<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Eutopia Institute</title>
	<atom:link href="http://www.eutopiainstitute.org/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.eutopiainstitute.org</link>
	<description>instituut voor politiek, cultuur en kunst</description>
	<lastBuildDate>Wed, 22 Feb 2012 15:14:58 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
			<item>
		<title>Anil Ramdas (1958-2012)</title>
		<link>http://www.eutopiainstitute.org/2012/02/anil-ramdas/</link>
		<comments>http://www.eutopiainstitute.org/2012/02/anil-ramdas/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 22 Feb 2012 15:04:19 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[quote]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.eutopiainstitute.org/?p=2727</guid>
		<description><![CDATA[„Ik wou dat we nog gevaarlijk waren”]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<h1>„Ik wou dat we nog gevaarlijk waren”</h1>
<h1><em><br />
</em></h1>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.eutopiainstitute.org/2012/02/anil-ramdas/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Franse mode, wetgeving en genocide</title>
		<link>http://www.eutopiainstitute.org/2012/02/franse-mode-wetgeving-en-genocide/</link>
		<comments>http://www.eutopiainstitute.org/2012/02/franse-mode-wetgeving-en-genocide/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 22 Feb 2012 12:24:17 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Shahenshah Yaqut</dc:creator>
				<category><![CDATA[Diversiteit]]></category>
		<category><![CDATA[Politiek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.eutopiainstitute.org/?p=2661</guid>
		<description><![CDATA[Op het gebied van de mode is Frankrijk de trendsetter van Europa. Het woordje ‘mode’ is zelfs van oorsprong Frans en betekent het zoveel als ‘manier’ of ‘wijze’. De rest van Europa lijkt Frankrijk echter niet enkel in modieuze zin &#8230;<br /> <a href="http://www.eutopiainstitute.org/2012/02/franse-mode-wetgeving-en-genocide/"class="meta-nav"><span >lees meer &#187;</span></a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://www.eutopiainstitute.org/2012/02/franse-mode-wetgeving-en-genocide/eutopia-nummer11/" rel="attachment wp-att-2662"><img class="alignleft size-full wp-image-2662" title="Eutopia nummer11" src="http://www.eutopiainstitute.org/site/wp-content/uploads/2012/02/Eutopia-nummer11.jpg" alt="" width="200" height="299" /></a>Op het gebied van de mode is Frankrijk de trendsetter van Europa. Het woordje ‘mode’ is zelfs van oorsprong Frans en betekent het zoveel als ‘manier’ of ‘wijze’. De rest van Europa lijkt Frankrijk echter niet enkel in modieuze zin te volgen, maar ook in zijn politieke manier of wijze. Dat was vroeger zo, maar ook in hedendaagse politieke kwesties zie je dat terug: Frankrijk sprak zich uit tegen een lidmaatschap voor Turkije in de Europese Unie; menig ander Europees land zag niets in dat lidmaatschap. Frankrijk wilde een boerkaverbod; het Nederlandse kabinet stemde onlangs in met een boerkaverbod. De Franse senaat heeft een wet aangenomen tegen het ontkennen van de Armeense genocide;  gaat de rest van Europa nu ook een dergelijke wet doorvoeren?</p>
<blockquote><p><span style="color: #ff6600;">´De Franse manier is een geborneerde en louter provocerende. Die lost niets op, maar maakt juist ruim baan voor onnodige geschillen in de toekomst. De vraag is echter of Europa zich nog steeds zal laten domineren door modes die afkomstig zijn uit Frankrijk.´</span></p></blockquote>
<p>Het is al door velen frappant genoemd, dat Frankrijk de geschiedenis wil vastleggen in het wetboek van strafrecht. Afgezien van het feit dat ze die überhaupt wilden, was het echter ook  voor velen de vraag waarom ze dat per se nú wilden doen. Want terwijl de   Armeense kwestie tot in de jaren zeventig in Turkije nog in de doofpot zat, was die in Frankrijk reeds decennialang bekend.</p>
<p>Toch was de eerste keer dat gewag werd gemaakt van strafbaarstelling van ontkenning van de Armeense genocide pas in 2001. Het Franse parlement verklaarde toen officieel dat de gebeurtenissen van 1915 in Turkije als daden van genocide aangemerkt moesten worden; dat was een jaar voorafgaand aan de presidentsverkiezingen van 2002.</p>
<p>In 2006 stemde het Franse parlement in met strafbaarstelling, maar de wet overleefde de stemrondes in de senaat niet. Opmerkelijk is dat ook dat vlak voor de presidentsverkiezingen van 2007 gebeurde. Men zou het gewoon toeval kunnen noemen dat de Fransen in april en mei van dit jaar presidentsverkiezingen zullen houden en dat het onderwerp opnieuw is aangezwengeld. Het is echter ook goed mogelijk dat hier sprake is van een politieke strategie.</p>
<p>De omvang van de Armeense gemeenschap in Frankrijk wordt geschat op rond de driehonderdduizend. Maar hoewel dat veel lijkt, is het op een bevolking van meer dan 65 miljoen niet echt een substantieel deel. Om de Armeense stemmen zal het dus niet gaan. Toch speelt in het verlengde van de Armeense kwestie een ander probleem: de Turks-islamitische kwestie in Europa. Door de explosieve groei van populistische partijen is het voor de mainstream partijen onmogelijk geworden dat deel van het electoraat te negeren dat gevoelig is voor exotische fenomenen in Europa. In de Franse peilingen eist het extreemrechtse Front National (FN) van Le Pen een derde van de stemmen op. Om niet bij het FN achter te blijven, lijken Sarkozy en anderen zich steeds vaker even extreem op te moeten stellen. In de twintigste eeuw zou de westerse wereld, inclusief Frankrijk, zich niet zo gemakkelijk aan dit soort volkssentimenten hebben overgegeven; tijdens de Koude Oorlog was het belang immers evident om de Turken gelieerd aan het Westen te houden.</p>
<p>Het is hoogst merkwaardig dat aan die vriendschap blijkbaar geen belang meer wordt gehecht.  Want in een periode waarin de gehele islamitische wereld in rep en roer is, wijzen moslims dikwijls naar het democratische Turks-islamitisch model als oplossing. Het moderne Turkije wordt als onderhandelaar gezien met een haast vlekkeloze geschiedenis – in tegenstelling tot westerse landen. Maar in plaats van dat de westerse wereld Turkije omarmt en via de Turks-Europese brug een duurzame, democratische stempel op de islamitische wereld drukt, lijkt een politiek van vooringenomenheid en zelfgenoegzaamheid meer tot de verbeelding te spreken. Daarnaast is  Turkije in een tijdperk van economische malaise een goed draaiende economische motor. Goldman Sachs, die de term ‘BRICS-landen’ (Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika) introduceerde,  noemde Turkije een van de ‘Next eleven-landen’ die in navolging van de BRICS-landen de meeste potentie hebben om tot wereldeconomie uit te groeien. Frankrijk lijkt echter sancties te prefereren boven duurzame economische relaties.</p>
<p>En de de Armeniërs en hun leed? Verdienen zij het niet om gehoord te worden? Allicht wel. Maar hier is wel een verschil tussen de Armeniërs in Armenië, in de diaspora in westerse landen en de Armenen in Turkije zelf. De eerste twee groepen zijn euforisch over het aannemen van de wet en de erkenning van het leed dat hun voorvaderen is aangedaan. Want dat is precies wat het is: iets dat is voorgevallen, maar dat voor hen nauwelijks werkelijk speelt. Voor de minderheid in Turkije is dit anders: voor hen is het hoogst actueel hoe ze behandeld zullen worden in het epicentrum van dit geschil  het land waar ze wonen. De Franse spierballenwetgeving maakt hun positie er niet makkelijker op.</p>
<p>Turkije was goed op weg om een toleranter en opener intellectuele klimaat te scheppen met betrekking tot de Armeense kwestie. Dat bleek toen er in 2005 een conferentie over de Armeense genocide gehouden werd in Istanbul. Toen de Turkse rechter deze verbood,  greep premier Erdogan hoogstpersoonlijk in ten gunste van het recht op vrijheid van meningsuiting. Daarnaast heeft Turkije onlangs de befaamde Holocaustdocumentaire SHOAH via de staatstelevisie uitgezonden, waardoor het debat over genocides in het land werd aangewakkerd. En ook moet men niet vergeten dat in januari 2012 twintig- tot dertigduizend man in Istanbul de straat op gingen ter nagedachtenis van de Armeense journalist Hrant Dink.  Dink werd vijf jaar geleden vermoord werd om zijn opvattingen over de Armeense kwestie. Tien jaar terug zou zo’n grootschalige, publieke herdenking onmogelijk zijn geweest.</p>
<p>Één voor één zijn dit indicatoren dat Turkije op weg is naar meer openheid en tolerantie. Het is niet eerlijk dat men maar blijft pushen dat het sneller moet. Hoe moeilijk het bewandelen van een dergelijke weg is, blijkt namelijk – ironisch genoeg – uit de Franse geschiedenis. Want ook Frankrijk heeft nog steeds moeite met het onder ogen zien van zijn misdaden in Algerije, zijn directe betrokkenheid bij de Bamileke–genocide in Kameroen – die in de doofpot is gestopt – of de weg die het land mede heeft geplaveid voor de Rwandese genocide.</p>
<p>De Franse manier is een geborneerde en louter provocerende. Die lost niets op, maar maakt juist ruim baan voor onnodige geschillen in de toekomst. De vraag is echter of Europa zich nog steeds zal laten domineren door modes die afkomstig zijn uit Frankrijk.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.eutopiainstitute.org/2012/02/franse-mode-wetgeving-en-genocide/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Iran, sancties en straks oorlog?</title>
		<link>http://www.eutopiainstitute.org/2012/02/iran-sancties-en-straks-oorlog/</link>
		<comments>http://www.eutopiainstitute.org/2012/02/iran-sancties-en-straks-oorlog/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 22 Feb 2012 12:02:48 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Peyman Jafari</dc:creator>
				<category><![CDATA[Midden-Oosten]]></category>
		<category><![CDATA[Politiek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.eutopiainstitute.org/?p=2705</guid>
		<description><![CDATA[De Verenigde Staten en de Europese machten hebben sancties ingesteld tegen Iran, zonder nog langer te veinzen dat ze niet de gewone Iraniërs willen treffen. De Iraanse munteenheid, de rial, heeft in de afgelopen weken meer dan 40 procent van &#8230;<br /> <a href="http://www.eutopiainstitute.org/2012/02/iran-sancties-en-straks-oorlog/"class="meta-nav"><span >lees meer &#187;</span></a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://www.eutopiainstitute.org/2007/11/onrust-bij-de-iraanse-joden-integratie-of-emigratie-het-dilemma/2009-ahmadjnejad-en-flag/" rel="attachment wp-att-821"><img class="alignleft size-medium wp-image-821" title="2009- Ahmadjnejad en flag" src="http://www.eutopiainstitute.org/site/wp-content/uploads/2010/10/2009-Ahmadjnejad-en-flag-300x211.jpg" alt="" width="300" height="211" /></a>De Verenigde Staten en de Europese machten hebben sancties ingesteld tegen Iran, zonder nog langer te veinzen dat ze niet de gewone Iraniërs willen treffen. De Iraanse munteenheid, de rial, heeft in de afgelopen weken meer dan 40 procent van zijn waarde verloren. Hierdoor zijn de prijzen voor voedsel en medicijnen omhoog geschoten. Ook andere producten zijn duurder geworden, zowel geïmporteerde als plaatselijk geproduceerde.</p>
<blockquote><p><span style="color: #ff6600;">´De voortdurende militaire dreiging zorgt ervoor dat de elite van de Iraanse machthebbers steeds militaristischer wordt en het leven van de democratische activisten steeds moeilijker maakt.´</span></p></blockquote>
<p>Nadat de Europese Unie de tegoeden van de Iraanse centrale bank had bevroren, trokken de particuliere banken van de EU-landen zich terug uit de financiering van graanzendingen naar Iran. Op dit moment (begin februari) ligt er al drie weken meer dan 400.000 ton graan te wachten om naar Iran te worden verscheept. Onder enorme druk van de VS en de EU heeft de in België gevestigde SWIFT, die internationale transacties tussen banken mogelijk maakt, verklaard de Iraanse banken te boycotten. Deze actie zal niet alleen de gewone Iraniër raken die in hoge mate afhankelijk is van importproducten, maar ook de Iraanse schaduweconomie versterken die gedomineerd wordt door de Revolutionaire Garde.</p>
<p>De sancties halen op deze manier de zuurstof uit de dynamische Iraanse samenleving, juist nu deze zo’n sterke beweging voor democratische veranderingen en sociale rechtvaardigheid heeft voortgebracht. De voortdurende militaire dreiging zorgt ervoor dat de elite van de Iraanse machthebbers steeds militaristischer wordt en het leven van de democratische activisten steeds moeilijker maakt. Daarom zijn de sancties en de militaire dreigementen ook met afkeuring ontvangen door leidende figuren uit de hele Iraanse oppositie (de Groene Beweging, onafhankelijke vakbonden, studenten en vrouwenrechtenactivisten).</p>
<p>Om een oorlog te rechtvaardigen, presenteren de westerse media speculaties over de Iraanse ontwikkeling van kernwapens als feiten, en wordt het Iraanse regime afgeschilderd als een “existentiële bedreiging” van Israël. Het zou niet de eerste keer zijn dat we met leugens naar een oorlog worden geleid. In 2002 lieten Italiaanse en Amerikaanse geheime diensten documenten circuleren waaruit bleek dat Irak uranium aan het kopen was van Niger. Later bleken deze documenten vals te zijn. Dat gold ook voor de foto’s van “biologische wapens” die de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell in 2003 presenteerde aan de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties.</p>
