Jordanië wil geen revolutie maar hervorming

Vooral in het noorden van Jordanië wordt volop opvang geboden aan vluchtelingen uit het geteisterde Syrië. Meer dan 80.000 Syriërs hebben er inmiddels onderdak gevonden. De Jordaniërs leven intens mee met het Syrische volk. Na ieder vrijdaggebed wordt ruimhartig geld ingezameld om de noodlijdende noorderbuur te ondersteunen. In Jordanië zelf is geen revolutie gaande, maar de economische recessie en ontevredenheid over de politieke maatregelen zorgen wel voor onrust en demonstraties.

´Hoewel Jordanië vooralsnog geen opstanden van formaat kent, zoals in Tunesië, Egypte, Libië, Jemen en Syrië zijn er wekelijks na het vrijdagsgebed demonstraties. Een aanzienlijk deel van de bevolking is ontevreden over de gang van zaken. Het zijn grotendeels jongeren die de straat op gaan, wat niet  verwonderlijk is in een land waar 70% van de bevolking onder de dertig jaar is.´

Morrende bevolking
In het noorden grenzend aan Syrië, ten westen gescheiden van Israël door de rivier de Jordaan, aan oostzijde Irak als buurland en in het zuidoosten de lange grens met Saoedi Arabië. Jordanië is ruim twee keer zo groot als Nederland en behoort tot de vier droogste landen ter wereld. Negentig procent van het land bestaat uit woestijn. Omringd door landen waar de bevolking in grote getale protesteert tegen onderdrukking, corruptie en dictatoriale regimes, handhaaft Jordanië zich nog steeds als stabiele factor in de regio.

Sinds het overlijden van koning Hussein in 1999 zit een van zijn zonen, koning Abdullah II op de troon. Deze koning heeft er zijn handen vol aan om het land in goede banen te leiden. Hoewel Jordanië vooralsnog geen opstanden van formaat kent, zoals in Tunesië, Egypte, Libië, Jemen en Syrië zijn er wekelijks na het vrijdagsgebed demonstraties. Een aanzienlijk deel van de bevolking is ontevreden over de gang van zaken. Het zijn grotendeels jongeren die de straat op gaan, wat niet  verwonderlijk is in een land waar 70% van de bevolking onder de dertig jaar is.

De protesten en de morrende bevolking hebben koning Abdullah II in februari 2011 de regering doen vervangen door een nieuw team, dat in augustus ook weer naar huis is gestuurd. Gedurende de twaalf jaar waarin koning Abdullah II de scepter zwaait zijn er maar liefst negen regeringen geweest. Afgelopen najaar werd vermaard jurist Khasawneh, voorheen verbonden aan het Internationaal Gerechtshof in Den Haag, aangesteld om een nieuwe regering te vormen. Aan deze minister president en zijn ministers de taak om tal van hervormingen door te voeren die de ingezakte economie een forse oppepper moet geven en het volk tegemoet moet komen door corrupte ex-hoogwaardigheidsbekleders voor hun wandaden te laten berechten.

Aanvankelijk hadden veel Jordaniërs vertrouwen in de huidige minister president. Nu, ruim een half jaar later, heeft dat vertrouwen al wat deuken opgelopen. De poging om de moslimbroederschap deel te laten nemen aan de regering mislukte. De recente reeks aanvaringen tussen deze religieuze partij en bedoeïenen hebben de verhoudingen er niet beter op gemaakt. Dat er in de huidige regering geen vertegenwoordiging vanuit zuiden zit, zint veel Jordaniërs uit deze regionen niet. Het wakkert hun afkeer van noorderlingen aan. Die zijn in hun ogen toch al meer geldbelust en minder gastvrij. Daarnaast zorgen hervormingen in overheidssalarissen voor onrust. Onder meer bij onderwijzers die de afgelopen tijd regelmatig staakten uit protest tegen het dalen van hun toch al schamele inkomen.

