Hoe de Arabische Lente op het punt staat te worden afgebroken

Toen de ‘Arabische Lente’ begon, ging er een golf van hoop door de gehele zogenoemde Arabische Wereld. Velen van ons begonnen te geloven dat het mogelijk was alle landen in dit gebied te bereiken, en dat is zonder twijfel op de een of andere manier ook gelukt. Er is absoluut sprake van een verandering, maar die volgt niet overal dezelfde logica, laat staan hetzelfde schema: wat in Tunesië en Egypte gebeurde, kan niet worden gereproduceerd in Algerije, en het Libische model is veel minder van toepassing in Syrië. Er is iets gebeurd, maar we zijn nog niet in staat het volledig te begrijpen, zijn ware impact te meten, en nog minder weten we het terug te brengen tot een eenvoudig mechanisme zoals veel media op simplistische wijze zouden willen doen. Verkeerde informatie kan de crisis waarmee deze samenlevingen worden geconfronteerd, verdiepen en verergeren.

´De analyse van gebeurtenissen gebeurt bijna parallel aan de gebeurtenissen zelf; we worden haast ieder uur gedwongen onze gedachten te herzien. Er zijn zelfs filosofen hebben zelfs zogenoemde postkoloniale en postislamitische theorieën opgeworpen. Hoe kunnen we objectief zijn als er iedere dag nieuwe informatie is? Het is onduidelijk of iedereen zich bewust is van dit dilemma.´

Zeker, er bestond en diepe kloof tussen de realiteit waarin deze mensen leefden en de dromen die ze hadden. En er bestond ook een diepe kloof tussen historische feiten en de conceptualisatie van gebeurtenissen. Dat betekent dat de manier waarop we over geschiedenis denken onvermijdelijk aan het veranderen is. De analyse van gebeurtenissen gebeurt bijna parallel aan de gebeurtenissen zelf; we worden haast ieder uur gedwongen onze gedachten te herzien. Er zijn zelfs filosofen hebben zelfs zogenoemde postkoloniale en postislamitische theorieën opgeworpen. Hoe kunnen we objectief zijn als er iedere dag nieuwe informatie is? Het is onduidelijk of iedereen zich bewust is van dit dilemma.

De manier waarop geschiedenis in het algemeen wordt geschreven is erg selectief. Omdat we in een tijd leven waarin alles te koop is, zijn mensen lui en kijken ze alleen naar wat verkoopt. Sommigen, de minder onoprechten, kijken misschien naar de toekomst en zeggen dat het proces nog gaande is, en voor sommigen onder hen is er nog hoop. Maar we denken veel minder na over hoe het proces werd voorbereid. Als we kijken naar hoe het proces langzaam en stilletjes werd geïnitieerd en hoe het nu wordt voortgezet onder het mom van de democratisering en quasi-verandering, dan horen we diezelfde massa’s verworpenen der aarde morren. De media zijn zo beïnvloed door de snelheid van informatie, dat ideeën blind lijken te zijn voor feiten en het risico bestaat dat ze aan realiteit voorbijgaan.

De meeste literatuur van na het begin van de Arabische Lente in Noord-Afrika begin 2011 is in die val gelopen. Omdat de media alleen op jacht zijn naar sensatie, behandelen ze alleen het zichtbare topje van de ijsberg. De belangrijkste media en officiële rapporten dragen bij aan het desinformeren van het publiek: ze zien het debat over de politieke processen en richten hun aandacht op discussies waarbij alleen de elite en de politieke klasse zijn betrokken, maar tonen geen interesse in hoe het gaat met degenen die het proces in gang hebben gezet: de lagere klassen, de boeren en de arbeiders op het platteland. De media verkopen een illusie van een verandering, terwijl de realiteit de andere kant op beweegt.

Dezelfde geopolitieke agenda draait al jaren door als een genadeloze, verpletterende machine. De pionnen zijn veranderd, maar het programma is hetzelfde: een proces van verarming van miljoenen mensen. De voormalige oppositie heeft nu de macht overgenomen, maar heeft dat een verandering teweeggebracht voor de eenvoudige burger? Zal er in de toekomst iets veranderen? Als je dichter bij de mensen komt, dichte bij hen die niet meetellen, bij hen die het onderwerp zijn van al die internationale vergaderingen en financiële onderhandelingen, maar met wie in werkelijkheid nauwelijks rekening wordt gehouden, sta je versteld.

Het gaat er hier niet om dit aan de kaak te stellen, maar om te laten zien hoe riskant het is te doen alsof je in staat bent gebeurtenissen te analyseren, terwijl zij nog plaatsvinden. Het is ook onethisch een politieke strategie toe te passen op miljoenen mensen die we niet zien of niet willen zien, maar die we wel gebruiken als schijnbaar argument voor een tweede agenda.

Onmiddellijk na de val van de regimes in Egypte en in Tunesië, meer dan een jaar geleden, was de grootste angst van de liberalen dat hun revolutie zou worden gekaapt uit naam van de democratie. Dankzij verkiezingen, waarbij het voornamelijk draaide om het technisch correcte verloop ervan, zijn de revoluties in Tunesië, Egypte, Libië, Syrië, et cetera feitelijk gekaapt door machten met een zekere agenda in de regio. Het meest voor de hand liggende geval is Libië. De expliciete interventie van de Westerse wereld in samenwerking met rijke en machtige Golfstaten, heeft geleid tot de chaotische situatie die er nu is. De andere landen waar zogenaamde verandering plaatsvindt zijn slechts variaties op hetzelfde thema: een dictator werd gedwongen af te treden, waarna een retro-auto- of -theocratie ‘democratisch’ werd ingesteld.