<p>Al sinds 1992 beweert de kernmacht Israël met grote regelmaat dat Iran “slechts een paar jaar verwijderd is van het bezit van atoomwapens.” Maar in 2007, en wederom in 2011, rapporteerden alle zestien Amerikaanse inlichtingendiensten dat Iran niet bezig was met de militarisering van zijn nucleaire programma. Dit werd onlangs nog bevestigd door Leon Panetta, de Amerikaanse minister van Defensie, die zei dat Iran geen kernwapens ontwikkelt, maar wel “nucleaire capaciteit”. Dat betekent dat het land technisch in staat zou zijn om atoomwapens te ontwikkelen als het daarvoor zou kiezen.</p>
<p>Als Iran deze “nucleaire capaciteit” bereikt (wat bijvoorbeeld Japan en Brazilië al hebben gedaan), dan zou dit niet bepaald onopgemerkt blijven. Tientallen camera’s van het Internationaal Atoomagentschap, in de Iraanse fabrieken waar uranium wordt verrijkt, zouden moeten worden uitgeschakeld en buitenlandse waarnemers zou de toegang moeten worden ontzegd. Bovendien zou zelfs een Iran met kernwapens geen partij zijn voor Israël, dat op dit moment tussen de 80 en 100 kernkoppen heeft.</p>
<p>De Iraanse heersers zijn niet de “waanzinnige mullah’s” die de media van ze maken. In hun buitenlandse beleid zijn het kille, berekenende realisten. Ze houden zich bijvoorbeeld muisstil over de Russische onderdrukking van moslims in Tsjetsjenië om hun strategische alliantie met Rusland niet in gevaar te brengen.</p>
<p>Iran is geen bedreiging voor zijn buren of voor het westen, maar veeleer een land dat zelf voortdurend wordt bedreigd. Het wordt omringd door westerse troepen in Afghanistan, Irak, de Perzische Golf en de voormalige Sovjetrepublieken. Op dit moment heeft het land al te maken met een ‘geheime oorlog’. Na de invasie van Irak begon het Amerikaanse leger met operaties over de Iraanse grens waarbij informatie over “etnische spanningen” werd verzameld. Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken onthulde onlangs dat de Israëlische geheime dienst leden van de in Pakistan gevestigde guerrilla-beweging Jundullah heeft gerekruteerd om operaties in Iran uit te voeren. Zowel Iran als Amerika beschouwen Jundullah officieel als een terroristische organisatie. Ook zijn er in de afgelopen drie jaar vier Iraanse atoomgeleerden vermoord.</p>
<p>Amerika, de EU en Israël hebben de confrontatie met Iran geïntensiveerd omdat ze een machtsverschuiving zien in het Midden-Oosten. De machthebbers in de Verenigde Staten zijn bezorgd over een potentieel grotere invloed van Iran in de regio, vanwege de Amerikaanse terugtrekking uit Irak en de geplande terugtocht uit Afghanistan. Verder zijn er bij de Arabische revoluties pro-westerse dictators omvergeworpen, zoals Zine al-Abidine Ben Ali en Hosni Mubarak.</p>
<p>Het westen blijft steun geven aan de meest reactionaire krachten in de regio. Afgelopen december sloot Amerika een wapendeal van 30 miljard dollar af met Saudi-Arabië, een land waarvan de troepen cruciaal waren bij het verpletteren van de democratische opstand in het buurland Bahrein.<br />
Een oorlog met Iran zal niet alleen miljoenen levens verwoesten, het zal tevens de democratische beweging decennia terugwerpen en de greep van de westerse machten en hun reactionaire bondgenoten op de regio versterken.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.eutopiainstitute.org/2012/02/iran-sancties-en-straks-oorlog/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Anil Ramdas (1958-2012)</title>
		<link>http://www.eutopiainstitute.org/2012/02/anil-ramdas-54/</link>
		<comments>http://www.eutopiainstitute.org/2012/02/anil-ramdas-54/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 20 Feb 2012 10:21:09 +0000</pubDate>
		<dc:creator>admin</dc:creator>
				<category><![CDATA[Video]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.eutopiainstitute.org/?p=2690</guid>
		<description><![CDATA[Anil Ramdas (54) from Eutopia Institute on Vimeo. &#160;]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><iframe src="http://player.vimeo.com/video/37097521?title=0&amp;byline=0&amp;portrait=0" frameborder="0" width="640" height="480"></iframe></p>
<p><a href="http://vimeo.com/37097521">Anil Ramdas (54)</a> from <a href="http://vimeo.com/user7756432">Eutopia Institute</a> on <a href="http://vimeo.com">Vimeo</a>.</p>
<p><a href="http://www.eutopiainstitute.org/2012/02/anil-ramdas-54/anilramdas/" rel="attachment wp-att-2695"><img class="alignleft size-medium wp-image-2695" title="anilRamdas" src="http://www.eutopiainstitute.org/site/wp-content/uploads/2012/02/anilRamdas-300x219.png" alt="" width="133" height="97" /></a></p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.eutopiainstitute.org/2012/02/anil-ramdas-54/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Journalist en schrijver Anil Ramdas (54) overleden</title>
		<link>http://www.eutopiainstitute.org/2012/02/journalist-en-schrijver-anil-ramdas-54-overleden/</link>
		<comments>http://www.eutopiainstitute.org/2012/02/journalist-en-schrijver-anil-ramdas-54-overleden/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 17 Feb 2012 13:52:01 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Migratie]]></category>
		<category><![CDATA[Politiek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.eutopiainstitute.org/?p=2677</guid>
		<description><![CDATA[´Met de beschaafde intonatie van een intellectueel die de gebaande paden probeert te mijden, poneerde hij zijn ideeën over Nederland als (post)koloniale natie, de opkomst van het anti-moslim-populisme en de heimwee van de migrant.´]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>´Met de beschaafde intonatie van een intellectueel die de gebaande paden probeert te mijden, poneerde hij zijn ideeën over Nederland als (post)koloniale natie, de opkomst van het anti-moslim-populisme en de heimwee van de migrant.´</p>
<p><a href="http://www.eutopiainstitute.org/2012/02/journalist-en-schrijver-anil-ramdas-54-overleden/2012-anil-ramdas003/" rel="attachment wp-att-2679"><img class="aligncenter size-large wp-image-2679" title="2012-anil ramdas003" src="http://www.eutopiainstitute.org/site/wp-content/uploads/2012/02/2012-anil-ramdas003-463x620.jpg" alt="" width="463" height="620" /></a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.eutopiainstitute.org/2012/02/journalist-en-schrijver-anil-ramdas-54-overleden/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Van nine-eleven tot de Arabische Lente</title>
		<link>http://www.eutopiainstitute.org/2012/02/van-nine-eleven-tot-de-arabische-lente/</link>
		<comments>http://www.eutopiainstitute.org/2012/02/van-nine-eleven-tot-de-arabische-lente/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 15 Feb 2012 07:56:44 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Erwin Jans</dc:creator>
				<category><![CDATA[Politiek]]></category>
		<category><![CDATA[Wereld]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.eutopiainstitute.org/?p=2665</guid>
		<description><![CDATA[De Alledaagse Apocalyps: onder die opmerkelijke titel verzamelde Lieven de Cauter ‒ filosoof, schrijver en activist ‒ verschillende teksten die hij het voorbije decennium schreef. De ondertitel van de bundel luidt: Het entropisch imperium: beschouwingen over de planetaire uitzonderingstoestand. Van &#8230;<br /> <a href="http://www.eutopiainstitute.org/2012/02/van-nine-eleven-tot-de-arabische-lente/"class="meta-nav"><span >lees meer &#187;</span></a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://www.eutopiainstitute.org/2012/02/van-nine-eleven-tot-de-arabische-lente/2012-beschaving-stad/" rel="attachment wp-att-2666"><img class="alignleft size-full wp-image-2666" title="2012-beschaving stad" src="http://www.eutopiainstitute.org/site/wp-content/uploads/2012/02/2012-beschaving-stad.jpg" alt="" width="180" height="281" /></a>De Alledaagse Apocalyps: onder die opmerkelijke titel verzamelde Lieven de Cauter ‒ filosoof, schrijver en activist ‒ verschillende teksten die hij het voorbije decennium schreef. De ondertitel van de bundel luidt: Het entropisch imperium: beschouwingen over de planetaire uitzonderingstoestand. Van nine-eleven tot de Arabische Lente. Entropie is een term uit de thermodynamica waarmee de mate van wanorde of ontaarding van een systeem wordt aangegeven. Termen als ‘entropie’, ‘apocalyps’ en ‘uitzonderingstoestand’ maken duidelijk dat De Cauters analyse van het eerste decennium van de éénentwintigste eeuw erg somber is. Desondanks is hij een activist die zich dagelijks engageert in concrete kwesties onder het motto: “Pessimisme in de theorie, optimisme in de praktijk.” In de inleiding speelt de Cauter met de twee betekenissen van het woord ‘apocalyps’: “Apocalyps betekent voor mij meer dan alleen ondergang. Het betekent vooral ook: openbaring. Inzicht. Opheldering. Opening. Klaarte. Verlichting. Natuurlijk. Maar ook: Tegenwoordigheid van geest. Alertheid. Alarm. Of met Hölderlin: ‘Waar het gevaar groeit, groeit het reddende ook.’”<br />
Een van de opvallende kenmerken van het boek is het hybride karakter ervan. Het bevat doorwrochte theoretische stukken, militante opiniestukken, manifesten, interviews (met o.a. Jacques Derrida, Nawal al Saadawi; Giorgio Agamben), open brieven en polemieken. De auteur noemt het niet toevallig ‘een werkboek’. Het is maar liefst 600 pagina’s dik. Het is een soort puzzel van het voorbije decennium, soms heel persoonlijk, dan weer analytisch-objectief. De inzet en ook de ambitie ervan zijn niet gering: het conceptualiseren van de huidige stand van de planeet. Want als één ding inmiddels duidelijk is geworden, dan is het dat we mondiaal, zo niet planetair moeten denken om met oplossingen te kunnen komen. Het kan als boek gekocht worden of als open source book gedownload worden op de website: www.dewereldmorgen.be.</p>
<p>Alle teksten zijn gedateerd en tonen zo een denken-in-progress: hoe een intellectueel zich door het zeer woelige eerste decennium van de eenentwintigste eeuw worstelt, dat officieel begon met de aanslagen van 9/11 en eindigde met de mondiale financiële crisis en de Arabische Lente. De Cauter ontwikkelt een theoretisch kader, maar durft ook zijn nek uit te steken en stelling te nemen in zeer concrete dossiers.</p>
<blockquote><p><span style="color: #ff6600;">&#8221;Voor De Cauter wordt het voorbije decennium bepaald door drie logica’s: de logica van de capsularisering (van de stedelijke en de openbare ruimte), de logica van de permanente catastrofe en de logica van de Nieuwe Imperiale Orde. &#8221;</span></p></blockquote>
<p>De Cauters activisme vertaalde zich de voorbije jaren onder meer in zijn engagement rond de  sans-papiers, de illegalen. Als medeoprichter van het burgerinitiatief BRussells Tribunal &#8211; People vs. Total War Incorporated, keerde  hij zich  openlijk tegen de militaire interventie van de Verenigde Staten in Irak. Hij is eveneens medesamensteller van de recente publicatie Art and Activism in the Age of Globalization (2011), waarin de mogelijkheden en de grenzen van het artistieke activisme worden verkend.</p>
<p>Voor De Cauter wordt het voorbije decennium bepaald door drie logica’s: de logica van de capsularisering (van de stedelijke en de openbare ruimte), de logica van de permanente catastrofe en de logica van de Nieuwe Imperiale Orde. Het samenspel en de onderlinge versterking van deze drie logica’s is verantwoordelijk voor de huidige stand van zaken in de wereld, met andere woorden, voor de actuele politieke, sociale, economische en ecologische crisis. De militaire politiek van de twee Bush-regeringen, de onwettige oorlog tegen Irak, het Israëlisch-Palestijnse conflict, de ecologische dreiging en de Arabische Lente vormen het internationale en zelfs planetaire kader van De Cauters beschouwingen. Daarnaast worden ook een aantal meer ‘lokale’ kwesties behandeld zoals het antiterrorismeklimaat in België en het ontslag van een onderzoekster aan de KULeuven vanwege haar betrokkenheid bij directe acties van de Field Liberation Movement (een organisatie die zich verzet tegen genetisch gemanipuleerde gewassen). Maar eigenlijk heeft het weinig zin om een onderscheid te maken tussen globaal en locaal. Op alle niveaus zijn dezelfde mechanismen aan het werk.</p>
<p><em><strong>Capsularisering</strong></em></p>
<p>In 2004 verzamelde De Cauter een aantal opstellen onder de titel De capsulaire beschaving. De obsessie met veiligheid en controle staan daarin centraal, en twee concrete feiten liggen aan de oorsprong van deze opstellen: allereerst krantenberichten uit 1998 die melding maken van muren van prikkeldraad in Ceuta en Melilla, twee Spaanse enclaves op Marokkaans grondgebied. Die muur van prikkeldraad scheidt Europa van Afrika en wordt door de Europese Gemeenschap betaald. Desondanks is die muur in Europa maar weinig bekend (in tegenstelling bijvoorbeeld die tussen Mexico van de Verenigde Staten). Een tweede aanleiding was de dood van de Nigeriaanse asielzoekster Semira Adamu. Zij zat in het Belgische Steenokkerzeel opgesloten in een opvangcentrum in de buurt van de luchthaven. Tijdens haar gedwongen repatriëring werd ze vastgehouden door politiemannen om haar te kalmeren en stikte ze in een kussen. In zijn essaybundel gaat De Cauter op zoek naar het functioneren van een samenleving die dit soort praktijken (het bouwen van muren tussen landen, het bouwen van gesloten opvangcentra voor asielzoekers) mogelijk maakt en zelfs stimuleert.</p>