Dalende inkomsten
Eigen inkomsten zijn in Jordanië beperkt. Het land beschikt niet over oliebronnen, enkel kalium, fosfor en uranium. Naast fosfaat worden kleding, aardappelen, groente en farmaceutische producten geëxporteerd. Hoewel de inkomsten hiervan in 2011 zijn gestegen, woog dit niet op tegen de import van de flink duurder geworden olie. Het land probeert zich toe te leggen op de dienstensector. Met vijfentwintig universiteiten, waarvan twee derde particulier, en een grotendeels hoog opgeleide bevolking wil Jordanië zich als kenniscentrum van de regio profileren. Ook de gezondheidszorg timmert aan de weg. Op het gebied van hart- en vaatoperaties en plastische chirurgie behoort Jordanië tot de top van de wereld. Het betreft echter wel privé klinieken die voor de gewone man niet te betalen zijn. De publieke ziekenhuizen waarop zij zijn aangewezen zijn van veel geringere kwaliteit. Datzelfde geldt voor de onderwijsinstellingen. De kwaliteit van de publieke scholen en universiteiten blijft ver achter bij het dure private onderwijs.

De onrust in de regio geeft een andere belangrijke inkomstenbron, het toerisme, eveneens een harde knauw. In 2011 is het aantal buitenlandse bezoeken aan Jordanië maar liefst 35% afgenomen. ‘Normaal staan rond de kerst tenminste vijftig bussen geparkeerd bij Petra’, vertelt een gids uit Wadi Musa, het dorp naast de befaamde rode stad. ‘Nu waren het er maar drie of vier’. Menig hotel heeft haar deuren gesloten en veel gidsen beklagen zich over gebrek aan werk en de zwaar onderbetaalde tours die ze nu verzorgen, omdat hun werkgever liever met verlies draait dan helemaal niet. Hoewel Jordanië een uitermate veilig land is, schrikt de onrust in omringende landen veel toeristen af. Bovendien doet de recessie in het westen velen de hand op de knip houden en wordt minder makkelijk geld uitgegeven aan reizen.

Stijgende kosten
Voor de Jordaniërs zijn de leefkosten afgelopen jaren sterk gestegen. De prijs voor brandstof is verviervoudigd. Dat Egypte de gaspijplijn naar Jordanië afgelopen jaar twaalf keer opblies en de prijzen voor haar leveranties rigoureus heeft opgehoogd, voelen de Jordaniërs pijnlijk in hun portemonnee. Tezelfdertijd zijn de kosten voor dagelijks levensonderhoud fors omhoog gegaan. ‘Waar ik vier jaar geleden mijn gezin nog voor vijftig dinar in de week kon voeden, red ik dat nu nog niet met het dubbele’, zegt een Jordaniër die vrouw en vijf kinderen moet onderhouden. ‘Alles is zoveel duurder geworden. Wat ik op een dag verdien, is als ik thuis kom soms een uur later al op. Dat is dan alleen maar voor de eerste levensbehoeften zoals eten, elektriciteit en water’.

De privatisering die de overheid de afgelopen jaren voor diverse sectoren doorvoerde, zoals voor elektriciteit en water heeft het dagelijks leven ook duurder gemaakt. Bovendien stuit de verzakelijking de burgers tegen de borst. Als de rekening na drie dagen niet is betaald, wordt de betalingsplichtige zonder pardon afgesloten. Zeker in deze tijd van economische recessie roept deze meedogenloze aanpak veel verontwaardiging op.

Officieel liggen de werkeloosheidscijfers rond 16%, maar in werkelijkheid is dit percentage hoger. Er heerst veel verborgen werkeloosheid. Wat door twee krachten gerund zou kunnen worden, wordt onder tien medewerkers verdeeld. Menig werkende schnabbelt honderdvijftig dinar in de maand bij elkaar, terwijl alleen al de kosten van wonen het dubbele bedragen. Daarnaast heeft het land veel gastarbeiders. Bijna standaard zijn het Egyptenaren die de kebab- en koffietentjes runnen, of zich als jongste bediende de benen uit het lijf rennen als personal assistent van de baas. Ook in de bouwvak, werk dat weinig Jordanezen ambiëren, zijn veel Egyptenaren werkzaam.