Ben Ali en Mubarak zijn weggestuurd. Maar iedereen weet dat het probleem niet de persoon is, maar een systeem. Het ergste is nog wel dat de nieuwe regimes, volgens allerlei verdorven afspraken, zaken doen met de oude netwerken die de samenleving in een wurggreep houden. De nieuwe, wettelijk verkozen regering en het parlement hebben de leiding in Egypte, maar wel afgestemd met het leger, immer de werkelijke beslisser in het land. De door islamitisten geleide coalitie die in Tunesië aan de macht is, wordt ervan beschuldigd zaken te doen met het netwerk van de vorige regering en haar kring van profiteurs. In Jemen maakte de interventie van Saudi-Arabië een einde gemaakt aan de volksopstand, waardoor de voormalige dictator Ali Abdullah Salah een ontsnappingsroute werd geboden. Hetzelfde deed Saudi-Arabië voor Ben Ali. Degenen die de macht hebben overgenomen in de landen waar de Arabische Lente heeft plaatsgevonden, tonen een duidelijke loyaliteit aan Qatar en Saudi-Arabië.

De inmenging van buitenlandse machten werkte goed in landen waar de opstanden spontaan ontstonden, maar in Syrië was dat niet zo. Alles verliep daar compleet anders door de voorbarige inmenging van buitenlanders. De manier waarop de gebeurtenissen plaatsvonden in Tunesië en Egypte paste bijvoorbeeld niet bij de sociale en politieke configuratie in Syrië, en bovendien duwde de buitenlandse druk juist een bepaald deel van de bevolking naar het regime toe, waardoor een tegeneffect ontstond. Bashar El-Assad blijft overeind en kan nog volop van de samenleving profiteren. Sommigen hebben zich radicaal tegen het regime gekeerd en willen koste wat het kost het regime ten val brengen. Anderen steunen het regime en proberen hun belangen en privileges te beschermen. Tussen deze twee partijen in staat echter een grotere groep twijfelaars. Die biedt het regime kans op overleven.

De situatie in Algerije is goed hiermee te vergelijken. De opstanden in de jaren tachtig leidden niet tot verandering van het regime, omdat de situatie van begin af aan te zeer was gepolitiseerd. De chaos ontstond na verkiezingen die werden gewonnen door de Islamisten en de ondergang van de machthebbende partij inluidde. Meer dan twintig jaar later laten de democratische verkiezingen van 2012 zien hoe het regime heeft geleerd van die eerste poging tot destabilisatie en in staat was de greep op het land terug te krijgen. Terwijl de traditionele partijen in andere landen werden verslagen, won in Algerije het Nationale Bevrijdingsfront (FLN) de overgrote meerderheid van zetels samen met haar bondgenoot, de Nationale Bijeenkomst voor Democratie (met respectievelijk 220 en 68 van de 462 zetels), terwijl de islamitische coalitie (drie partijen met samen 48 zetels) slechts de derde partij werd.

Zowel in Syrië als in Algerije heeft de internationale druk, of die nu expliciet was als in het eerste geval, of meer impliciet zoals in het tweede geval, geholpen om de mate waarin de vigerende regimes in diskrediet werden gebracht, te verminderen. Behalve het wantrouwen tegenover iedere buitenlandse interventie, herinnert het volk zich nog hoe elke verandering in de regio werd  gevolgd door chaos. Niet over één land kan tot nu toe worden gezegd dat het ten positieve is veranderd: de instabiliteit op alle niveaus in Irak, de economische en politieke impasse in Tunesië en in Egypte, de meningsverschillen en verdeeldheid in Libië. Terwijl in Tunesië en in Egypte de verkiezingen de Islamisten aan de macht hebben geholpen, is in Algerije de zittende partij met gemak de grote winnaar van de verkiezingen en kan deze volkomen wettig doorgaan met het land te regeren. Bashar El-Assad is sterker dan ooit na het debacle van de internationale druk onder leiding van Qatar en de Arabische Liga om hem te doen aftreden.

Op de keper beschouwd is de situatie in de Arabische samenlevingen, na een valse belofte van een frisse wind, aan het verslechteren. In landen als Tunesië en Egypte, waar het regime wel is veranderd, gaan de dingen nog steeds op dezelfde manier verder, met nieuwe politici die zakendoen met dezelfde invloedrijke netwerken. In andere landen als Syrië en Algerije overleven de regimes ondanks de noodzaak zaken te doen met een oppositie die nooit sterk genoeg zal zijn om vergaande verandering af te dwingen, behalve misschien op de lange termijn. Ondertussen is er voor de boer op het Tunesische of Egyptische platteland weinig veranderd in zijn dagelijkse leven. Sterker nog, zijn situatie is verslechterd: hij kan nauwelijks zijn familie en levende have onderhouden omdat de voedselprijzen zijn gestegen door speculatie en smokkel. Maar dat is een ander onderwerp, en dat mag niet worden genoemd zolang het niet verkoopt. Er is helaas besloten dat sensatie ergens anders te vinden is.

This entry was posted in Middle East, Politics. Bookmark the permalink.

Comments are closed.