<p>Over de stad in het tijdperk van de angst, zo luidt de ondertitel. En een van de opstellen heeft als titel: &#8220;De stad in het tijdperk van het transcendentaal kapitalisme&#8221;. Als ons tijdperk zowel door angst als door kapitalisme wordt gekenmerkt, moet er tussen beide een structureel verband bestaan. De Cauters opstellen zijn een poging om de “wetten” en “mechanismen” te formuleren die deze twee manifestaties van de postmoderne samenleving met elkaar verbinden. Want het gaat wel degelijk om eigentijdse fenomenen: De Cauter spreekt van de “nieuwe angst” en van het kapitalisme als “&#8217;transcendentaal”. Met transcendentaal bedoelt hij dat het kapitalisme allesomvattend en onontkoombaar geworden is zonder alternatief of tegenterm; het bepaalt alle subject-objectrelaties. Het wordt volgens De Cauter voorts wezenlijk gekenmerkt door een binaire structuur, tussen een centrum en een periferie, tussen een binnen en buiten. Met deze ruimtelijke vertaling van de economische ongelijkheid die eigen is aan het kapitalisme wordt de centrale term uit De Cauters analyse geïntroduceerd: de capsularisering van de onze samenleving.</p>
<p>De Cauter ontleent het begrip van de capsule aan de Japanse theoreticus Kisho Kurokawa, die in 1969, het jaar van de maanlanding, beweert dat de capsule het model is van architectuur van de toekomst. Voor De Cauter voltrekt zich hier de overgang van het industriële naar het post-industriële tijdperk. De capsule wordt een soort medium, een midden, in de zin van een artificieel milieu waarin mens en machine een eenheid vormen. De auto is een goed voorbeeld van een capsule. De Cauter tekent hier echter onmiddellijk bij aan dat de capsule zo oud is als de mens en de cultuur zelf: de mens heeft altijd capsules ontworpen en de cultuur is zelf een soort van capsule. Huizen, kleren ‒ het zijn allemaal capsules. Het capsulaire is, met andere woorden, een transhistorisch begrip. Het verschil met nu is volgens De Cauter dat op dit moment een drempel overschreden wordt, dat de  capsularisering een hogere intensiteit bereikt dan voorheen en dat we meer dan ooit capsules ‒ binnenruimtes ‒ creëren en erdoor gecreëerd worden. Bij De Cauter krijgt het begrip een bredere betekenis: ook de televisie en de computer functioneren op basis van capsules. Cocooning is een symptoom van capsulering, maar dat geldt ook voor Fort Europa. Op die manier kan De Cauter de capsulaire beschaving verbinden met het verdwijnen van openbaarheid (en democratische discussieruimte), met een tijdperk van angst, met het uitsluiten en marginaliseren van vreemdelingen en illegalen, et cetera. Het wordt een koepelbegrip dat niet alleen wijst op bepaalde tendensen in architectuur en stedebouw, maar dat ook de belangrijkste politieke, economische en sociaal-culturele ontwikkelingen probeert te beschrijven. De Cauter plaatst de “capsule” tegenover het “netwerk” en beschrijft zo de paradoxale dynamiek van de postmoderne samenleving: “In de hype rond de opkomst van de netwerkmaatschappij hebben mensen de neiging te veel de nadruk te leggen op verkeers- en informatiestromen, de vermenging, de sampling, de cross-over, integratie, de zachte drempels, etc. Maar wellicht is dit slechts één kant van het plaatje. Het netwerk verduistert de capsule. Wij wonen niet in het netwerk, maar in capsules. (&#8230;) Derhalve: de graad van capsularisering is rechtevenredig aan de groei van de netwerken.”</p>
<p>De Cauter waarschuwt voor de permanente productie van het capsulaire (binnen/buiten) paradigma op alle niveaus.  Het meest extreem formuleert hij dat proces in zijn “&#8217;zesde wet van de capsularisering”: “De toename van migratie, legaal en illegaal, en de exponentiële groei van het vluchtelingenprobleem, zal de opkomst van de biopolitiek versterken: de wrede in- en uitsluiting van ongewilde lichamen als louter dierlijk leven.” (CB 23) Met de term biopolitiek verwijst De Cauter expliciet naar het werk van Foucault en vooral naar het denken van Agamben.<br />
<a href="http://www.eutopiainstitute.org/2012/02/van-nine-eleven-tot-de-arabische-lente/2012-beschaving-stad002/" rel="attachment wp-att-2667"><img class="alignleft size-medium wp-image-2667" title="2012-beschaving stad002" src="http://www.eutopiainstitute.org/site/wp-content/uploads/2012/02/2012-beschaving-stad002-300x204.jpg" alt="" width="300" height="204" /></a><br />
<em><strong>Het entropisch imperium</strong></em></p>
<p>In “De alledaagse apocalyps” bouwt De Cauter verder op de Empire-analyses van Antonio Negri en Michael Hardt enerzijds en het denken over de uitzonderingstoestand van Giorgio Agamben. Maar in beide gevallen gaat De Cauter de discussie aan. De notie van Empire vult hij aan met het adjectief ‘entropisch’. Om het nieuwe wereldsysteem dat zij Empire noemen te beschrijven, ontwierpen Negri en Hardt een imperiale piramide, een hybride politieke constructie, met bovenaan de monarchie (de Verenigde Staten), daaronder de aristocratie (het IMF, de wereldbank, de transnationale bedrijven etc.) en tenslotte de democratie (de wereldreligies, de Verenigde Naties, de NGO’s etc.). Het samenspel tussen deze drie niveaus vormt Empire. Dat samenspel betekent ook controle en onderhandeling, en daar lijkt het voor De Cauter mis te lopen, in elk geval tijdens de Bush-jaren: “Binnen het imperium zijn de Verenigde Staten met handen en voeten gebonden aan allerlei andere componenten, democratische, aristocratische, enzovoort. De Verenigde Staten willen geen monarch zijn die met andere componenten rekening willen houden. Nee, wat zij willen, is een dictatuur. Wat we vandaag meemaken, is voor mij een mondiale staatsgreep van Bush die dat imperium juist niet wil”, zegt De Cauter in een interview in 2003. Tegenover deze pyramide stelt De Cauter het schrikbeeld van het entropische imperium waarbij de monarchie vervangen wordt door de dictatuur, de aristocratie door de oligarchie en de democratie door de anarchie. “Ik blijf vinden dat Negri en Hardt het imperium teveel als een stabiel systeem zien. Binnen de geschiedenis van het Romeins Imperium werden er voortdurend pogingen ondernomen om de twee andere ordes uit te schakelen. (…)  In de huidige situatie komt het erop neer dat de Verenigde Staten erin slagen om zowel aristocratie – het IMF, de G7, de Wereldbank enz. – te reduceren tot humanitair vangnet voor hun imperiale oorlogen,” zegt De Cauter in hetzelfde interview. De komst van Obama heeft wel een en ander veranderd. De Verenigde Staten lijken op dit ogenblik meer geneigd te zijn om de autonomie van de andere niveaus te respecteren, al blijft het een zeer moeilijke evenwichtsoefening.</p>
<p><em><strong>De natuurtoestand</strong></em></p>
<p><em><strong></strong></em>Aan de inzichten van Giorgio Agamben danken we een van de krachtigste theoretische politieke paradigma’s van de voorbije decennia, dat van de uitzonderingstoestand en van het kamp. De  “Homo sacer”-cyclus van Giorgio Agamben is een veelbesproken en verontrustende analyse van het westerse politieke denken. Gebruikmakend van een nieuwe woordenschat – “het naakte leven”, “de homo sacer”, “de muzelman”,  “de uitzonderingstoestand” en “het kamp” ‒ legt Agamben de rechteloze zone van geweld binnen het machtsapparaat bloot. In navolging van Walter Benjamin stelt Agamben dat de uitzonderingstoestand intussen meer en meer de regel is geworden, en met Foucault stelt hij dat de biopolitiek ‒ het uitoefenen van macht op het lichamelijke, biologische leven van de mensen ‒ het paradigma is geworden van de moderne politiek. Voor Agamben is de macht, de soevereiniteit, fundamenteel de macht over “het naakte leven”, de macht om te beslissen over leven en dood. Om dit te verduidelijken grijpt Agamben terug op de archaïsche Romeinse begrip de  “homo sacer”, de heilige mens, die niet geofferd kan worden, maar wel gedood zonder dat er van moord sprake is. Het is een soort grensbegrip van de maatschappelijke orde. Volgens Agamben is dit grensbegrip, deze uitzondering ‒ het naakte leven ‒ het centrum van de politiek geworden. Het concentratiekamp wordt in die optiek de matrix van de moderne politieke ruimte, want als juridisch fundament bevond het zich in de uitzonderingstoestand, waarbij de Duitse grondwetsartikelen in verband met persoonlijke vrijheden buiten werking werden gesteld. De Cauter leest de analyses van Agamben als een kritiek op de nieuwe wereldorde, waarbij vluchtelingen en asielzoekers het “naakte leven” vertegenwoordigen omdat ze terechtgekomen zijn in een ruimte waar het onderscheid tussen zoë en bios is opgeheven. De asielcentra zijn dan niet alleen “capsules” maar ook “kampen”. Een ander voorbeeld is de Amerikaanse gevangenis op Guantanamo Bay, waar vermeende terroristen zonder enige juridische bijstand en zelfs zonder officiële aanklacht worden vastgehouden.</p>
<p>Toch vult De Cauter deze analyse van de uitzonderingstoestand aan met een ander begrip uit de politieke filosofie: de natuurtoestand. Een belangrijk deel van de theorievorming van “De Alledaagse Apocalyps” is gewijd aan de analyse van dit begrip. De Cauter stelt dat de terugval in de natuurtoestand een van de belangrijkste denkfiguren kan zijn om de geopolitieke en de politiek-antropologische situatie van de eenentwintigste eeuw te begrijpen. Die terugval in de natuurtoestand herkent hij in de situatie van bijvoorbeeld Somalië, een land zonder centraal gezag, maar ook in de groeiende fascinatie voor reality-tv, zoals bijvoorbeeld Expeditie Robinson, dat gebouwd is op het idee van competitie en van “allen tegen allen”. “Natuurtoestand en uitzonderingstoestand verhouden zich als tegengestelden, men kan ze schematisch als volgt tegenover elkaar stellen: de uitzonderingstoestand is een exces van soevereiniteit van bovenaf, de natuurtoestand is een implosie of afwezigheid van soevereiniteit van onderuit.“ (AA 497) Via een analyse van het begrip van het politieke bij Carl Schmitt (politiek als de beslissing over het onderscheid tussen vriend en vijand) komt De Cauter bij de figuur van Leo Strauss, een van de vaders van het neoconservatisme, en diens aanval op het liberalisme. In deze context formuleert De Cauter het scherpst en het meest onderbouwd zijn eigen stellingname over de politiek, een pleidooi voor kosmopolitiek:  “Kosmopolitiek moet streven naar een mondiale bestuurlijkheid die een alternatief vormt voor permanente oorlog en de onhoudbare exploitatie van de natuur.”</p>
<p><strong><em>Neoconservatisme,  neoliberalisme en ecologische catastrofe</em></strong></p>
<p><strong><em></em></strong>De Cauters ware vijanden zijn het neoconservatisme en het neoliberalisme en de onzalige alliantie tussen die twee. Het voorbije decennium was het decennium van het neoconservatisme. Die kreeg voor De Cauter het scherpst uitdrukking in The Project for the New American Century (PNAC), een denktank, opgericht in 1997, die deel uitmaakte van de neoconservatieve beweging die was opgestart door William Kristol. Deze organisatie predikte openlijk de Amerikaanse hegemonie door middel van militaire agressie. In hun intentieverklaring, de Statement of Principles, wordt gepleit voor militarisering: na de Koude Oorlog moest Amerika de kans grijpen om de ‘pre-eminent power’ te worden, de enige wereldmacht. Daartoe wilde de PNAC het defensiebudget fors verhogen en was de organisatie bereid om krachtdadig en vroegtijdig in te grijpen (het idee van de pre-emptive strike). Amerikaanse belangen en die van hun bondgenoten (lees: Israël) en het verspreiden (lees: opleggen) van economische vrijheid (lees: neoliberalisme) werden benadrukt. Veel van de leden van deze vereniging maakten deel uit van de eerste regering Bush jr.: Cheney, Wolfowitz en Rumsfeld.</p>
<p>De oorlog tegen Irak stond voor de PNAC al lang op het programma: in brieven aan president Clinton pleitten de organisatie al sinds 1998 voor de invasie. Die oorlog had volstrekt niets te maken met 9/11; niettemin vielen er 1,2 miljoen doden en sloegen 5,5 miljoen mensen op de vlucht. De invasie en de bezetting van Irak waren illegaal en zijn een misdaad tegen de menselijkheid. Die invasie van Irak is ook een uitzonderingstoestand: het internationaal oorlogsrecht werd terzijde geschoven. Dat is volgens De Cauter een van de belangrijkste rode lijnen dit decennium: het terzijde schuiven van de wettelijkheid</p>
<p>Het neoconservatisme was, aldus De Cauter, de gewapende arm van het neoliberalisme. Zoals het neoconservatisme sinds de War on Terror de dominante visie werd voor de internationale politiek, zo was en is het neoliberalisme het dominante discours voor de organisatie van de maatschappij. Dat neoliberalisme deed met Reagan en Thatcher opgang en is een radicale utopie van privatisering en deregulering die op alle terreinen wordt doorgedrukt met één basisrecept: socialisering van kosten, privatisering van winsten. Niet alleen de hele politiek is neoliberaal: het neoliberale denken is via het management doorgedrongen tot in de diepste poriën van onze maatschappij. De universiteit werd een bedrijf, een leverancier aan de kenniseconomie, en we zien zelf onszelf en ons leven als een bedrijf met een carrière. Het neoliberalisme zit in onze hersencellen.</p>
<p>Het voorbije decennium was ook het decennium van zowel de ecologische bewustwording als van het tanen ervan. We botsen onherroepelijk, in de logica van de groei, op de grenzen van de planeet. We bedreigen ons ecosysteem en onze eigen soort. Het eerste rapport van de Club van Rome, De grenzen aan de groei, probeerde in 1972 de mensheid wakker te schudden. Het smelten van de ijskappen en gletsjers, opwarming, tornado’s en orkanen, het kappen van het regenwoud, verwoestijning, de teloorgang van biodiversiteit: het stond er allemaal in. 2006 was het jaar dat de bewustwording kwam. Al Gore en het IPCC (International Panel on Climate Change) kregen de Nobelprijs voor de Vrede. De mensheid werd zich bewust van drie dingen, aldus De Cauter: het feit van de opwarming van de aarde zelf, het feit dat die klimaatverandering wel degelijk aan de mens te wijten was, en het feit dat er dringend moest worden ingegrepen. Maar die bewustwording duurde niet lang. Tegen november 2010 en de klimaattop van Kopenhagen werden weer stappen achteruit gezet. De top mislukte en uit onderzoek bleek dat het bewustzijn van de nakende catastrofe inmiddels alweer was afgenomen.</p>