´Bedoeïenen zijn de ruggengraat van het koningshuis. In Jordanië wel duizend verschillende stammen. Het Jordaanse leger bestaat voor het overgrote deel uit bedoeïenen. In ruil voor hun loyaliteit aan de koning, hebben ze altijd veel vrijheid gekregen om hun eigen zaken binnen hun stam te regelen.´

In de huishoud- en schoonmaakbranche zijn het vooral Aziatische vrouwen die hun handen laten wapperen. Velen van hen komen van de Filipijnen, Sri Lanka en Indonesië. Vraag een Jordaniër of zijn hulp in de huishouding een Jordaanse is en hij lacht je uit. ‘Nee, dat soort werk zul je een Jordaanse vrouw nooit zien doen’. Hoewel steeds meer vrouwen een bachelor op zak hebben, vertaalt zich dat niet evenredig terug op de arbeidsmarkt. In onderwijs en gezondheidszorg bedraagt het aantal vrouwelijke studenten met 70% een ruime meerderheid en in deze sectoren werken dan ook relatief veel vrouwen. Vaak echter tijdelijk. Velen stoppen met werken zodra ze trouwen. Culturele tradities spelen hierbij een belangrijke rol. Vrouwen horen thuis te zijn en voor de kinderen te zorgen, mannen werken, brengen het geld binnen en bepalen het publieke leven.

Gemengde samenstelling
Bijna de helft van de Jordaanse bevolking heeft een Palestijnse achtergrond. In Amman, de hoofdstad, is dat zelfs een meerderheid. Daarnaast leven in Jordanië veel gastarbeiders uit Egypte en Azië. Ook veel Irakezen hebben zich er gevestigd. Al voor de Golfoorlog trokken veel gegoede Irakezen naar Jordanië waar de vrijheid een stuk groter was dan in eigen land. Volgens veel Jordaniërs verziekte deze groep de markt in onroerend goed door dure huizen en zakencentra te kopen. Tijdens de Golfoorlogen nam de stroom Irakezen nog verder toe. Jordanië heeft zich altijd open gesteld voor de opvang van vluchtelingen uit de regio. Momenteel is er de grote toestroom van Syriërs en is het aantal Libiërs dat zich in Jordanië vestigde afgelopen jaar eveneens fors gestegen.

De moslimbroederschap heeft in Jordanië veel aanhangers. In sommige streken, zoals in Na’am, ten zuiden van Petra maken zij zelfs meer dan de helft van de bevolking uit. Deze religieuze partij is in is in tegenstelling tot andere partijen goed georganiseerd en weet daarmee veel mensen aan zich te binden. Tot ongenoegen van de bedoeïenen die de moslimbroeders verwijten politiek en religie te sterk met elkaar te verweven en zelfs de sharia, de islamitische wet, te willen herinvoeren. Volgens de moslimbroeders zijn dit moedwillig verspreide geruchten om hen in een kwaad daglicht te stellen. Hun prioriteit is het tegengaan van corruptie en een systeem ontwikkelen waarbij iedereen gelijke kansen heeft in plaats van de huidige vriendjespolitiek.

Afgelopen jaar waren er diverse botsingen tussen moslimbroeders en bedoeïenen. In december liep een confrontatie in Mafraq, ten noorden van Amman, uit de hand. De moslimbroeders hielden een vreedzame demonstratie tot groot ongenoegen van de bedoeïenen in die regio. Zij zagen de demonstratie in hun gebied, waar vrijwel geen moslimbroeders wonen als een provocatie en openden de aanval op de demonstranten. De plaatselijke politie was niet bestand tegen de massale aantallen en riep assistentie in. Het duurde lang eer die hulp arriveerde. Dat heeft kwaad bloed gezet bij de moslimbroeders die de overheid ervan betichten het sturen van hulptroepen opzettelijk te hebben vertraagd. Zij verwijten de overheid derhalve partijdigheid. Het zet de toch al gespannen verhoudingen extra op scherp.

Traditie en modernisering
Volgens progressieve burgers, met name in Amman, vormen veel bedoeïenen een remmende factor op verdere modernisering van het land. Bedoeïenen, waarvan slechts nog een klein groepje als nomaden leeft en het merendeel sinds de jaren tachtig in permanente huizen is neergestreken, willen volgens de progressieven alles bij het oude laten en zijn te weinig veranderingsgezind. Hun conservatisme zou de hervormingen die het land nodig heeft vertragen.

Bedoeïenen zijn de ruggengraat van het koningshuis. In Jordanië wel duizend verschillende stammen. Het Jordaanse leger bestaat voor het overgrote deel uit bedoeïenen. In ruil voor hun loyaliteit aan de koning, hebben ze altijd veel vrijheid gekregen om hun eigen zaken binnen hun stam te regelen. Veel bedoeïenen hadden liever gezien dat prins Hassan, die jarenlang kroonprins was, koning Hussein had opgevolgd. Prins Hassan is geliefd bij de bedoeïenen die zijn intelligentie en veelzijdigheid roemen. Zo zou hij acht verschillende talen spreken, vooraanstaande rollen in het leger bekleden en uitermate sportief en moedig zijn. Dat op het laatste moment Abdullah op de troon werd gezet, is volgens de bedoeïenen te danken aan de bemoeienis van de Angelsaksische wereld. Die vonden de sterke band van prins Hassan met de bedoeïenen te gevaarlijk waardoor Abdullah naar voren werd geschoven.

