouwen tijdelijk onderdak kunnen krijgen. Indien gewenst kunnen vrouwen hun minderjarige kinderen met zich meenemen. Voor jongens geldt een maximum leeftijd van twaalf jaar. Na die leeftijd worden zij ondergebracht bij een opvang speciaal voor jongens. Overdag mogen zij hun moeder wel bezoeken.

Mukkaram benadrukt de grote verscheidenheid aan vrouwen die hulp vragen. ‘Het gaat om leeftijden tussen de zestien en zestig jaar. Sommigen zijn hoog opgeleid, anderen hebben weinig tot geen scholing. Niet alleen Jordaanse vrouwen kloppen bij ons aan, maar ook veel vrouwen van andere nationaliteiten. Van de Filipijnen, Sri Lanka, Egypte, maar ook Amerikaanse en Europeaanse vrouwen. Sommigen verblijven nog maar een paar weken in Jordanië, anderen al jaren’.

Gelijkwaardigheid, rechten en plichten
Sinds 1988 is bij wet vastgelegd dat vrouwen vanaf hun achttiende kunnen trouwen en niet meer vanaf hun veertiende zoals voorheen het geval was. In de praktijk zijn er sluipwegen om deze wet te omzeilen, maar die worden in beperkte mate gebruikt. Op veel fronten zijn de rechten voor vrouwen in Jordanië de afgelopen jaren aanzienlijk verbeterd. Wat de verdere vooruitgang bovenal in de weg staat, is volgens Nadia de heersende cultuur en gemakzuchtige mentaliteit van veel vrouwen. ‘Eigenlijk laten veel vrouwen zich als ze trouwen door hun familie verkopen. De toekomstige echtgenoot moet alles betalen: geld voor een dure jurk, veel goud, een groot feest en daarna onderdak en broodwinning. Geen wonder dat deze mannen hun vrouw als eigendom beschouwen als zij alle verantwoordelijkheid voor hun bestaan in de schoenen krijgen geschoven. Vrouwen moeten leren dat een gelijkwaardige partner te zijn door te participeren. Dat besef ontbreekt bij veel vrouwen’.

‘Gelijkwaardig zijn betekent participeren, je steentje bijdragen en samen investeren’, aldus Nadia.’Werk is geen modeverschijnsel, maar een recht en een plicht. Het is absurd dat vrouwen hun verdiensten in eigen zak steken en niets daarvan investeren in hun gezin. Ik heb hier vaak met een vriendin over gesproken. Zij is getrouwd met een rijke man en hoeft voor het geld niet te werken. Hoe kun jij je  gelijkwaardig aan hem voelen als je je in alles afhankelijk van hem stelt?, hield ik haar herhaaldelijk voor. ‘Wat voor voorbeeld geef jij je dochter als je haar bij alles wat ze vraagt naar je man stuurt? Langzamerhand ging de vriendin hierover nadenken. Uiteindelijk nam ze een baan en investeerde een deel van het verdiende geld in haar gezin. Inmiddels zegt ze zich niet meer te kunnen voorstellen dat ze vroeger alles door haar man liet betalen. Ze vindt het nu doodnormaal dat zij financieel bijdraagt in het onderhouden van het gezin. Haar man waardeerde haar bijdrage zozeer dat hij haar enkele jaren later als dank een boerderij schonk. Jammer genoeg zijn er nog veel vrouwen die ver verwijderd zijn van de gedachte dat een gezin iets is waar je samen verantwoordelijkheid voor draagt’.