<p><em><strong>De Arabische Lente en Occupy Wallstreet</strong></em></p>
<p>Toch ziet De Cauter enkele lichtpunten. De Arabische lente steekt als een heldere bliksem af tegen een donkere hemel. Het was ook meteen het einde van het post-9/11-tijdperk en van het neoconservatisme in de internationale politiek. Amerika’s wereldoverheersing met militaire middelen onder het mom van nation building en bringing democracy, werd onhoudbaar: democratie wordt met meer succes afgedwongen door straatprotesten van Tunesië tot Jemen, van Egypte tot Syrië. Of de Arab awakening ook het einde van het islamfundamentalisme betekent, zal de toekomst moeten uitwijzen. De menigtes van de islamitische wereld bewijzen volgens De Cauter in elk geval dat zij niet Middeleeuws en theocratisch denken, maar democratie, vrijheid en sociale rechtvaardigheid willen en zelfs bereid zijn daarvoor te sterven. Een ander lichtpunt zijn de Occupy Wallstreetbeweging en de Indignados. Het spontane verzet van jonge mensen tegen het neoliberalisme van Tahrir Square tot Wallstreet zijn tekens van hoop in bange dagen: een bewijs van de ongelofelijke kracht en intelligentie van de menigte tegenover de verpletterende krachten die ons omringen en de ongeziene uitdagingen die de mensheid te wachten staan. In geen van beide gevallen gaat het om een van bovenaf of vanuit één punt gestructureerde organisatie, maar om wat Negri &amp; Hart “multitude” of “zwemintelligentie” noemen. De menigte staat op, zowel tegen de Oosterse tirannie als tegen de Westerse oligarchie.</p>
<p>Op de laatste pagina van het boek staat als een uitroep: “Tahrir Square Everywhere!” Het is ongetwijfeld een uitroep van hoop en verwachting, maar het maakt ook duidelijk dat volgens De Cauter de toekomst van de planeet – ‘het reddende’, om Hölderlin te parafraseren ‒ niet langer in de handen ligt van de bestaande politiek, maar in de handen van wat Negri en Hardt ‘multitude’ hebben genoemd.</p>
<p>Lieven De Cauter, De alledaagse apocalypse en het entropisch imperium: beschouwingen over de planetaire uitzonderingstoestand. Van nine-eleven tot de Arabische Lente, 2011, <a href="http://www.dewereldmorgen.be/" target="_blank">www.dewereldmorgen.be</a></p>
<p>Lieven De Cauter, De capsulaire beschaving. De stad in het tijdperk van de angst, NAi Uitgevers, Rotterdam, 2004</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.eutopiainstitute.org/2012/02/van-nine-eleven-tot-de-arabische-lente/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Tussen kunst en politiek: de voorspelling van Johan van der Keuken</title>
		<link>http://www.eutopiainstitute.org/2012/02/tussen-kunst-en-politiek-de-voorspelling-van-johan-van-der-keuken/</link>
		<comments>http://www.eutopiainstitute.org/2012/02/tussen-kunst-en-politiek-de-voorspelling-van-johan-van-der-keuken/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 13 Feb 2012 11:44:19 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Hassouna Mansouri</dc:creator>
				<category><![CDATA[Midden-Oosten]]></category>
		<category><![CDATA[Politiek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.eutopiainstitute.org/?p=2646</guid>
		<description><![CDATA[Is het toeval dat de Arabische Lente precies daar begint waar Johan van der Keuken in 1979 besloot De Meester en de Reus (1980) op te nemen, een film over het onrechtvaardige wereldwijde economische systeem, dat de wereld regeert en beschikt over ons leven en onze toekomst?<br /> <a href="http://www.eutopiainstitute.org/2012/02/tussen-kunst-en-politiek-de-voorspelling-van-johan-van-der-keuken/"class="meta-nav"><span >lees meer &#187;</span></a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://www.eutopiainstitute.org/2012/02/tussen-kunst-en-politiek-de-voorspelling-van-johan-van-der-keuken/2012-john-van-der-keuken02/" rel="attachment wp-att-2647"><img class="alignleft size-medium wp-image-2647" title="2012-John van der Keuken02" src="http://www.eutopiainstitute.org/site/wp-content/uploads/2012/02/2012-John-van-der-Keuken02-211x300.jpg" alt="" width="211" height="300" /></a>Is het toeval dat de Arabische Lente precies daar begint waar Johan van der Keuken in 1979 besloot De Meester en de Reus (1980) op te nemen, een film over het onrechtvaardige wereldwijde economische systeem, dat de wereld regeert en beschikt over ons leven en onze toekomst?<br />
Het kan geen toeval zijn geweest, want Johan van der Keuken was intens bezorgd over het lot der mensheid als een ondeelbaar geheel. Zoals zijn distributeur Pierre-Olivier Bardet opmerkt: “In zijn werk heeft de documentaire, hoezeer ook doorspekt van sociale en politieke vooroordelen en een radicale, kritische houding tegenover Noord-Zuidrelaties, zijn plaats in het centrum van de filmkunst herontdekt en de barrières geslecht tussen de verschillende onderwerpen van de militante film: het milieu, vrouwenemancipatie, de arbeidersstrijd, etc.”  In de film wordt een verband gelegd tussen een Tunesische boer in de woestijn en een Noord-Europese (Nederlandse) burger uit de middenklasse die kampt met werkloosheid en belastingen. Al heel vroeg en met diepgaande visionaire perceptie zag Van der Keuken in dat er geen dichotomie bestond tussen Noord en Zuid, maar tussen de neokapitalisten, degenen die geld verdienen over de ruggen van de anderen, en de ‘subalterns&#8217;, degenen die zijn uitgesloten van welvaart en macht.</p>
<p>Inderdaad, dit is nog steeds een actuele film. Ten eerste omdat de Nederlandse filmmaker een genie was die in staat was de historische ontwikkelingen te analyseren. Dat was omdat hij voldoende menselijkheid en openheid bezat naar de Ander toe om veeleer te geloven in menselijke verbondenheid dan in de  boosaardigheid van de mens, maar vooral omdat hij zo’n intense scherpzinnigheid aan de dag legde in de manier waarop hij de werkelijkheid beschouwde, dat hij in staat was de symptomen te herkennen van datgene waar we vandaag de dag mee worden geconfronteerd: we vallen van de ene crisis in de andere en handelen steeds naar die crises. Sterker nog, sinds 2008 staat de politiek in het teken van de strijd tegen de financiële recessie.</p>
<p>Laten we niet vergeten dat in deze tweeëndertig jaar oude film het amalgaam is van het visionaire talent van de regisseur en de analyse van de Canadese econoom Claude Ménard. De film is gestoeld op twee belangrijke gedachten: de greep die het kapitalisme heeft op de westerse samenleving met inbegrip van de migrantengemeenschappen enerzijds, en de overexploitatie van de natuur voor industriële doeleinden anderzijds. Door het gebruik van een zeer intelligent montageproces wisselt Van der Keuken fictieve scènes waarin hij het onmenselijke gezicht van een belastinginspecteur laat zien, af met andere, uiterst poëtische scènes waarin welpen, bomen en de wind in gesprek gaan, en tot slot met scènes van het archaïsche leven in een klein dorp in het zuiden van Tunesië. Op dat moment is de hoofdgedachte van de film dat ons leven steeds artificiëler wordt en het risico steeds groter wordt dat het zijn betekenis verliest. Migratie wordt vanuit dat uiterst eenvoudige standpunt bekeken: migranten zijn, wanneer zij hun oorspronkelijke manier van leven verlaten, gevangen in hun droom van noordelijke welvaart. De tegenstelling tussen de twee manieren van leven laat een duidelijke voorkeur zien voor de pittoreske nabijheid van de mens tot de natuur in het kleine dorpje op de grens  van de Afrikaanse woestijn.</p>
<blockquote><p><span style="color: #ff6600;">´De film krijgt als we er met de blik van nu naar kijken inderdaad een nieuw leven: hij wijst haarfijn op het verband tussen de zogenoemde Arabische Lente en de instabiliteit van de wereldeconomie.´</span></p></blockquote>
<p>De film, opgenomen in 1979, is een poëtisch pamflet tegen de toenemende macht van de banken over het leven van mensen. Vanuit dat gezichtspunt voorspelden de regisseur en de econoom datgene waar we nu mee worden geconfronteerd. De film krijgt als we er met de blik van nu naar kijken inderdaad een nieuw leven: hij wijst haarfijn op het verband tussen de zogenoemde Arabische Lente en de instabiliteit van de wereldeconomie. Sinds een aantal jaar zien we een scheidslijn in de geschiedenis van de mens: 11 september, klimaatverandering, de financiële crisis, fluctuerende olieprijzen, spectaculaire groei van Aziatische economieën, de Arabische Lente, de recessie in Zuid-Europa en onzekerheid over de Euro en de Dollar, de Occupy-beweging, het bezuinigingsbeleid, etc.. Het lijkt erop dat we de recessie van 1929, de oliecrisis van 1973 en de culturele revolutie van mei 1968 ineen meemaken.</p>
<p>Men zou een opnieuw moeten kijken naar de manier waarop de maker in het begin van De Weg naar het Zuiden (1981), een andere film waarin hij zijn tijd vooruit was, Nederlandse krakers en Marokkaanse migranten op zeer eloquente wijze naast elkaar zet. De ene groep vecht voor het recht op een woning en bezet lege gebouwen en luxeappartementen in de Amsterdamse Kinkerstraat. De andere groep bezet een kerk als protest tegen een besluit van de overheid hen terug te sturen naar hun land van herkomst. Door een eigenaardig toeval eindigt deze film in Egypte, het tweede land waarin de Arabische Lente uitbrak. Van der Keuken besteedt bijzondere aandacht aan de ellendigen van Egypte, die buiten de economische stromen vielen en vallen en een jaar geleden de bezetting van het Tahrirplein initieerden. Het kan geen toeval zijn dat de filmmaker deze twee landen bezocht om een verhaal te vertellen dat vandaag de dag nog steeds relevant is: het onrecht van de economische wereldorde.</p>
<p>Als we het verband tussen de zogenoemde Arabische Lente en de zogenoemde economische crisis eens goed onder de loep nemen, zien we dat de manier waarop de Ander werd bezien weleens aan verandering onderhevig zou kunnen zijn. Sommige politieke partijen herzien hun programma’s om ze menselijker te maken; sommige hebben het zelfs over compassie en de verrijkende rol van immigratie. De krakerdiscussie is nu voorbij, of althans gemarginaliseerd, maar het immigratiethema bezorgt politici nog steeds hoofdbrekens. De voornaamste reden daarvoor is dat het nooit werd bekeken vanuit een ander standpunt dan vanuit het beperkte, vooringenomen en onrechtvaardige beleid dat de belangen diende van beurzen, handelaren en multinationale banken. Natuurlijk is er geen ruimte om de zaken te bezien vanuit een menselijk of cultureel standpunt. Nog niet, nog niet genoeg.</p>
<blockquote><p><span style="color: #ff6600;">´Een uitspraak als de voornoemde is niet te verenigen met de geest van het zogeheten ‘Oude Continent’, het continent van de mensenrechten en de Verlichting, om het maar zo te zeggen. Toch is die geest van het ‘Oude Continent’ nog steeds te vinden, en wel binnen het domein van Europese kunst en cultuur.´</span></p></blockquote>
<p>Wat voor kunst en cultuur relevant is, is dat meestal niet voor de politiek, en dat is zeker zo als het gaat om migratie. De laatste jaren werd er in de Europese politiek gesteld dat het integratiebeleid is mislukt. Die uitspraak is meer dan discutabel; hij is bedoeld om migranten in diskrediet te brengen, terwijl hij eerst en vooral zou moeten worden begrepen als een bekentenis van de politici zelf dat ze hebben gefaald – als er überhaupt al sprake was van falen. Als het integratieproces is mislukt, dan komt dat doordat politici niet de juiste oplossingen en het juiste beleid wilden of wisten te vinden. Migranten werden en worden door politici altijd beschouwd als een buitenlandse entiteit die niet zozeer omwille van zichzelf wordt geaccepteerd, maar alleen voor zover dat voor de gastsamenleving van belang is en  wanneer die op de een of andere manier in een politieke behoefte voorzien. Dit betekent dat ook de uitspraak over de mislukte integratie is gedaan vanuit een monolithische visie, een denkwijze vanuit pragmatische doelen en rationele strategieën, die simpelweg onderdeel uitmaken van heersende opvattingen. Dat is de reden dat als de fysieke aanwezigheid van deze entiteit groter wordt dan de behoefte van de lokale gemeenschap, ze wordt gestigmatiseerd als de bron van al het kwaad. Die laatste attitude heeft de opkomst van extreem-rechtse partijen tot gevolg.</p>
<p>Wat ik hier zeg over politiekstaat mijns inziens in scherp contrast met kunst en cultuur. En dat is precies wat iemand als Johan van der Keuken meer dan dertig jaar geleden al probeerde te zeggen. Een uitspraak als de voornoemde is niet te verenigen met de geest van het zogeheten ‘Oude Continent’, het continent van de mensenrechten en de Verlichting, om het maar zo te zeggen. Toch is die geest van het ‘Oude Continent’ nog steeds te vinden, en wel binnen het domein van Europese kunst en cultuur. Er vindt een verschuiving plaats van het pragmatische en egoïstische argument van direct nut en assimilatie naar een complexe en verrijkende, werkelijke interactie met de Ander over ideeën over en het benoemen van schoonheid, authenticiteit en humanisme. Integratie krijgt dan een andere betekenis en wordt daardoor mogelijk.<br />