Hervormingen en aanpak corruptie
Intussen probeert de koning met de nieuwe regering de ontevredenheid onder de bevolking te lijf te gaan met hervormingsprogramma’s. In politiek opzicht met kleine stapjes, onlangs door het parlement iets meer zeggenschap te geven, maar vooral op economisch gebied. De overheidssalarissen zijn iets opgehoogd, hoewel dat grotendeels uit eigen zak komt, omdat tezelfdertijd kortingen op allerlei voorzieningen zijn geschrapt. Met name onderwijzers protesteren fel, omdat hun salarisverhoging teniet wordt gedaan door het kwijtraken van extra voorzieningen, waardoor hun uiteindelijke inkomsten lager uitvallen dan voorheen.

Ter bestrijding van de werkeloosheid onder net afgestudeerden zijn allerlei projecten opgezet die jongeren middels werkervaringsplaatsen met baangarantie moeten voorbereiden op de arbeidsmarkt. Soortgelijke trajecten zijn er voor laagopgeleide jongeren die op deze manier voor meer ambachtelijke en uitvoerende functies worden klaargestoomd. Om de hoge energiekosten te lijf te gaan en de afhankelijkheid van omringende landen te verminderen, overweegt Jordanië een kerncentrale te bouwen. Het land heeft genoeg hoogwaardig uranium voor een kernreactor en de hoeveelheid energie die hiermee gewonnen kan worden, zou zelfs voldoende zijn om een deel ervan te kunnen exporteren. Tegenstanders uiten hun bezorgdheid over de gevaren die een kerncentrale met zich meebrengt door te verwijzen naar de ramp die zich vorig jaar in het Japanse Fukishima voltrok. Bovendien vinden zij de enorme hoeveelheid water die nucleaire energie verbruikt onverantwoord voor een land met grote waterschaarste. Het is de komende tijd aan het parlement om uitsluitsel te geven of de kerncentrale er al dan niet gaat komen.

Een ander punt waarin de koning de bevolking tegemoet probeert te komen, is de aanpak van corruptie. De voormalig burgemeester van Amman en enkele oud-ministers die hun positie misbruikten, zitten inmiddels achter de tralies in afwachting van een proces. Een aantal schandalen die publiek geheim zijn, worden momenteel onderzocht. Onlangs kwam aan het licht dat de grootste kaliumfabriek van het land parlementsleden heeft omgekocht, die sindsdien goedkeuring verleenden aan alle verzoeken en voorstellen die de fabriek indiende. Betrokken politici kregen voor hun medewerking het voorrecht elk tien medewerkers aan de fabriek toe te wijzen. In Jordanië is iets regelen voor je familie of vrienden van groot belang voor de onderlinge verhoudingen, maar menig burger vermoedt dat er naast deze gunst ook geld aan de betreffende parlementsleden is betaald.

Tevens circuleren er geruchten dat hoge overheidsfunctionarissen goedkoop land opkopen waarna wijzigingen in bestemmingsplannen grootse projectontwikkeling mogelijk maken. Dat mogelijk zelfs de koning hierbij betrokken is, maakt de zaak extra precair. Ondanks de economische malaise, corruptieschandalen en onderlinge wrijvingen willen de meeste Jordaniërs geen revolutie. ‘Dat zou het land ongelooflijk veel schade berokkenen en ons jarenlang terugzetten in de tijd’, is de alom verkondigde mening. Hoewel de recessie velen zorgen baart, zijn veel Jordaniërs hoopvol gestemd en bovenal trots op hun land, hun relatieve vrijheid, de grote mate van veiligheid en het aantal hoger opgeleiden.

Deel 2: De eerste vrouwenbeweging in de Arabische wereld

Deel 3: Vrouwelijke pionier in de journalistiek in Jordanië

Deel 4: Vrouwen op de arbeidsmarkt in Jordanië

This entry was posted in Islam, Middle East. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>