Jeugdige revolutionair
Dat gelijkwaardigheid niet alleen via recht en de wet kan worden verkregen, maar een actieve en verantwoordelijke opstelling van vrouwen vereist, zat er bij Nadia zelf al vroeg in. ‘Ik groeide op in een arm gezin in een Palestijns vluchtelingkamp’, vertelt ze. ‘In 1968, ik was elf jaar, brak de revolutie uit en niets kon mij stoppen, ik ging naar de opstanden om mee te strijden. Mijn oudere broer probeerde mij te stoppen, maar ik ging gewoon. Al vanaf mijn dertiende was ik ervan overtuigd dat ik als vrouw dezelfde rechten had als mannen. Toen de revolutie in Libanon begon, wilde ik daar naar toe. Ze hebben me moeten opsluiten om me tegen te houden. Ik ging al jong mijn eigen gang. Tot mijn twintigste had ik daarover veel strijd met mijn ouders. De enige concessie die ik hen deed, was niet verliefd worden. In onze cultuur is dat de grootste angst van ouders als het om meisjes gaat. Pas op mijn eenentwintigste had ik mijn eerste vriendje. Ik heb mijn ouders gelijk eerlijk over hem verteld, ook toen die relatie uit ging’.

Op haar achtentwintigste trouwde Nadia. ‘Mijn man was net zijn hoge functie kwijtgeraakt en had geen cent te makken. Ik weigerde me aan de traditie van de bruiloft te houden, geen dure jurk, geen duur feest en bovenal geen goud. Mijn moeder en mijn zus smeekten me, maar ik hield voet bij stuk en trouwde in een eenvoudige jurk en één gouden armband die ik van mijn zus kreeg. De buurt sprak er schande van. Tijdens trouwerijen gaat het er vooral om de omgeving te laten zien dat je in rijkdom gaat leven, wat voor de meeste stellen in werkelijkheid niet het geval is. Al dat goud is puur om de schijn op te houden. Ik was de eerste die weigerde dat te doen. De nicht die na mij trouwde volgde mijn voorbeeld en alle vrouwen in mijn familie zijn daarna op dezelfde manier als ik getrouwd’. Nadia vertelt dat haar moeder tot op de dag van vandaag zucht dat ze een jongen had moeten zijn en dat Nadia daartegen blijft protesteren. ‘Sterk zijn en verantwoordelijkheid nemen is niet iets wat alleen bij mannen hoort, maar geldt net zo goed voor vrouwen’.

Schone schijn
In Jordanië hebben de overheid en sommige Ngo’s de neiging de situatie mooier voor te spiegelen dan zij is. ‘Onlangs was ik bij de presentatie van een onderzoek, vertelt Nadia. ‘Daar werd bejubeld dat maar liefst 93% van de Jordaanse vrouwen hoogopgeleid is, waarop ik de kritische vraag stelde hoe het met de maatschappelijke participatie van deze vrouwen is gesteld. Veel van onze opleidingen zijn ouderwets en zitten vol doctrines. Studenten leren niet kritisch te denken. Ik zie dat bijvoorbeeld bij onze maatschappelijk werkers. Die komen net uit de collegebanken en weten helemaal niets over mensenrechten, laat staan over vrouwenrechten. Zelfs het besef dat het van belang is om enige kennis van de wet te hebben, ontbreekt, terwijl dat toch een van de fundamenten is van het werk van  maatschappelijk werkers.’

Voor Nadia is gelijkwaardigheid van onderaf van veel groter belang dan het aantal vrouwen aan de top. ‘Er wordt vaak geschermd met een aantal vrouwen die hoge posities bekleden als bewijs voor de toegenomen emancipatie van Jordaanse vrouwen. Maar al zitten er vijftig vrouwen in de top, dat zegt niets als er in de gewone samenleving niks veranderd. Die vrouwen aan de top noemen wij soms mannen met een rok aan. Zij zijn van weinig betekenis voor de meerderheid van de vrouwen en behartigen vooral hun eigen belangen. Dat draagt niet bij aan een samenleving waar ieder, man of vrouw, arm of rijk, volwaardig lid is, vrijheid van meningsuiting en gelijke rechten heeft. Pas als dat bereikt is kunnen we spreken van een moderne burgersamenleving. Er is nog een lange weg te gaan eer dat is bereikt.’

Deel 1: Jordanië wil geen revolutie maar hervorming

Deel 2: Vrouwelijke pionier in de journalistiek in Jordanië

Deel 3: Vrouwen op de arbeidsmarkt in Jordanië

 

This entry was posted in Middle East, Politics. Bookmark the permalink.

Comments are closed.