Ik zal hier niet spreken over de vele Europese politici en zakenlieden die deel uitmaken van de Europese elite en ook migranten zijn, en ook spreek ik niet over de vele voetballers of sporters die Europese vlaggen verdedigen in internationale toernooien; blijkbaar worden zij niet talrijk genoeg geacht om te spreken over succesvolle integratie. Maar een dergelijke redenering kan ook leiden tot een ander extreem: kunnen we ons een nationaal voetbalteam voorstellen met daarin tien spelers die tweede- of derdegeneratie-immigrant zijn? Dat is binnen het extreem-rechtse gedachtegoed ondenkbaar .</p>
<p>Wat ik wel wil benadrukken is de opkomst van immigranten-kunstenaars: een Marokkaanse acteur die wordt genomineerd voor beste Nederlandse acteur zou voor puristische nationalisten al een bron zijn van grote ergernis, maar als hij dan ook nog wint is de ergernis natuurlijk nog groter; dan kun je die bijzonder eloquente zin te horen krijgen, gericht aan politici die niet geloven in integratie: ‘Ik ben Nederlander en ik ben trots op mijn Marokkaans bloed.’ Dat zei Nasrdin Dchar enkele maanden geleden toen hij zijn Gouden Kalf kreeg uitgereikt, en met deze uitspraak richtte hij zich tot een aantal rechtse partijleiders; een artistieke repliek op een politieke uitspraak. Dchar sprak namens de hele filmsector en richtte zich tot de politici; de jury sprak, door hem de prijs toe te kennen, namens de beroepsgroep. In een dergelijke context gelden andere regels dan die door politici worden bedacht tijdens vergaderingen waarin ze manieren bespreken om van de immigranten af te komen; hier woedt geen discussie over belastingen, bezuinigingen of criminaliteit; wat hier ter discussie staat is Schoonheid en wat telt is het talent van de acteur, niet het bloed dat door zijn aderen stroomt.</p>
<p>Dchar staat niet op zichzelf; veel andere acteurs en filmmakers dragen bij aan de eer en glorie van de Nederlandse filmindustrie, zoals elke immigrant bijdraagt aan de welvaart en economie van een land. Ik noem acteurs als Hakim Traidia (Nederlands-Algerijns), Sabri Saad el-Hamus (Nederlands-Egyptisch); ik noem ook filmmakers als de Nederlands-Peruviaanse Heddy Honigman, Hani Abou Assaad van Palestijnse afkomst, Mohamed Al-Darraji die oorspronkelijk uit Irak afkomstig is en de in Algerije geboren Karim Traidia. Ik kan ook vele namen noemen van gelijksoortige talenten in Frankrijk, Duitsland, Engeland en andere Europese landen: Fatih Akin, Abdellatif Kechiche, Rabah Ameur-Zaimech, Mahamet-Saleh Haroun. Staan deze mensen symbool voor de mislukte integratie? Wanneer kunnen we dan zeggen dat de integratie wel is geslaagd? Hoeveel getalenteerde filmmakers hebben we nodig om te kunnen zeggen dat immigratie heeft bijgedragen aan de verrijking van de Europese film? Wanneer uit een gemeenschap van twee miljoen immigranten een paar uiterst creatieve kunstenaars kunnen voortkomen, betekent dat dat er nog tien anderen zijn die minder goed zijn of niet de kans hebben gekregen naar buiten te treden. En hoeveel briljante filmmakers hebben wij binnen onze autochtone gemeenschap van zeventien miljoen? Niet bijzonder veel, aangezien genialiteit, zoals iedereen wel weet, per definitie schaars is.</p>
<blockquote><p><span style="color: #ff6600;">´Kunstenaars en immigranten delen de subalterne positie, zou de postkoloniale filosoof Homi Bhabha zeggen; zij worden niet beschouwd als onderdeel van de heersende macht, maar toch heeft die macht hen nodig en worden ze door die macht gebruikt. Daardoor zijn zij altijd gedwongen daar weerstand aan te bieden.´</span></p></blockquote>
<p>&nbsp;</p>
<p>Door de economische crisis heeft de cultuursector sinds 2011 te lijden onder bezuinigingen. In diezelfde periode zijn Europese regeringen een serieuze discussie begonnen over nieuwe immigratiewetten, met als doel de immigratie zoveel mogelijk te beperken, dit in het kader van een nieuw algemeen sociaal beleid. Terwijl Barack Obama een stap terug moest doen wat betreft zijn plannen voor een sociaal zorgstelsel, waren in Nederland de bezuinigingen in de gezondheidszorg het onderwerp van verhitte discussie, waarbij subsidies voor gehandicapten onder vuur lagen en de cultuurbegroting werd gehalveerd. Tegelijkertijd worden maatregelen getroffen om het aantal immigranten, inclusief asielzoekers, tot een minimum terug te brengen. Kort gezegd worden de gevolgen van de economische crisis op de schouders van de kunstenaars, immigranten en andere minderheden en zwakken in de samenleving afgeschoven. Zij betalen de prijs voor de crisis, terwijl zij nooit degenen zijn geweest die profiteerden van de economische welvaart. Kunstenaars en immigranten delen de subalterne positie, zou de postkoloniale filosoof Homi Bhabha zeggen; zij worden niet beschouwd als onderdeel van de heersende macht, maar toch heeft die macht hen nodig en worden ze door die macht gebruikt. Daardoor zijn zij altijd gedwongen daar weerstand aan te bieden. De bewieroking van een kunstenaar van buitenlandse afkomst is een dubbele subalterne aanspraak: als immigrant en als kunstenaar.</p>
<p>Waar Jean Paul Sartre vroeger het proletariaat aller landen opriep zich te verenigen, de arbeiders uit het Noorden en de boeren uit het Zuiden, is het nu misschien tijd voor een nieuwe vorm van vereniging: van iedereen die tegen de heersende machthebbers is. Emigranten en kunstenaars zouden zich dan aan moeten sluiten bij een andere vorm van verzet die we eind 2011 zagen opkomen: Occupy. Het lijkt alsof er binnen een steeds breder wordende contrasoevereine samenleving een bepaald bewustzijn ontstaat. We staan op een nieuw keerpunt in de geschiedenis. Volgens Bhabha  waren de subalterne sociale groepen vroeger een onderdrukte minderheid. De neoliberale globalisatie heeft echter zo’n toenemende ongelijkheid voortgebracht, dat deze groep almaar groter wordt. De macht ligt niet meer bij de democratische meerderheid, maar is in handen van kleine groepen die de wereldfinanciën bepalen.</p>
<p>Veel traditionele ideeën zijn niet langer relevant. De notie dat in een democratie de meerderheid de macht heeft wordt niet weerspiegeld door de slogan van de occupy-beweging (1%=/=99%). De wereld wordt geregeerd door een klein aantal mensen die tot de rijkste van de wereld behoren, en 99 procent wordt steeds armer omdat ze de prijs betalen voor de welvaart van die 1 procent. Onderdrukking heeft nog steeds te maken met het marginaliseren van de minderheid zoals Gramsci  bedoelde met het idee van ‘subalterniteit&#8217;, maar in onze tijd betekent het ook economische discriminatie van de meerderheid ten behoeve van een zeer kleine, maar zeer machtige en heersende minderheid.</p>
<p>Wat we zien bij de Arabische Lente, bij de Occupy-beweging en in anderen tekenen van verzet tegen de mysterieuze machten die de wereld regeren en hun humbug (zie J. P. Sartre), is een vorm van ‘subaltern bewustzijn’; mensen willen niet langer worden uitgebuit en worden uitgesloten van welvaart of macht. Het probleem is echter de verdeling; zolang de ‘subalternen’ zijn verdeeld in Noord/Zuid, autochtoon/immigrant en welke andere dichotomieën dan ook, zal er nooit sprake zijn van een daadwerkelijk bewustzijn. Een deel van de ontevredenen is er bovendien niet op uit de heersende macht te breken, maar wil ook een graantje meepikken. Hun aanspraken bevinden zich tot nu toe binnen de heersende dialoog en zijn dus nooit subversief genoeg om een wezenlijke verandering te bewerkstelligen in een krankzinnige relatie tussen sociale groepen die is gestoeld op grenzen, beperkingen en tegenstellingen.</p>
<p>Dit was wat Johan van der Keuken in 1980 al riep (en het is ook al aanwezig in zijn eerdere films uit de jaren zestig). Hij geloofde in het genereus delen van de wereld tot voordeel van allen; zijn helden waren altijd de ellendigen der aarde, zou Franz Fanon zeggen. Voor Van der Keuken is deze categorie echter breder is dan de gekoloniseerden bij Fanon: een blinde jongen, immigranten, arbeiders, werklozen, dat zijn de ellendigen in zijn films. Zelfs in zijn werk als filmmaker was het zijn filosofie om terug te geven en te delen. Dat is misschien de les die sommige politici nu eindelijk beginnen te leren wanneer ze iets verder kijken dan de cijfers en hun veel te veel op economie gebaseerde overwegingen. Linkse partijen worden weer zelfverzekerd omdat de mensen beginnen in te zien hoe ver de politiek omwille van bezuinigingen die voorbijgaan aan de essentie van het menselijke verwijderd kan raken van zijn menselijke basis .</p>
<p>Ik las het nieuws met in het achterhoofd wat Johan van der Keuken vroeger geloofde en zei, en ik kan mij maar niet aan de gedachte onttrekken dat, op de een of andere manier, de kunst de politiek weer op de goede weg kan helpen: Dus je probeert, zegt Johan van der Keuken tegen zijn zoon – hij heeft het over film, maar het lijkt alsof hij tegen een politicus spreekt – om heel dichtbij mensen te komen. Niet alleen hun werk, ook hun kwetsbaarheid, (…) Maar je kunt als filmmaker ook teruggeven, vind ik, in de manier waarop we filmen. Niet als een verhaal, niet als een parel die je van de buitenkant bewondert, wat natuurlijk ook mooi kan zijn. Maar we moeten naar binnen gaan, daar met onze camera’s fysiek aanwezig zijn, en dat moeten we ook laten zien. Voor mij is dat een fundamentele vorm van oprechtheid. Dat is de praktijk van het filmen. Ik heb er altijd van genoten de grenzen ervan op te zoeken.<br />
Aldus sprak een genie.</p>
<p>[1] Johan van der Keuken, Het complete oeuvre (2006) door Total Film.</p>
<p>[2] Bhabha, Homi K. &#8220;The Voice of the Dom,&#8221; [Subaltern Studies IX The Present History of West Bengal] <strong><em>TLS, The Times Literary Supplement</em></strong> no. 4923 (8 Augustus 1997)</p>
<p>[3] Gramsci, Antonio, Selections from the <strong><em>Prison Notebooks</em></strong>, Londen: Lawrence en Wishart, 1973.</p>
<p><a href="http://www.eutopiainstitute.org/2012/02/between-art-and-politics-the-johan-van-der-keuken-prediction/" target="_blank">Engelish version</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.eutopiainstitute.org/2012/02/tussen-kunst-en-politiek-de-voorspelling-van-johan-van-der-keuken/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Between art and politics; the Johan van der Keuken Prediction</title>
		<link>http://www.eutopiainstitute.org/2012/02/between-art-and-politics-the-johan-van-der-keuken-prediction/</link>
		<comments>http://www.eutopiainstitute.org/2012/02/between-art-and-politics-the-johan-van-der-keuken-prediction/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 09 Feb 2012 13:34:56 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Hassouna Mansouri</dc:creator>
				<category><![CDATA[Midden-Oosten]]></category>
		<category><![CDATA[Westen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.eutopiainstitute.org/?p=2622</guid>
		<description><![CDATA[What I am saying here about politics appears to me to be in sharp contrast with art and culture. And this is precisely what someone like Johan van der Keuken tried to say over thirty years ago.<br /> <a href="http://www.eutopiainstitute.org/2012/02/between-art-and-politics-the-johan-van-der-keuken-prediction/"class="meta-nav"><span >lees meer &#187;</span></a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://www.eutopiainstitute.org/2012/02/between-art-and-politics-the-johan-van-der-keuken-prediction/2012-john-van-der-keuken/" rel="attachment wp-att-2623"><img class="alignleft size-full wp-image-2623" title="2012-John van der Keuken" src="http://www.eutopiainstitute.org/site/wp-content/uploads/2012/02/2012-John-van-der-Keuken.jpg" alt="" width="204" height="247" /></a>Is it a coincidence that the Arab spring started precisely where Johan van der Keuken decided to shoot The Master and the Giant (De Meester en de Reus, 1980) in 1979, a film about the unfair global economic system which runs the world and determines our lives and our futures? It was surely not a coincidence, because Van der Keuken used to feel deeply concerned about human destiny as an indivisible whole, as his distributor, Pierre-Olivier Bardet witnesses: “In his work, the documentary, however infused with social and political preoccupations and a radical questioning of North-South relationships, rediscovered its place at the heart of the cinematic art, breaking down barriers between categories of militant cinema: the environment, women’s liberation, workers’ struggle, etc.”  The film links the Tunisian peasant living in the desert with the North European (Dutch) middle class citizen facing unemployment and taxes.  Very early on already, and with a deeply visionary perception, he saw that there was not a dichotomy between North and South but between the neo-capitalists; those who  make money on the backs of the others, the “Subalterns”: those who are excluded from wealth and power.</p>
<blockquote><p><span style="color: #ff6600;">´What I am saying here about politics appears to me to be in sharp contrast with art and culture. And this is precisely what someone like Johan van der Keuken tried to say over thirty years ago.</span>´</p></blockquote>
<p>Indeed, this is still a topical film.  First of all because the Dutch filmmaker was a genius who was able to analyse the way in which human history works. It is also because he had enough humanism and openness toward the Other for him to believe in human unity before evil. But it is primarily because he had such deep perspicacity in the way he looked at reality, that he could see the symptoms of what we are facing today: tumbling from one crisis into another, acting according to the crisis. In fact, since 2008 at least, politics are decided on the emergency of the fight against financial recession.</p>
<p>Let’s not forget that this 32 year old film is the combination of the director’s visionary talent and the analyses by the Canadian economist Claude Ménard. It is based on two important ideas: the hold capitalism has on western society, including the migrant communities, on one hand and the overexploitation of nature for industrial purposes on the other hand. Using a highly intelligent editing process, Van der Keuken alternates fictional scenes showing the inhuman face of a tax collector, with other very poetic ones with cubs, trees and the wind engaging in conversation, and finally documentary scenes of the archaic life in a small village in the south of Tunisia. At the time the main idea of the film was that our life was becoming increasingly more artificial and the risk of losing its meaning was growing. The emigration is considered from that very simple statement: immigrants are trapped in their dream of the northern wealth and prosperity when they leave their original way of life. The opposition of the two lifestyles is clearly in favour of the picturesque proximity of man to nature in the small village, lost at the doors of the African desert.</p>
<p>Shot in 1979, the film is a poetic pamphlet against the growing power of banks on the men’s lives. From that point of view, the two men predicted what we are now confronted with. Indeed, the film gains a new soul if we look at it through the prism of current events: it pinpoints the link between the so-called Arab Spring and the world’s economic instability. For several years now we have witnessed a watershed mankind’s history: 9/11, global warming, financial crisis, fluctuation of oil prices, spectacular growth of Asian economies, the Arab Spring, recession in southern European countries, instability of the Euro and the Dollar, the occupy movement, the budget cuts policy, etc. It is like the 1929 recession, the 1973 oil crisis and the cultural revolution of May 1968, all rolled into one.</p>
<blockquote><p><span style="color: #ff6600;">´When we take a close look at the connection between the so-called Arab Spring and the so-called economic crisis, we could easily think that the way the other group is perceived, is perhaps changing.´</span></p></blockquote>
<p>At this point one should take a renewed look at the way the author of The Way South (De Weg naar het Zuiden, 1981) places Dutch squatters and Moroccan immigrants in a very eloquent parallelism at the beginning of this other precocious film. One group fights for the right to have a house to live in and occupies empty buildings and luxurious apartments in the Kinkerstraat in Amsterdam. The other group occupies a Church as a sign of protest against the government’s decision to send them back to their country. By some strange coincidence this film also ends in Egypt, the second country of the Arab Spring. Van der Keuken pays special attention to the Egyptian wretches, those who are not a part of the economical flow and who initiated the Tahrir Square sit-in one year ago. It cannot be a coincidence that the filmmaker went to these two countries to tell a story which remains relevant in our time: the injustice of the economic world order.</p>
<p>When we take a close look at the connection between the so-called Arab Spring and the so-called economic crisis, we could easily think that the way the other group is perceived, is perhaps changing. Some political parties are reviewing their programs to make them more humane; some even talk about compassion and the enriching role of immigration. The discussion on squatting has ended, or at least been marginalized, but the issue of emigration is like a Chinese puzzle for any politician. The main reason is that it was never considered in any other way, than from the narrow and biased angle of an unfair policy serving the interests of the bourses, the traders and the multinational banks. Of course there is no way then to consider things from a human point of view, nor from a cultural one.  Not yet, not enough.</p>
<p>What is relevant for art and culture is, most of the time, not valid for politics. This is particularly true when it comes to emigration. The last couple of years, it was admitted within the European political spheres that integration policy has failed. Such a statement is more than disputable. It is intended to discredit migrants while it should be understood, first of all, as a confession of failure on the part of the politicians themselves, if it is a failure at all. If the process of integration has failed, it is because politicians could never, or never did, want to find the right answer and the appropriate policy. Migrants always were and still are considered by politicians as a foreign entity, accepted only in as far as they are needed by the host society, not necessarily for themselves and merely when they are somehow an answer to a political need. This means that the statement about the failure of integration is made according to a monolithic vision, a way of thinking according to pragmatic goals and rational strategies which are simply the component of hegemonic attitudes. That is why, when the physical presence of this entity surpasses the need of the local society, it is stigmatised as the source of all evil. This attitude leads to the rise of extreme right parties.</p>
<p>What I am saying here about politics appears to me to be in sharp contrast with art and culture. And this is precisely what someone like Johan van der Keuken tried to say over thirty years ago. A statement like that cannot be in line with the spirit of the so-called “Old Continent”, the continent of the human rights and the Aufklärung, to put it briefly. However, this spirit of the “Old Continent” is still to be found in the realm of European art and culture. From the pragmatic and egoistic argument of the direct use and assimilation of the Other, we shift to a complex and enriching real interaction on the name or ideas of beauty, authenticity and humanism. Integration is then given another meaning and hence becomes possible.</p>
<p>Here I ignore the number of immigrant European politicians and businessmen, who are part of the European elite. Nor do I speak of the number of soccer players or sportsmen who defend European flags in international tournaments. They are not considered numerous enough to speak of successful integration politics. But such a reasoning can lead to another extreme; can you imagine a national soccer team with ten players who are second or third generation immigrants? An inconceivable thought for the extreme right wing way of thinking.<br />
What I want to stress is the emergence of artists within the context of immigration. A Moroccan actor who is nominated for best Dutch actor will annoy purist nationalists, but if he actually wins, it will make it worse; they will be exacerbated. In a situation like this, you can hear a very eloquent sentence addressed to politicians who don’t believe in integration : “ I am Dutch and I am proud of my Moroccan blood”, said Nasrdin Dchar when he was awarded the Golden Calf a few months ago. He was addressing a couple of right wing party leaders. This is the artistic reply to the political statement. Dchar represents the entire film industry and addresses politicians. The jury, in awarding him the prize, speaks on behalf of the profession. Other rules apply here than what politicians decide in meetings in which they discuss how to get rid of immigrants. Here there is no discussion about taxes, budget cuts, criminality. What is discussed here is Beauty and what counts is the actor’s talent, not the blood running through his veins.</p>
<p>Dchar is not an isolated case. Many other actors and filmmakers contribute to the glory of the Dutch film industry just as every immigrant contributes to the country’s wealth and economy. I could mention actors like Hakim Traidia (Dutch Algerian), Sabri Saad el Hamus (Dutch Egyptian). I could also mention filmmakers such as the Dutch Peruvian Heddy Honigman, Hani Abou Assaad of Palestinian origin, Mohamed Al-Darraji originally from Irak and the Algerian born Karim Traidia. In addition I could mention many names of similar talents in France, Germany, England and other European countries: Fatih Akin, Abdellatif Kechiche, Rabah Ameur-Zaimech, Mahamet-Saleh Haroun,… Are these people symbols of a failed integration? Then when would we say that integration has succeeded? How many talented filmmakers do we need to be able to say that immigration has contributed to enrich the European film galaxy? If a couple of really creative artists can emerge from an immigrant community of two million, that means that there are dozens of others who are not very good or who didn’t get their chance to emerge. And how many brilliant filmmakers do we have in an autochthonous community of 17 million? Not quite as many, as genius, as everyone knows, is rare by definition.</p>
<p>Since 2011 cultural sectors have been suffering from budget cuts because of the economic crisis. At the same time, European governments have started to seriously discuss new immigration regulations in order to limit immigration as much as possible. This is happening within the framework of a new general social policy. When the American president Barack Obama had to take a step back in his social health care plan, cuts in the health sector were the topic in a heated debate about subsidies for the disabled and the budget for the cultural sectors had to be halved. At the same time new measures are being taken to reduce the number of immigrants, including the asylum seekers, to a minimum.</p>
<p>In a nutshell, the responsibility for the economic crisis is put on the shoulders of artists, migrants and other minorities and underprivileged members of society. They are the ones paying the price for the economic crisis when they were never the ones who profited from the economic wealth in the first place. Artists and immigrants share the position of Subaltern, the postcolonial philosopher Homi Bhabha would say. They are never considered part of the hegemonic power, even though it needs and uses them. Hence they are always forced to resist it. That is why the consecration of an artist of foreign origin is a double subaltern claim: as an immigrant and as an artist.</p>
<p>If Jean Paul Sartre used to call for the proletariat of the whole world to unite- the workers of the North and peasants of the South-, it is time now perhaps for a new kind of unity: whatever and whoever is against those who have hegemonic power. Emigrants and artists then join another form of resistance which we saw at the end of 2011, that of occupy. It seems that there is a form of consciousness which is developing within an increasingly broadening counter-hegemonic community. We are at a new turning point in history.  The subaltern social groups according to Bhabha  used to be the oppressed minority. The neoliberal globalisation has produced such a strong growing inequality that this group is becoming bigger and bigger. The power is no longer in the hands of the democratic majority, but in the hands of minor groups commanding the world’s finances.</p>
<blockquote><p><span style="color: #ff6600;">´Artists and immigrants share the position of Subaltern, the postcolonial philosopher Homi Bhabha would say. They are never considered part of the hegemonic power, even though it needs and uses them.´</span></p></blockquote>
<p>Many traditional concepts are no longer relevant. The idea that in a democracy the majority has the power, cannot supersede the slogan of the occupy movement (1%=/=99%). The world is run by a very small number of people who are among the richest of the world. 99% is becoming increasingly poorer because they are paying the price for the wealth of the 1%. The oppression has never been more synonym with marginalizing the minority, which is what Gramsci  means by the concept of “Subalternity”, but in our time it means economic discrimination of the majority for the benefit of the very small but very powerful and hegemonic minority.</p>
<p>What we witness in the Arab Spring, in the Occupy movement or in any other signs of resistance against the mysterious powers running the world and deciding its mumbo-jumbo, dixit J.P. Sartre, is a certain “subaltern awareness”. People don’t want to be exploited anymore, nor excluded from the wealth or the power. The problem is however, the division. As long as subalterns are divided in North/South, autochthon/immigrant and any other dichotomies &#8211; it will never be a real awareness. Some of the dissatisfied people are not aiming to destroy the hegemonic power but to “have a slice of the pie”. Their claim has, until now, been made within the hegemonic discourse and hence has never been subversive enough to achieve a rigorous break with an insane relationship between social groups built on boundaries, limits and antagonisms.</p>
<p>This was what Johan van der Keuken was saying from 1980 onward (also already present in his earlier films from the 60s). He used to believe in sharing the world generously for the benefit of everyone. His heroes were always the Wretches of the earth, Franz Fanon would say. Except that for Van der Keuken this category is broader than the colonised people in Fanon’s text:  a blind child, emigrants, workers, the unemployed, &#8230;  these are the kind of wretches in his cinema. Even in his work as a filmmaker his philosophy was to give back and share. This is perhaps the lesson some politicians will finally begin to understand when they look a beyond the numbers and the overly economical considerations. Leftist parties are regaining confidence because the people have started to see how politics can divert very far from its human basis in the name of budget cuts, whilst ignoring the essence of human life.</p>
<p>I read the news with what Johan van der Keuken used to believe and say in mind and I can’t stop thinking that, somehow, art can help politics in finding the right path: So you try – says Johan van der Keuken to his son learning about cinema, but it is as if he is talking to a politician– to get very close to people. Not just the work, the vulnerability too, … But you can also give back, I believe, as a film maker, in the way we film. Not as a story, not as a pearl that you admire from the outside, which can also be beautiful, of course. But we have to go in there, physically be there with our cameras and we have to show that as well. That seems to me a fundamental kind of sincerity. That is the practice of filming. I have always liked exploring the boundaries of it.”<br />
So the genius spoke.</p>
<p>[1] Johan van der Keuken, The Complete Collection (2006) by Total Film.</p>
<p>[2] Bhabha, Homi K. &#8220;The Voice of the Dom,&#8221; [Subaltern Studies IX The Present History of West Bengal] <strong><em>TLS, The Times Literary Supplement</em></strong> no. 4923 (8 August 1997)</p>
<p>[3] Gramsci, Antonio, Selections from the <strong><em>Prison Notebooks</em></strong>, London: Lawrence and Wishart, 1973.</p>
<p><a href="http://www.eutopiainstitute.org/2012/02/tussen-kunst-en-politiek-de-voorspelling-van-johan-van-der-keuken/" target="_blank">Nederlandse versie</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.eutopiainstitute.org/2012/02/between-art-and-politics-the-johan-van-der-keuken-prediction/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Libië, NAVO en medialeugens?</title>
		<link>http://www.eutopiainstitute.org/2012/02/libie-navo-en-medialeugens/</link>
		<comments>http://www.eutopiainstitute.org/2012/02/libie-navo-en-medialeugens/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 08 Feb 2012 11:58:47 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Erwin Jans</dc:creator>
				<category><![CDATA[Midden-Oosten]]></category>
		<category><![CDATA[Politiek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.eutopiainstitute.org/?p=2608</guid>
		<description><![CDATA[Churchill zei ooit dat het eerste slachtoffer van de oorlog de waarheid is; het tweede zijn de talloze onschuldige burgers van de kogel- en bommenregen. De Arabische Lente was het voorbije jaar voorpagina- en prime time nieuws.<br /> <a href="http://www.eutopiainstitute.org/2012/02/libie-navo-en-medialeugens/"class="meta-nav"><span >lees meer &#187;</span></a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://www.eutopiainstitute.org/2012/02/libie-navo-en-medialeugens/2011-arab-revolution-2/" rel="attachment wp-att-2610"><img class="alignleft size-medium wp-image-2610" title="2011-Arab revolution" src="http://www.eutopiainstitute.org/site/wp-content/uploads/2012/02/2011-Arab-revolution-300x200.jpg" alt="" width="300" height="200" /></a>Churchill zei ooit dat het eerste slachtoffer van de oorlog de waarheid is; het tweede zijn de talloze onschuldige burgers van de kogel- en bommenregen. De Arabische Lente was het voorbije jaar voorpagina- en prime time nieuws. De opstanden werden stap voor stap gevolgd; de revoluties voltrokken zich live op televisie, en ook via de sociale media werd er heel wat over de opstanden gecommuniceerd. Informatie te over dus. Maar waren we wel juist geïnformeerd? Zijn ook wij als toeschouwers geen slachtoffers geworden van misinformatie? Van wie komt die misinformatie? En welke belangen gaan dan achter die misinformatie schuil?</p>
<p>Dat we door de media misgeïnformeerd worden, is  in elk geval de stelling van Michel Collon. Michel Collon is een onafhankelijke Belgische journalist, gespecialiseerd  in het analyseren van wat hij ‘médiamensonges’ noemt, ‘medialeugens’, die onder meer de strategieën van ‘desinformatie’ over Irak, Joegoslavië, Venezuela en Palestina aan onderzoek onderwierp. Met het collectief Investig’Action is hij de drijvende  kracht achter de alternatieve informatieve website michelcollon.info.</p>
<p><a href="http://www.eutopiainstitute.org/2012/02/libie-navo-en-medialeugens/2012-libye-otan/" rel="attachment wp-att-2609"><img class="alignleft size-medium wp-image-2609" title="2012-Libye, otan ...." src="http://www.eutopiainstitute.org/site/wp-content/uploads/2012/02/2012-Libye-otan-....-177x300.jpg" alt="" width="177" height="300" /></a>De meest recente grote ‘medialeugen’ was uiteraard de zogenaamde aanwezigheid van massavernietigingswapens in Irak. Maar Collon brengt ook andere leugens in de herinnering: het bloedbad in Timisoara (1989), de diefstal van couveuses in Koeweit (1991),  de uitroeiingskampen in Bosnië (1992), de genocide in Kosovo (1999) en het complot tussen Sadam Hoessein en Al-Qaeda. Iedere keer lieten de media zich misleiden door partijdige informatie die als objectief en neutraal gepresenteerd. Michel Collons meest recente  analyse  concentreert zich op de situatie in Libië en dan vooral op de militaire interventie aldaar: Libye, Otan et médiamensonges (Libië, NAVO en medialeugens).  Het is een verontrustende analyse die Collon maakt: ze haalt heel wat vooronderstellingen over de NAVO-operatie in Libië onderuit.</p>
<p>Na één jaar is het  duidelijk dat de Arabische lente een heel breed begrip is dat veel verschillende conflicten herbergt. Terugkijkend op 2011 zijn Tunesië en Egypte duidelijke gevallen van een volksopstand tegen dictators, maar met Libië en Syrië heeft de Lente haar revolutionaire onschuld verloren: die twee landen kunnen niet meer op dezelfde manier bezien worden als Tunesië en Egypte; de situatie is veel complexer en de consensus erover ver te zoeken. Michel Collon reisde in 2011 tweemaal naar Libië. Hij voltooide zijn boek voor  1 september 2011 en behandelt de val van de dictator dus niet.  Maar uiteindelijk is het hem ook niet te doen om een verslag van de revolutie. Collon maakt een analyse van de manier waarop de militaire actie van de NAVO in Libië door de media werd gepresenteerd en wat volgens hem de ware inzet is. In de propaganda rond het conflict onderscheidt Collon vijf verschillende strategieën :<br />
1. het verbergen van de economische belangen;<br />
2. het demoniseren van de tegenstander;<br />
3. het verbergen van de (koloniale) geschiedenis;<br />
4. het omkeren van de posities van slachtoffer en agressor;<br />
5. het  monopoliseren van het debat.</p>
<p>Deze strategieën worden uiteraard niet alleen in Libië gehanteerd, maar in alle grote conflicten met een grote politieke en economische inzet. Voor Collon zijn ze een soort van matrix die je in veel propaganda terugvindt.  Propaganda is een wat problematische term in zijn boek; propaganda verwijst immers naar zeer bewuste strategieën van informatie en communicatie. Het gaat in de analyse van Collon  echter veeleer om mediaberichtgeving die door een beperkt aantal bronnen wordt gevoed en over het onvermogen of de onwil van journalisten om die bronnen kritisch door te lichten en/of op zoek te gaan naar alternatieve informatiebronnen. Collon stelt ook het hegemonische westerse discours over de interventie in Libië ter discussie. Binnen dat discours speelt het concept van ‘humanitaire interventie’ een centrale rol<br />
.<br />
Een van de personen die in het boek geïnterviewd wordt is Jean Bricmont, die in zijn essay Humanitaire interventies, Mensenrechten als excuus voor oorlog (2008) brandhout maakt van de meeste militaire interventies die zich beroepen op humanitaire redenen; hij spreekt in deze context zelfs van ‘humanitair imperialisme’. Het verhaal is steeds hetzelfde: het idee dat een dictator zijn volk onderdrukt is voor de westerse grootmachten de ultieme reden om militair in de grijpen. Meestal gaat het bij dergelijk ingrijpen echter om regio’s waar de economische belangen zeer groot zijn. Volgens Bricmont zijn er vele interne conflicten waarin de mensenrechten geschonden worden en waar het westen níet ingrijpt: Bahrein, Syrië, Gaza, Congo, Noord-Korea et cetera. Alles draait hierbij om de juridische notie van ‘humanitaire interventie: ‘Een humanitaire  interventie is een gewapend ingrijpen door een staat, een groep staten of een internationale organisatie in een andere staat, zonder dat deze daar toestemming voor heeft gegeven, met als doel massale mensenrechtenschendingen te beëindigen.’ Het idee van de soevereiniteit van de nationale staat gaat hiermee op de helling.  Humanitaire interventies zijn omstreden omdat twee concepten in de internationale politiek met elkaar botsen: soevereiniteit en mensenrechten. Sinds 1988 is de notie van de humanitaire interventie in het internationale recht opgenomen, maar volgens Bricmont wordt het middel van humanitaire interventie te snel gebruikt en worden niet alle andere middelen om tot een vreedzame oplossing te komen uitgeput. Zo wijst hij op het feit dat Khadafi de komst van internationale waarnemers accepteerde en dat het Westen bemiddeling van zowel Hugo Chavez als de Afrikaanse Unie afwees.</p>
<p>Ook Michel Collon verwerpt met klem het idee van een humanitaire oorlog in Libië.  Hij maakt een lijst van vijf objectieven die volgens hem achter de westerse (lees: Amerikaanse) tussenkomst zitten:<br />
1. De controle over de olieproductie;<br />
2. De veiligheid van Israël;<br />
3. Het verhinderen van de bevrijding van de Arabische wereld;<br />
4. Het verhinderen van de Afrikaanse eenheid; 5.<br />
5. De installatie van de NAVO als politieman van Afrika.</p>
<p>Vanuit dat perspectief blijft er van een humanitaire interventie maar weinig over.<br />
De ‘wereldoorlog om olie’ is voor Collon een van de belangrijkste geopolitieke kaders om de interventie in Libië te interpreteren. De Libische olie mag dan slechts 1 à 2 procent van de wereldproductie omvatten, hij is van goede kwaliteit, makkelijk te ontginnen en snel te verschepen naar Europa. Als het om een humanitaire interventie ging, waarom was er dan zoveel onderlinge ruzie in het westerse kamp? Waarom wilde Frankrijk zo graag de militaire actie leiden? Waarom boden Italië en Duitsland weerstand? Volgens Collon zijn de antwoorden van puur economische aard: Frankrijk wilde vooraan staan bij het uitdelen van de contracten in het post-Khadafi tijdperk; Frankrijk is wat energie betreft voor een groot deel afhankelijk van kerncentrales.  Duitsland en Italië hadden goede afspraken met het Libië van Khadafi en dus alle belang bij het behoud van de status quo.</p>
<p>Voor vele denkers van radicaal links is een blijft het Westen, meer bepaald de VS, de absolute vijand, waarbij iedere oppositie tegen Amerika a priori als ‘goed’ wordt gezien en de prestaties van de betreffende leiders worden bewierookt. Ook in dit boek wordt meer dan eens een lans gebroken voor dingen die Khadafi heeft verwezenlijkt, zowel in eigen land als in Afrika. Zo wordt er gewezen op het feit dat er weinig werkloosheid is in Libië, dat de levensstandaard en de kwaliteit van de gezondheidszorg de hoogste in Afrika zijn, en er wordt eveneens gewezen op Khadafi’s  financiële steun voor grote projecten in zwart Afrika. Dat is een zinnige correctie op het beeld dat in de westerse media van de dictator wordt geschetst, maar het is jammer dat er geen aandacht wordt besteed aan Khadafi’s steun aan terreurorganisaties en aan zijn betrokkenheid bij de Lockerbie-affaire. Er wordt weliswaar gewezen op de grote corruptie in het land en op de misstappen van de zonen van Khadafi, maar op de een of andere manier blijft Khadafi zelf buiten schot. Daar kun je je vragen bij stellen.</p>
<p>Collon maakt echter ook een klassenanalyse van de Libische samenleving. De opstanden in het oosten van het land zijn, in tegenstelling tot die in Tunesië en Egypte, niet begonnen vanuit het ongenoegen van gefrustreerde, werkloze jongeren, maar vanuit de neo-bourgeoisie, de nieuwe rijken. Collon wijst op een gegeven uit de koloniale en postkoloniale geschiedenis. Volgens Collon was koning Idris een marionet van de Britten, die ook de steun genoten van de stammen uit het oosten (Benghazi). Bij zijn staatsgreep tegen koning Idris in 1969 deed Khadafi vooral een beroep op de stammen uit het westen. Hij nationaliseerde de petroleumindustrie en wees de Britten en de Amerikanen de deur. Volgens Collon was het Khadafi die de Libiërs uit de miserie haalde, en volgens Collon is het geen toeval dat de opstanden nu in het oosten begonnen.</p>
<p>Collon ziet een geschiedenis van samenwerking met buitenlandse machten: de nieuwe rijken verkochten zich aan het Westen toen vanaf 2004 onder hun invloed in Libië neoliberale maatregelen werden ingevoerd met privatiseringen tot gevolg, vermindering van sociale allocaties, onderwijs waar in bepaalde gevallen voor moest worden betaald, verlies van banen et cetera. Het ongenoegen dat daaruit voortvloeide werd door diezelfde nieuwe bourgeoisie uitgebuit, aldus Collon, en die onrust leidde uiteindelijk tot de opstanden. Volgens Collon was de grote fout van Khadafi dat hij te veel concessies aan het Westen deed en dat hij zich te veel concentreerde op onderhandelingen achter de schermen met de stammen en facties, en niet op een democratische frontvorming tegen bijvoorbeeld de westerse militaire interventie. Het is niet het verhaal over Khadafi dat je in de media hoort, maar dat is op zichzelf geen reden waarom het onwaar zou zijn.<br />
Je hoeft het als lezer niet met alles in dit boek eens zijn om te beseffen hoe makkelijk je door de media al dan niet bewust bedrogen kan worden, vooral wanneer het gaat om grote en gemediatiseerde conflicten. Collon roept terecht op tot uiterste voorzichtigheid wanneer het gaat om het kritiekloos aannemen wat ons door de media wordt verteld. Onze redding is echter dat er altijd wel ergens iemand is die echt gezien heeft wat er is gebeurd. Het gaat erom die informatie – niet noodzakelijk die die we graag willen horen – wordt verspreid. Sociale media en onafhankelijke journalisten spelen daarbij een belangrijke rol. Het is duidelijk dat de informatieoorlog een van de grote conflicten van de toekomst zal zijn. Het komt er daarom op aan het monopolie van een bepaald soort berichtgeving te doorbreken en zoveel mogelijk alternatieve informatiebronnen aan te bieden, die op hun beurt zowel door onafhankelijke journalisten als door individuele burgers kunnen worden beoordeeld en benut.</p>
<p>Michel Collon, Libye, Otan et médiamensonges. Manuel de contre-propagande, Investig’Action, 2011, ISBN  978-2-87003-588-7</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.eutopiainstitute.org/2012/02/libie-navo-en-medialeugens/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Ons kamp</title>
		<link>http://www.eutopiainstitute.org/2012/02/ons-kamp/</link>
		<comments>http://www.eutopiainstitute.org/2012/02/ons-kamp/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 03 Feb 2012 10:24:19 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Marja Vuijsje</dc:creator>
				<category><![CDATA[Boeken]]></category>
		<category><![CDATA[Wereld]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.eutopiainstitute.org/?p=2602</guid>
		<description><![CDATA[De vader van Marja Vuijsje, Nathan Vuijsje, overleefde Auschwitz omdat hij zo mooi trombone kon spelen. Na de bevrijding bleef hij vertellen over dat ‘rotkamp’ – dag in dag uit, jaar in jaar uit. Maar over zijn ouders, zijn broer &#8230;<br /> <a href="http://www.eutopiainstitute.org/2012/02/ons-kamp/"class="meta-nav"><span >lees meer &#187;</span></a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://www.eutopiainstitute.org/2012/02/ons-kamp/2012-ons-kamp/" rel="attachment wp-att-2603"><img class="alignleft size-full wp-image-2603" title="2012- ons kamp" src="http://www.eutopiainstitute.org/site/wp-content/uploads/2012/02/2012-ons-kamp.jpg" alt="" width="128" height="199" /></a>De vader van Marja Vuijsje, Nathan Vuijsje, overleefde Auschwitz omdat hij zo mooi trombone kon spelen. Na de bevrijding bleef hij vertellen over dat ‘rotkamp’ – dag in dag uit, jaar in jaar uit. Maar over zijn ouders, zijn broer en zijn zus zweeg hij liever.<br />
Marja Vuijsje verdiepte zich in het achtkoppige Amsterdamse bakkersgezin waarin haar vader opgroeide. Voor de oorlog verhuisde de familie van het armoedigste deel van de Jodenhoek naar de overwegend sociaaldemocratische Transvaalbuurt en van daar naar een eigen bakkerij in de Weesperstraat.<br />
Vier zonen overleefden de oorlog. Hoe pakten zij hun leven weer op? Welke betekenis kreeg Israël voor hen? En wat gaven zij hun kinderen en kleinkinderen van de oorlog en van hun joodse wortels mee?<br />
Tegen het decor van de eerste decennia van de twintigste eeuw, de Tweede Wereldoorlog en de nasleep en verwerking daarvan schreef Marja Vuijsje een meeslepende familiegeschiedenis die de lezer van Amsterdam naar Jeruzalem voert en weer terug.<br />
Vooraf</p>
<p>‘Voor 1940 voelden de meeste Joden in Amsterdam zich Amsterdammer, Jood en Nederlander, welke politieke opinies of levensbeschouwingen zij er ook op na hielden,’ schreef Salvador Bloemgarten in Herinnering aan Joods Amsterdam. Dat gold zeker voor de Vuijsjes. Het mengsel van joodse sfeer en sociaaldemocratisch vooruitgangsgeloof waarin mijn grootouders hun kinderen lieten opgroeien was in hun ogen typisch Amsterdams. De nationaliteit die zij zonder bijgedachten als de hunne beschouwden was de Nederlandse.</p>
<p>Dat gevoel van vanzelfsprekende verbondenheid met de stad en het land waarinmijn familie al eeuwenlang thuis was werd door de Tweede Wereldoorlog zwaar op de proef gesteld.Van het achtkoppige bakkersgezin waarin mijn vader opgroeide waren na de oorlog nog vier zonen in leven. Zij troffen een Amsterdam dat nooit meer zou zijn zoals het was.De meesten van hun familieleden, vrienden, buren, bazen, collega’s en partijgenoten hoorden bij de meer dan 100.000 Nederlandse joden die waren omgebracht.Hoe konden zij nog volhouden dat ze ‘Amsterdammer, Jood en Nederlander’ waren? Was het voor hen een optie om het leeggehaalde huis dat Amsterdamheette te verruilen voor Jeruzalem? Wat deden zij met de sociaaldemocratische idealen waarmee zij waren grootgebracht? Wat gaven zij hun kinderen en kleinkinderenmee aan joodse sfeer? En op welke manier speelde de Jodenvervolging door in het zelfbewustzijn van de naoorlogse generaties?</p>
<p>Mijn verhuizing naar wat eens het hart was van de oude Jodenhoek én een aantal gesprekken met mijn Israëlische neefje Yoni Vuijsje vormden de aanleiding om te doen wat ik al langer van plan was: een boek schrijven over de geschiedenis van de Vuijsjes en over de mate waarin hun oorlogsgeschiedenis het zelfgevoel van de overlevenden van de sjoa en dat van hun nazaten bepaalde.</p>
<p>Mijn vader en zijn drie broers probeerden na de oorlog alle vier vast te houden aan de cultuur die zij van huis uit hadden meekregen. Maar die aanhankelijkheid aan hun vooroorlogse wereld kreeg wel verschillende vormen. Mijn vader en zijn jongste broer sloten zich mede uit loyaliteit met hun vermoorde moeder in de zomer van 1945 meteen weer aan bij de Hoogduitse Joodse Gemeente. De andere twee broers bleven trouw aan de weg die zij voor de oorlog al waren ingeslagen, die van assimilatie in de rode familie waarin zij tot wasdom waren gekomen.<br />
De keuzes die mijn vader en zijn broers maakten zijn terug te vinden in hun kinderen en hun kleinkinderen. Bij de familie Vuijsje tref je vandaag de dag een mengsel van orthodoxe joden, liberale joden, sociaaldemocraten, (sociaal)liberalen, zionisten en veel atheïstische eenlingen met een min of meer joods gevoel.</p>
<p>Mijn Israëlische neefje Yoni is de zoon van de enige Vuijsje die zich in Jeruzalem vestigde: mijn broer. Ik was nog maar net verhuisd naar mijn woning met uitzicht op het Waterlooplein toen hij de zomer doorbracht in Amsterdam. Een paar keer kwam hij bij mij aankloppen om vragen te stellen over onze familiegeschiedenis. Hij wilde meer weten over zijn Nederlandse roots en dacht ze bij zijn tante te kunnen vinden. Mijn broer had hem weinig tot niets verteld over het leven dat hij leidde toen hij nog in Nederland woonde. Als Yoni hem vroeg naar de Nederlandse mannen en vrouwen van wie hij afstamde, reageerde hij met een hardnekkig zwijgen. ‘Ik kijk nooit terug,’ was zijn devies. Mijn vader, Yoni’s opa, die regelmatig in Israël logeerde voordat hij in 1996 overleed, had mijn neef ook niet veel wijzer gemaakt. Hij had zijn kleinzoon voornamelijk overvoerd met verhalen over Auschwitz, het concentratiekamp dat hij overleefde omdat hij zo mooi trombone kon spelen. Anders dan bij zijn broers kwam praten over onze familiegeschiedenis bij hem grotendeels neer op vertellen over zijn oorlogservaringen.</p>
<p>‘De jeugd moet weten wat er gebeurd is,’ was mijn vaders motto. Met de jeugd bedoelde hij vooral de naoorlogse kinderen uit zijn eigen familie. Toen ik nog klein was werd ik regelmatig door hem overhoord. Dat deed hij graag en plein public. Als mijn ouders visite hadden, haalde hij mij bij de andere kinderen vandaan, zette mij op schoot, ontblootte zijn rechterarm en wees op het daarin getatoeëerde nummer.</p>
<p>‘Hoe komt je vader hieraan?’ vroeg hij op een toon die suggereerde dat hij die vraag voor het eerst aan mij stelde. En dan keek hij met een mengeling van trots en triomf als ik het gewenste antwoord gaf: ‘Dat hebben de moffen gedaan.’ Bij Yoni was mijn vader bescheidener te werk gegaan, maar ook zijn kleinzoon had hij keer op keer laten horen hoe hij erin was geslaagd zichzelf te redden. Als hij al eens afstapte van zijn standaardrepertoire over ‘dat rotkamp’, kwamen er wat summiere mededelingen over zijn ouders, zijn broer en zijn zus met haar gezin die ‘niet meer terug waren gekomen’. Nu wilde mijn neef wel eens weten wat voor mensen de Vuijsjes eigenlijk waren geweest voordat ze werden gereduceerd tot slachtoffers van de sjoa.</p>
<p>Yoni hield er romantische fantasieën op na. Hij ging ervan uit dat de mannelijke voorzaten die aan zijn opa voorafgingen geleerden van naam en faam waren geweest. Dat zijn grootvader het nooit verder had gebracht dan bakkersknecht wist hij wel. Dat ook zijn overgrootvader bakker was geweest kwam hem bekend voor. Zijn teleurstelling was gemengd met ongeloof toen ik hem vertelde dat een aangetrouwde nicht ooit een familiestamboom had gemaakt waaruit bleek dat hij uit een geslacht kwam van arme Asjkenazische joden, en dat ze generaties lang woonden en werkten in de toenmalige sloppen van de Jodenbuurt rond het Waterlooplein, het plein waarop wij zaten uit te kijken. Misschien was het een generatieverschil dat hij was gefixeerd op interessant genetisch materiaal, terwijl ik familiegevoel voornamelijk zag als een gemeenschappelijke geschiedenis.</p>
<p>Het oerverhaal dat mijn generatie meekreeg was het verhaal van een arme joodse familie die zich dankzij de verheffingsgedachte van socialistische voormannen als Henri Polak en Koos Vorrink wist te ontwikkelen. Het vertelde over de overgang van de familie van het armoedigste deel van de oude Jodenbuurt naar de overwegend sociaaldemocratische Transvaalbuurt en van daar naar de bakkerij in de Weesperstraat die mijn opa in de jaren dertig begon. Afhankelijk van wie aan het woord was kwam daar meer of minder informatie bij over de Arbeiders Jeugd Centrale, de met de sdap verbonden jeugdbeweging waarin mijn vader en zijn broers voor korte of voor lange tijd hun politieke en culturele opvoeding kregen. Maar aan het begin of aan het einde werd vrijwel altijd gerefereerd aan de deportaties naar Polen.</p>
<p>Uit vrijwel elk gezin waaruit onze naoorlogse familie bestond zijn inmiddels schrijvers en journalisten voortgekomen. Bij Yoni wilde het er niet in dat die hoge score voornamelijk was te danken aan oude socialisten. Maar hij was het wel met me eens toen ik, wijzend op het Waterlooplein en gebarend naar de plaatsen waar het leven van zijn voorouders zich afspeelde, bleef benadrukken dat de geschiedenis van zijn voorgeslacht niet alleen een joodse geschiedenis was, maar ook een Europese emancipatiegeschiedenis.</p>
<p>Er zijn weinig onderwerpen te bedenken waarover naoorlogse joden geen meningsverschillen hebben. Vooral als het gaat over onderwerpen waarbij joden zich vaak extra betrokken voelen, zoals de politieke koers van Israël of het hedendaagse Europese populisme. Ook de Vuijsjes zijn het daarover zelden met elkaar eens. Maar één ding hebben ze gemeen: hun denken is beïnvloed door hun gemeenschappelijke verhaal, en door de oorlogservaringen van hun ouders, ooms, tantes en grootouders.<br />
Met het levensverhaal van mijn vader als leidraad beschrijf ik in Ons kamp die geschiedenis van mijn min of meer joodse familie.<br />
Boterkoek en Morgenrood</p>
<p>Met het erfelijk materiaal dat Nathan Vuijsje met zich meedroeg hield hij zich nooit bezig. Waar zijn verre voorouders vandaan kwamen, welke beroepen ze hadden uitgeoefend en welke karaktereigenschappen ze hadden ontwikkeld kon hem weinig schelen. Voor zover mijn vader nadacht over zijn roots ging hij nooit verder terug dan zijn eigen kindertijd in de Tweede Batavierdwarsstraat, een van de meest vervallen stegen van de oude Jodenbuurt.</p>
<p>Toen een aangetrouwde nicht ons de stamboom van ‘het geslacht Vuijsje van Amsterdam’ bezorgde die honderden jaren terugging, was hij nauwelijks geïnteresseerd. Wat hem nog het meest aansprak was dat zijn voorvaderen al in de Amsterdamse Jodenhoek rondscharrelden toen ze alleen nog een Hebreeuwse naam hadden. Vanaf het midden van de achttiende eeuw hadden ze gewoond en gewerkt in de buurt waar ook mijn vader ter wereld zou komen. Ze werden geboren, trouwden, kregen kinderen en gingen dood in het hoofdstedelijke getto, dat eigenlijk geen getto was omdat de joden niet verplicht waren zich daar te vestigen. Net zoals de meeste andere Amsterdamse ‘Israëlieten’ konden ze zich een bestaan buiten de directe omgeving van het tegenwoordige Waterlooplein waarschijnlijk niet eens voorstellen.<br />
De eerste mannen en vrouwen die in de stamboom werden vermeld leefden in de tijd waarin de joden waren uitgesloten behandeld als Nederlanders en hadden te maken met beperkingen in hun beroepskeuze, onder meer doordat joden geen lid mochten worden van de ambachtsgilden.<br />
In Amsterdam waren twee joodse gemeenschappen. De eerste Portugese of Sefardische joden waren in de zestiende eeuw uit Spanje en Portugal gevlucht voor de inquisitie. De eerste Hoogduitse of Asjkenazische joden kwamen een eeuw later naar Mokum, meestal op de vlucht voor pogroms in Duitsland, Polen of Rusland.</p>
<p>Onze voorouders hoorden bij de Hoogduits Joodse Natie die, evenals de veel kleinere Portugees Joodse Natie, door de overheid erkend zelfbestuur had. Totdat ze formeel Nederlanders werden, waren de joden voor van alles en nog wat aangewezen op hun kerkgenootschap, van (familie)rechtelijke aangelegenheden tot en met armenzorg.</p>
<p>[...]</p>
<p>Copyright © 2012 Marja Vuijsje</p>
<p><strong>UITGEVER</strong> Atlas Contact<br />
<strong></strong></p>
<p><strong>ISBN</strong> 9789045019376</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.eutopiainstitute.org/2012/02/ons-kamp/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>

